Door de klimaatverandering worden de mediterrane zomers steeds onaangenamer, maar de mens is een gewoontedier. ‘We hebben in ons hoofd dat vakantie inhoudt dat je met een vliegtuig naar een warm land toe gaat.’ Het is de vraag of dat in de toekomst is vol te houden.
Het was een cynische constatering. Ondanks dramatische berichten over bosbranden, hitterecords en noodweer in Zuid-Europa – met tientallen doden en gewonden tot gevolg – zagen reisorganisaties afgelopen tijd nauwelijks omboekingen of annuleringen van vakanties rond de Middellandse Zee.
Verzengende hitte of niet, ook de Volkskrant trok de conclusie: Nederlanders trekken deze zomer in groten getale naar het zuiden. Of, zoals een woordvoerder van TUI het bracht: ‘Mensen zijn reislustig en willen gewoon het liefst naar de zon.’
Maar blijft dat zo? Is een vakantie in Spanje, Italië of Griekenland over vijf of tien jaar nog de norm, nu de zomers daar steeds heter worden?
Kaya Bouma schrijft voor de Volkskrant over psyche, brein en gedrag. Ook schrijft ze over de geestelijke gezondheidszorg.
Eerst nog even over die hitte. Want hoe exceptioneel is de situatie van de afgelopen tijd in Zuid-Europa? Steeds minder, luidde het antwoord van een groep wetenschappers eerder deze week. Was een hittegolf zoals deze in 1850 nog vrijwel onmogelijk, nu vindt zoiets elke tien jaar plaats.
Deze hittegolf had niet kunnen plaatsvinden zonder klimaatverandering, concludeerden de wetenschappers. En als we geen maatregelen nemen om verdere opwarming van de aarde te voorkomen, komen dit soort periodes van extreme hitte in de toekomst eens in de twee tot vijf jaar voor.
Dan een nuancering. Eenmaal geboekt annuleren Nederlanders hun vakantie naar Zuid-Europa vooralsnog niet, nee. Maar er zíjn al wel vakantiegangers die dit jaar al bewust een koeler reisdoel gekozen hebben.
Dat valt op te maken uit een enquête die de ANWB bijna een maand geleden hield onder een (representatieve) groep van duizend Nederlanders. Voor het eerst stelde de verkeer- en toerismeorganisatie dit jaar daarbij de vraag of de hoge temperaturen in Zuid-Europa aanleiding waren voor vakantiegangers om hun plannen aan te passen. En inderdaad: 10 procent antwoordde dat dit het geval was.
Waar zij dan wel heen gaan? ‘Veel van deze mensen lieten weten dat ze in Nederland blijven of naar Duitsland gaan’, zegt ANWB-woordvoerder Sanne Over. ‘Maar ook Oostenrijk, Luxemburg, Denemarken en Engeland kwamen voorbij.’
Iets vergelijkbaars signaleerde de European Travel Commission (ETC), de koepel van Europese toerismebureaus, onlangs in een enquête die werd gehouden onder een kleine vijfduizend Europeanen.
Spanje, Frankrijk, Italië, Griekenland en Kroatië zijn volgens dat onderzoek nog altijd de populairste reisbestemmingen onder Europeanen. Toch is het aantal mensen dat van plan is deze zomer naar Zuid-Europa te gaan met 10 procent afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Bestemmingen als Ierland, Denemarken, Tsjechië en Bulgarije groeien ondertussen in populariteit, volgens de ETC. Mogelijk speelt de hitte daarbij een rol.
Het zijn interessante cijfers, maar hoe het echt zit weten we pas volgend jaar, zegt Jan van der Borg, hoogleraar toerisme in Leuven en Venetië. ‘Dan komen de cijfers binnen over wat toeristen daadwerkelijk gedaan hebben.’
De afgelopen jaren waren door de coronacrisis afwijkend. Tijdens de pandemie waren grenzen deels gesloten en bleven vakantiegangers vaker in eigen land. Van der Borg: ‘Mijn indruk is dat we, nu alles weer normaal is, nog heel erg hetzelfde op vakantie gaan als in 2019.’
De mens is een gewoontedier, zegt de in duurzaam toerisme gespecialiseerde Machiel Lamers van de Wageningen Universiteit. ‘Vakanties zijn een geroutineerde vorm van gedrag. We hebben in ons hoofd dat vakantie inhoudt dat je met een vliegtuig naar een warm land toe gaat.’
Zo’n ingesleten gedragspatroon is moeilijk te veranderen. ‘Juist omdat het vaste gedragingen zijn waar we niet heel bewust over nadenken’, aldus Lamers. ‘Het heeft veel tijd nodig voordat we gaan inzien dat andere keuzen misschien verstandiger zijn. We vinden het moeilijk te bevatten dat we met ons individuele gedrag – op vakantie gaan met het vliegtuig – een bijdrage leveren aan een groot probleem: klimaatverandering.’
Ons reisgedrag zal dus niet op stel en sprong veranderen, zegt hij, ook omdat vakantie gerelateerd is aan status. ‘Het is onderdeel van wat we in de sociologie ons cultureel kapitaal noemen. Een vakantie is iets waarmee we onszelf kunnen onderscheiden van andere mensen.’
De fietsvakantie in eigen land die hij zelf op de planning heeft staan, zal in de ogen van velen nog altijd minder status geven dan een vliegreis naar Zuid-Europa, vermoedt Lamers.
En tóch, zegt zijn collega Bas Amelung, die onderzoek doet naar klimaatverandering en toerisme aan de Universiteit Wageningen, zou het ook zomaar eens heel snel kunnen gaan.
Dat de mediterrane zomers steeds onaangenamer zouden worden, stond voor hem (en veel collega’s) twintig jaar geleden al vast. Hij onderzocht wat klimaatverandering betekent voor de weersomstandigheden op vakantiebestemmingen. Daarvoor combineerde hij klimaatprojecties met cijfers over wat toeristen aangename vakantietemperaturen vinden.
Amelung: ‘Dat verschilt natuurlijk per persoon en per soort vakantie. In een stad vinden mensen lagere temperaturen comfortabeler dan op het strand, waar de meeste mensen temperaturen van eind 20, begin 30 graden aangenaam vinden.’ De 40 graden die de afgelopen tijd werden aangetikt op veel zuidelijke stranden liggen daar ver boven.
In zuidelijke steden is het contrast tussen wat mensen prettig vinden (zo’n 23 tot 25 graden) en de realiteit al helemaal groot. In het Siciliaanse Catania werd maandag een temperatuur van 47,5 graden gemeten.
Het ideale strandweer treffen toeristen steeds vaker in het voor- en naseizoen in Zuid-Europa, blijkt telkens weer uit vergelijkbare onderzoeken die Amelung doet, níét in de hoogzomer.
Wat dat precies voor ons vakantiegedrag zal betekenen, is koffiedik kijken, zegt de Wageningse onderzoeker. Menselijk gedrag is moeilijker te voorspellen dan het klimaat. Dat onze vakanties er in de toekomst anders uitzien, staat wat hem betreft vast. ‘Eén scenario is dat mensen zich héél geleidelijk aanpassen.’
Dat is ook wat hoogleraar Van der Borg denkt: stukje bij beetje zullen we onze zomervakanties steeds noordelijker gaan vieren, pas over tien of twintig jaar zien onze vakantiepatronen er fundamenteel anders uit.
In het voor- en najaar gaan we dan waarschijnlijk nog wel naar Zuid-Europa, want dan is het daar aangenaam. ‘Schoolvakantie draaien nu nog om de zomer’, zegt de hoogleraar vanaf zijn vakantieadres in Kroatië. ‘Dat moet veranderen naar langere vakanties in het voor- en najaar.’
Als we in de winter willen blijven skiën, moeten we steeds hoger gelegen skigebieden opzoeken. Van der Borg: ‘Of naar Scandinavië. Daar wordt het drukker in de zomer en in de winter, verwacht ik.’
Er is ook nog een ander scenario mogelijk, zegt Amelung. ‘Ik kan me voorstellen dat het snel kan gaan als we een aantal zomers zoals deze meemaken, met bosbranden en hittegolven. Dat toch steeds meer mensen dan gaan denken: dit wil ik niet meer.’
Maar dat is buiten de grote aanbieders van pakketvakanties gerekend, die een aanzienlijk deel van de vakantiemarkt in handen hebben. Touroperators als TUI en Corendon hebben de afgelopen decennia iets heel knaps gedaan, zegt Harald Buijtendijk, onderzoeker duurzaam toerisme aan de Breda University of Applied Sciences – zelf momenteel met de auto op weg naar Litouwen voor vakantie. ‘Ze hebben een ontzettend succesvol vakantieproduct gecreëerd voor een grote groep mensen.’
Budgetvliegvakanties naar zonnige bestemmingen zijn dankzij dit soort organisaties toegankelijk geworden voor een breed publiek. In 2019 (recentere cijfers zijn vertekend door de pandemie) was bijna een kwart van alle vakanties die Nederlanders naar het buitenland boekten een pakketreis. ‘Vliegen naar zon, zee, strand is voor veel mensen synoniem geworden aan vakantie vieren.’
Zie voor die grote groep vakantievierders maar eens een duurzaam alternatief te verzinnen dat net zo aantrekkelijk is, zegt Buijtendijk. Een vakantiehuisje in Nederland is tijdens de schoolvakanties bijvoorbeeld flink duurder.
Twee grote touroperators, TUI en Corendon, hebben bovendien eigen vliegtuigen waarmee ze toeristen naar hun eigen hotels in Zuid-Europa vliegen. ‘Die willen de komende jaren nog zo veel mogelijk rendement uit die investering halen.’ Neemt niet weg dat touroperators al kleine stapjes zetten. Sunweb Volkskrant