Meer dan een halve eeuw is Martin Walser als schrijver actief geweest. Hij schreef ruim twintig romans en daarnaast essays, verhalen, theaterstukken en gedichten – Walser was een literaire alleskunner. Ofschoon Walser buitengewoon productief is geweest, stond hij sceptisch tegenover schrijvers voor wie alles vanzelf leek te gaan. Als zo’n schrijver z’n ‘literaire zelfbewustzijn laat stromen’, zei Walser in een interview met The German Quarterly, ‘krijg ik het gevoel dat hij met pensioen is.’
Voor Walser kwam het schrijverschap voort uit een gebrek. De personages die hij opvoert kunnen worden gezien als reacties op zijn eigen gebreken en tekortkomingen. Die tekortkomingen onder ogen komen, zich ermee engageren, hoe pijnlijk ook, werkt bevrijdend. Om die reden kon Walser opmerken dat er niets is wat iemand zo veel vrijheid verschaft als de literaire taal. Niet wanneer je meent iets zeker te weten komt de taal je te hulp, maar juist wanneer je iets niet weet.
Over de auteur
Geertjan de Vugt is literatuurcriticus bij de Volkskrant, gespecialiseerd in poëzie en Duitstalige literatuur.
De Bodensee was van begin tot eind zijn thuis. Walser, vrijdagavond op 96-jarige leeftijd overleden, werd in 1927 in Wasserburg aan de Bodensee geboren. Zijn ouders bestierden een stationsrestauratie en bezaten een kolenhandel. Hij ging naar school in Lindau. De laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog werd hij opgeroepem als ‘Flakhelfer’, ondersteuner bij de Duitse luchtafweer. Na de oorlog bezocht Walser het gymnasium in Lindau. Hij studeerde vervolgens literatuurwetenschap en filosofie in Regensburg en Tübingen.
Tijdens zijn studietijd werkte Walser voor de radio en schreef hij onder meer hoorspelen. Zijn roman Een springende fontein schetst een schitterend beeld van Walsers jeugd. Deze Bildungsroman volgt hoe protagonist Johann in de jaren dertig opgroeit met een vader die zijn afkeer van het opkomend nazisme niet onder stoelen of banken stak, terwijl zijn moeder heel wat makkelijker het Sieg Heil over haar lippen laat komen.
Maar Een springende fontein is niet alleen een beschrijving van een provinciale jeugd onder het nazisme. Het is evenzeer een boek over de macht van de taal zelf die, zo wil de laatste regel van het boek, een springende fontein is. Voortdurend is de hoofdpersoon op zoek naar een eigen taal die het geijkte, het gebruikelijke overstijgt.
In 1951 promoveerde Walser aan de universiteit van Tübingen op een proefschrift over het epische bij Franz Kafka. Het duurde vervolgens nog vier jaar tot hij zijn literaire debuut zou maken. Als in 1955 de verhalenbundel Ein Flugzeug über dem Haus und andere Geschichten verschijnt, betekent dat het startschot voor een uitzonderlijk rijke literaire carrière. Twee jaar daarna publiceerde Walser zijn eerste roman, die niet veel later in het Nederlands werd vertaald als Huwelijken in Philippsburg. Vervolgens verscheen er meer dan een dozijn van zijn boeken in het Nederlands.
Meer nog dan Grass of Böll heeft Walser gewerkt aan de literaire verbeelding van de Bondsrepubliek Duitsland. Hij legde haar vast met een snelheid alsof hij wist dat de tweedeling vroeg of laat zou verdwijnen. Zijn romans en verhalen bevatten geen grote helden, maar tonen een voorliefde voor het middelmatige, niet voor de macht, maar voor schaamte boven alles. Het zijn romans waarin de antiheld alomtegenwoordig is.
Walser was nooit te beroerd zich uit te spreken over politieke aangelegenheden. Zo protesteerde hij tegen de Vietnamoorlog. In de jaren zestig was hij fervent aanhanger van Willy Brandt en diens ‘Ostpolitik’: onder diens leiding versoepelde de BRD de banden met het communistische deel van Duitsland. En Walser stond zelfs enige jaren sympathiek tegenover de Deutschen Kommunistischen Partei.
Dat deze politieke uitgesprokenheid niet zonder controverse kon blijven werd eens te meer duidelijk toen Walser werd geëerd met de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels. Toen hij op 11 oktober 1998 zijn dankwoord uitsprak in de Pauluskerk in Frankfurt joeg hij, ondanks het applaus dat opklonk na het laatste woord van zijn rede, zo’n beetje heel intellectueel Duitsland tegen zich in het harnas.
Walser sprak er over zijn eigen ‘moreel-politieke zwakte’, maar werd verkeerd begrepen. Hij bekritiseerde de manier waarop vele Duitse schrijvers en denkers voortdurend de Holocaust als historische last instrumentaliseren. ‘Zou het misschien kunnen zijn,’ wierp hij zijn publiek voor, ‘dat de intellectuelen die ons deze schande voorhouden daarmee zelf een seconde lang de illusie wekken als hadden zij zich door een gruwelijke herdenkingsdienst enigszins ontlast, als waren zij voor heel even dichter bij de slachtoffers dan bij de daders gekomen?’
Een volgende controverse ontstond een paar jaar later bij het verschijnen van de roman Dood van een criticus (2002) dat in Nederland toch een beetje misplaatst werd aangeprezen als ‘het boek waarover heel Duitsland spreekt’. In dit boek wordt een Joodse criticus opgevoerd die verdacht veel doet denken aan de machtigste aller Duitse critici: Marcel Reich-Ranicki.
Eigenlijk vormt het boek vooral een satire op het literaire bedrijf. Maar journalisten van de Frankfurter Allgemeine Zeitung waren er als de kippen bij om Walser van antisemitisme te beschuldigen. Een literaire rel was geboren: dát was de reden waarom heel Duitsland over het boek sprak. En Walser zelf? Die bleef – gelukkig maar – rustig doorschrijven.
Kort na dit incident verscheen het opmerkelijke Meßmers reizen (2003), een vervolg op een boek over dezelfde persoon dat in 1985 was verschenen. Tassilo Herber Meßmer, een alter ego van Walser, noteert in dit fragmentarische boekje dat hij vaak niet weet in welke richting hij onderweg is. Een reactie op al het gedoe van de voorgaande jaren? Wie zal het zeggen. Vast staat dat ofschoon Walser veel onderweg was, deze chroniqueur van de BRD het liefst in zijn huis in Nußdorf aan de oever van de Bodensee vertoefde, op amper een uur rijden van zijn geboortegrond.
‘Hij komt eraan, hij werkt nog’ was het standaardantwoord van Walsers vrouw als iemand bij hen op bezoek kwam. Tot aan het einde van zijn leven bleef Walser schrijven.
Voor Walser was de tweedeling van Duitsland een ‘Europese catastrofe’. De volgens hem toenemende ‘religieuze ijver’ in de Amerikaanse buitenlandpolitiek en de ‘apostolische kwaadaardigheid’ van het Sovjetmarxisme konden alleen bestreden worden door een ‘verlicht continent’: Europa.
Walser was een liefhebber van Weizenbier en wijn. Bij een langer verblijf in de Verenigde Staten merkte hij op: ‘Met merlot en cabernet sauvignon uit Sonoma en Napa heb ik een diepe vriendschap gesloten. Voor de rest van mijn leven.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden