Home

Marie Anne viel uit de trein bij een evacuatie. ‘NS en ProRail lopen weg van hun verantwoordelijkheid’

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Treinevacuatie Een vrouw zit al ruim een jaar ziek thuis door een val bij een evacuatie uit een defecte sprinter. De handelwijze van de NS en ProRail roept vragen op over de veiligheid van evacuaties.

NS en ProRail hebben verzuimd een ongeval tijdens de evacuatie van een trein in mei 2022 bij Sassenheim te melden bij de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Tijdens de evacuatie via de machinistenkamer viel een reiziger die uit de trein klom op haar hoofd en liep een zware hersenschudding op. Ze zit sindsdien thuis met ernstige gezondheidsklachten.

Bij het ongeval kwam een aantal problemen met de noodtrappen in treinen aan het licht. Zo bleken de evacuatietrappen van ProRail niet te passen op het uitgevallen treinstel van het type Sprinter Nieuwe Generatie. Het uitklappen van de evacuatietrappen van NS zelf duurde volgens ProRail te lang.

‘Het was leuk bij TNO! Mijn trein vertrekt om 14:46. Ik kom om 15:50 aan bij Amsterdam CS”, appt Marie Anne Borst-van de Pas op 2 mei 2022 opgetogen aan haar man Jeroen Borst. „Hoe was jouw dag?”

Die ochtend vroeg is zij – interim HR-specialist, auteur van twee boeken over de arbeidsmarkt en verstokt automobilist – bij uitzondering in de trein gestapt. Ze moet vlak naast station Den Haag Centraal zijn, op het hoofdkantoor van onderzoeksorganisatie TNO. Het dagje openbaar vervoer voelt als een schoolreisje. „Lekker stress-loos”, appt ze haar man vanaf het perron en ze maakt een selfie. „Toerist in eigen stad.”

Die zonnige maandagmiddag boemelt Marie Anne (dan 48 jaar) terug naar de hoofdstad. De gesprekken in Den Haag verliepen rimpelloos en ze is blij dat ze haar vaste klant TNO uit de brand kan helpen. Ze voelt geen haast, ook niet als de stoptrein na een dik halfuur in de weilanden ter hoogte van Sassenheim tot stilstand komt. Het is rustig in de eerste klas, ze heeft haar laptop bij zich en genoeg te doen.

Om 15.32 uur appt ze haar man: „Trein is kapot, dan maar genieten van de landerijen.”

Lang duurt dat niet. De elektriciteit en de airco vallen uit en al snel lopen er ProRail-medewerkers door de gestrande stoptrein, ze hebben CO2-meters bij zich. De teamleider maakt een gehaaste indruk. „Ik zou vast gaan inpakken”, zegt hij tegen haar. Het andere treinstel doet het nog wel, daarmee gaan ze terug naar Leiden. Passagiers hoeven alleen maar over te stappen op het andere treinstel. „We gaan evacueren”, appt Marie Anne om 15.59 uur.

Dat blijkt ingewikkeld. De stroom in het treinstel (van het type ‘Sprinter Nieuwe Generatie’) is uitgevallen en de elektrische treeplanken onder de treindeuren werken niet. Daardoor kan de teamleider van ProRail de noodtrap die zijn ‘team incidentenbestrijding’ bij zich heeft, nergens aan vastklemmen.

De alternatieven – het gebruik van de onder de trein gemonteerde evacuatietrap van NS, of het oproepen van een speciale materiaalwagen met een bordestrap – duren te lang, oordeelt hij. ProRail wil opschieten: de temperatuur in het treinstel loopt op en de CO2-meters slaan uit. Marie Anne merkt daar weinig van, de raampjes in de trein staan open en zo warm vindt ze het ook weer niet.

„We gaan via de machinistenkamer”, zegt de teamleider in het voorbijgaan. En omdat Marie Anne daar het dichtste bij zit, gaat zij voorop. De teamleider is hier niet bij, wel een ProRail-medewerker die de weg in de cabine slecht weet. „Wat is de bedoeling?,” vraagt Marie Anne haar. „Zal ik voor de machinistenstoel langsgaan en dan achterwaarts naar beneden klimmen?”

Duidelijke instructies blijven volgens haar uit, waarna ze zich uit de trein laat zakken. In de buitenwand van het treinstel, onder de deur van de machinist, zit een uitsparing die als trede kan fungeren. Daaronder zit een stalen beugel. Zo’n anderhalve meter onder haar op het talud ziet ze een andere ProRail-medewerker. Hij staat op een afstandje te kijken.

Haar benen zijn te kort om vanaf de trede onder de deur de grond te voelen. Ze strekt haar ene been, terwijl de knie van haar andere been bijna onder haar kin zit. Dan stapt ze naar beneden, in het niets. Ze valt achterover. Even is ze buiten bewustzijn.

Haar benen zijn te kort om vanaf de trede onder de deur de grond te voelen

Als ze bijkomt ligt ze half op de keien van het talud, half op het zand daarnaast. Ze vermoedt dat ze op haar rugzak is gevallen, waarna haar hoofd hard naar achteren is geklapt. De ProRail-medewerker staat geschrokken bij haar en vraagt: „Jeetje, gaat het?”

Haar jas is gescheurd, ze heeft een flinke snee in haar hand en schrammen op haar elleboog. Anderhalve meter boven haar ziet ze de deur van de machinistenkamer openstaan. „Het gaat wel”, zegt ze en ze strompelt naar het volgende treinstel, enkele meters verderop. De elektriciteit in dit treinstel doet het wel, ze ziet dat de ProRail-evacuatietrap keurig aan de uitgeklapte drempel onder de deuren vastzit. Gehavend klimt ze de trein in. Het duurt een paar minuten voordat ook de andere passagiers uit het kapotte treinstel instappen. Na haar val hebben personeelsleden van NS en ProRail deze mensen geholpen om rustig en veilig uit de machinistenkamer te klimmen.

Tijdens de rit naar Leiden krijgt Marie Anne pijn in haar rug, hoofd, nek en heup. Ze appt foto’s van haar handen, elleboog en stoffige kleren naar Jeroen. Als ze uitstapt op station Leiden wordt ze overvallen door de drukte. Mensen snellen langs haar heen om de trein naar Schiphol te halen, anders missen ze hun vlucht. Maar bij haar gaat alles in slow motion. Licht en geluid komen vervormd binnen.

Ze belt Jeroen om te vertellen dat het niet gaat en sleept zich de trap af, naar de infobalie van de NS. Daar gaat ze duizelig en misselijk op de grond zitten. De vrouw van de infobalie belt een ambulance, die haar naar het LUMC brengt. Migraine, is de diagnose van de eerstehulparts. Jeroen, die haar vanuit Amsterdam komt ophalen, mag haar zo meenemen.

Maar thuis verergeren haar klachten. In Amsterdam zijn er te veel prikkels en Jeroen en Marie Anne besluiten een paar dagen naar hun stacaravan op de camping vlak bij safaripark Beekse Bergen te gaan. Een paar dagen later belanden ze via de lokale huisarts in het ziekenhuis in Tilburg, waar de diagnose ‘zware hersenschudding’ wordt gesteld. Rust houden, is het advies.

Ruim een jaar later bivakkeren Marie Anne en Jeroen nog steeds in hun stacaravan. En dat blijft voorlopig zo. Ze hebben besloten hun huis in Amsterdam te verkopen, sinds het ongeval hebben ze geldzorgen.

Met Marie Anne gaat het nog steeds niet goed. Ze is overgevoelig voor licht en geluid, slaapt veel en kan zich niet goed concentreren. Toen haar vader overleed, twee maanden na haar val, zat ze in een kamertje in het uitvaartcentrum met een koptelefoon en slaapmasker op. Zo kon ze er toch bij zijn. In een golfkarretje werd ze naar het graf gereden.

„Voor mijn ongeluk was ik energiek, had ik drie vaste opdrachtgevers en andere klussen, nam ik deel aan het leven”, zegt Marie Anne op een tuinbank bij de stacaravan – zonnebril op, hond aan haar voeten. „Nu kan ik nog niet eens fietsen. Wat me ook in de weg zit: NS en ProRail doen alsof er niets is gebeurd, alsof ik me aanstel. Ze bagatelliseren mijn ongeluk en lopen weg voor hun verantwoordelijkheid.”

Het afgelopen jaar is één grote zoektocht geweest, vertelt Jeroen. „Marie Anne heeft geen precieze herinneringen aan haar val en wil weten wat er echt is gebeurd. Voor zichzelf, maar ook voor de verzekering. Ze heeft sinds het ongeval niet meer gewerkt. Gelukkig heeft ze een bescheiden arbeidsongeschiktheidsverzekering, maar die dekt lang niet al het inkomensverlies.”

De zoektocht van Jeroen begint bij de klantenservice van de NS, waar hij na een aantal lange telefoontjes wordt doorverwezen naar de afdeling ‘complexe klachten’. Zo’n twee maanden na zijn eerste telefoontje komt hij terecht bij de verzekeringstak van de spoorwegen, die zeven weken later (in september 2022) aansprakelijkheid erkent voor het ongeval. NS maakt dat najaar in totaal 10.000 euro „factuurvoorschot” over, vooruitlopend op het vaststellen van de totale schade. Het bedrijf schuift de externe letselschade-expert Maarten van der Linden naar voren, die in november op de stoep staat bij de stacaravan.

Van der Linden stelt allerlei medische vragen en twijfelt volgens Marie Anne aan de ernst van haar klachten en aan het inkomensverlies dat zij opvoert. Hij wil „medische informatie” zien over „objectiveerbare afwijkingen”, jaarcijfers, opdrachtbevestigingen en andere stukken – dit om „meningen” te scheiden van „feiten”, zo staat in het verslag. .

Intussen is maatschappelijke ophef ontstaan over de NS. Het bedrijf blijkt te onderschatten hoeveel treinen er uitvallen door gebreken aan het materieel en het heeft te weinig zicht op gevaarlijke situaties op het spoor, meldt NRC in oktober na onderzoek van een klokkenluidersdossier. Eén van de problemen: de NS verzuimt technische mankementen te melden aan de toezichthouder, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). In plaats daarvan probeert het bedrijf de problemen binnenskamers op te lossen.

Jeroen Borst stuit op eenzelfde dichte deur. Hij belt met de Onderzoeksraad voor Veiligheid, de ILT en het Klachtenloket Openbaar Vervoer, maar komt nauwelijks verder. „Wie ik ook spreek: niemand weet iets over de evacuatie van de sprinter, over de noodtrap die niet wer Source: NRC

Previous

Next