Home

Klimaat: de hoop verliezen is óók ontkenning van de realiteit

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Aanpassingsvermogen

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevat meningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groep redacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer een handvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Het klimaatnieuws is de laatste tijd ronduit alarmerend. Deze week publiceerden Deense wetenschappers in Nature Communications een paper dat waarschuwt voor het uitvallen van een belangrijke motor voor de machtige oceaanstroming in de Noord-Atlantische Oceaan, die het klimaat over een groot deel van de wereld regelt. Die komt volgens nieuwe modelberekeningen mogelijk al binnen enkele decennia abrupt tot stilstand, wat geldt als een belangrijk kantelpunt dat verdere, snellere verandering in gang kan zetten.

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevat meningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groep redacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer een handvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Modellen bevatten grote onzekerheden, dus terughoudendheid is op zijn plaats. Maar ook in de echte wereld buiten de modellen zijn de gevolgen van klimaatverandering niet te ontkennen: hittegolven op land en in de oceaan, het smelten van poolkappen en landgletsjers.

Ja, dat heeft iets apocalyptisch. Het is daarom niet gek dat er een nieuw soort klimaatdenken in opkomst is: apocalypsofie, zoals filosoof Lisa Doeland het noemt. Er is geen ontkomen meer aan, we zullen moeten leren uitsterven, volgens haar. Met haar zijn er meer wetenschappers, denkers en burgers die rampzalige klimaatverandering zien als een gelopen race, een uitgemaakte zaak. Nou is het altijd een goed idee om de realiteit te erkennen. Het monster in de bek te kijken. En het is ontegenzeggelijk zo dat klimaatactie nu te langzaam gaat en dat een deel van de problemen onafwendbaar is.

Maar de mensen die uitgaan van een zekere apocalyps hebben in feite dezelfde oogkleppen op als de mensen die klimaatverandering ontkennen. Ook de doemdenkers missen dat er vooral veel onzekerheden zijn. Ook vluchten in de valse zekerheid van de ondergang, ontkent de realiteit. Schrijver Rebecca Solnit merkte deze week in een essay in The Guardian op dat ‘doomers’ nog erger zijn dan de ontkenners: door hun defaitisme ontmoedigen ze anderen om actie te ondernemen. ‘Ze helpen de ramp veroorzaken die ze vrezen’, schrijft ze.

Maar wat is dan het alternatief? Hoop. Hoe verdacht en stichtelijk dat misschien ook klinkt. Niet hoop in de zin van achteroverleunen en hopen dat het wel goed komt. Dan verandert hoop in ‘hopium’: verdovend en verlammend. Maar hoop in de zin van continu hoopvolle ontwikkelingen vinden en versterken klinkt al beter: hoop als werkwoord, als actieve, moedige houding. ‘Actieve hoop’, zoals activist Joanna Macy het noemt. Hoop als morele opdracht om volgende generaties niet met én klimaatproblemen én wanhoop op te zadelen.

Welke redenen voor hoop zijn er dan? Nog best veel. De verbeteringen in zonnepanelen en batterijen, die veel sneller gaan dan zelfs de meest optimistische voorspellingen voorzagen, zorgen voor een verrassend snelle omslag. Daarnaast is er hoop te putten uit het aanpassingsvermogen van samenlevingen en ecosystemen.

Het is lang taboe geweest in de klimaatbeweging om adaptatie toe te juichen. Al Gore noemde adaptatie aan klimaatopwarming in de jaren negentig zelfs ‘een soort luiheid’ die kan afleiden van échte oplossingen. Maar nieuwe inzichten veranderen dat beeld.

Adaptatie en mitigatie kunnen samengaan: er zijn oplossingen die extremer weer zowel kunnen opvangen als voorkomen. De opkomst van adaptieve mitigatie is een andere bron van hoop. Bijvoorbeeld het grootschalig aanplanten en herstellen van bossen. Dat slaat CO2 op, verkoelt de omgeving en maakt gebieden weerbaarder tegen extreem weer, mits het verantwoord gebeurt. Of neem ‘Blue Carbon’: het herstellen van zee-ecosystemen zoals mangroves, kelpwouden en walvispopulaties. Door deze ecosystemen te helpen herstellen wordt het planetaire systeem weerbaarder en het helpt om CO2-concentraties in de lucht te verminderen. Overheden en ngo’s pakken dit vaker op.

Groenere steden zijn een ander voorbeeld: steden die vergroenen door bijvoorbeeld boomplantprogramma’s zijn koeler in de zomer, beter bestand tegen extreme regen, en door gezondere bodems en groenvoorziening wordt meer CO2 uit de atmosfeer gehaald, en de band van inwoners met de natuur meetbaar sterker. Kijk naar hoe een stad als Utrecht in minder dan twintig jaar tijd zichtbaar groener en leefbaarder is geworden door het autoluw maken van wijken, het aanplanten van groen en het gezonder maken van waterwegen in de stad. Ook in andere steden is het aantal gewipte tegels, eco-vriendelijke wadi’s en groene buurtinitiatieven niet meer te tellen.

Behalve zorgwekkende ecologische kantelpunten bestaan er ook hoopvolle sociale kantelpunten. En die komen óók in zicht. Nee, dat gaat niet vanzelf, en ook nog niet snel genoeg. Hoop houden is niet hetzelfde als de aanname dat het vanzelf goed zal komen. Het is hard werken, in fundamentele onzekerheid of het wel voldoende zal zijn. Maar het cliché klopt: als hoop verloren is, is alles verloren.

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next