Home

Ongezond leven is ongezond slapen, en andersom - ook kinderen zitten steeds vaker in die vicieuze cirkel

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Slaaptekort Kinderen en pubers slapen steeds korter, wat onder meer het risico op overgewicht en obesitas vergroot. Een van de oorzaken: stress en prestatiedruk. „Ook de school heeft hierin een rol.”

De 15-jarige jongen die onlangs in de spreekkamer tegenover kinderpsychiater en somnoloog Shalini Soechitram zat, sliep al maanden slecht. Hij kon niet in slaap komen, en als hij eenmaal sliep, bleef zijn slaap onrustig. Hij had al een medisch onderzoekstraject achter de rug, zonder resultaat, en was inmiddels zo vermoeid geraakt dat hij niet meer naar school kon. Soechitram had, na een eerste gesprek met de jongen en zijn ouders, het behandelplan klaar toen haar ineens een vraag te binnen schoot: „Drink je cola?” In cola zit cafeïne, en dat kan de slaap beïnvloeden. Antwoord: ja, twee liter per dag. Zijn ouders hadden geen idee dat dít de oorzaak kon zijn. Eenmaal gestopt met de cola was de jongen verlost van zijn slaapprobleem. Soechitram: „We realiseren ons niet hoe weinig kennis er over slaap is bij veel ouders.”

En niet alleen bij ouders, zegt wetenschapper Laura Belmon, die vorige maand aan de VU Amsterdam promoveerde op de slaapgezondheid van kinderen. Ook de school, de (lokale) politiek en de zorg hebben volgens haar te weinig aandacht voor slecht slapen en de onderliggende oorzaken daarvan. Terwijl kinderen en pubers steeds korter slapen. Dat heeft veel gevolgen. Zo is er een direct verband tussen een slechte slaapgezondheid en het ontwikkelen van overgewicht en obesitas. Belmon: „Kinderen die te weinig slapen hebben twee keer zoveel kans op overgewicht als kinderen die voldoende slapen.”

Er zijn wetenschappers die de afnemende slaapduur zelfs „een wereldwijde epidemie” noemen. In hun publicatie voegden ze een lange lijst aan verhoogde gezondheidsrisico’s toe. Hoog op de lijst, tussen hart- en vaatziekten, depressie en kanker: obesitas. Het woord epidemie vindt Belmon twijfelachtig – te weinig slaap is op zichzelf geen ziekte. „Maar het is zeker wel een wereldwijd probleem.”

In de preventie en behandeling van overgewicht bij kinderen wordt nu vooral aandacht besteed aan voeding en beweging, niet aan slaap. Terwijl de relatie tussen slaap en overgewicht „symbiotisch” is, zegt slaaponderzoeker Ed de Bruin. Hij onderzoekt aan de Universiteit van Twente slaapgedrag- en behandeling van jongeren. „Als de hele bevolking last krijgt van overgewicht, zal de hele bevolking ook last krijgen van slaapproblemen.”

Wie ’s avonds langer wakker is, heeft meer tijd om te snacken en krijgt eerder zin in eten. ’s Avonds eten leidt vervolgens ook weer tot langer wakker blijven .

Wie te kort slaapt, voelt zich de volgende dag vermoeid en lamlendig – en beweegt minder. Te weinig slaap leidt ook tot hormonale veranderingen die het honger- en verzadigingsgevoel uit balans brengen, waardoor de behoefte aan meer eten toeneemt.

Wie te weinig beweegt en ongezond eet en drinkt, slaapt minder goed.

Het is een vicieuze cirkel waar kinderen moeilijk uit kunnen komen, zegt Ed de Bruin. En als ze er eenmaal in zitten, wordt het makkelijk erger. Hoe zwaarder het kind wordt, hoe moeilijker het wordt om te bewegen, en omgekeerd. En hoe slechter het vaak ook slaapt – zo heeft een kind met overgewicht meer kans op het ontwikkelen van slaapapneu. Dat zijn lange adempauzes tijdens de slaap met grote gevolgen voor de slaapkwaliteit en de gezondheid. Mensen met apneu missen de diepe slaap, worden vaak wakker in de nacht en voelen zich de volgende dag vaak niet uitgerust terwijl ze wel geslapen hebben.

Slaapapneu bij kinderen is écht nog een onbekend probleem, zegt kinderpsychiater Soechitram. Er wordt volgens haar bij kinderen met overgewicht of obesitas niet snel gedacht aan slaapapneu als de oorzaak van het slechte slapen. Terwijl die dus medeverantwoordelijk kan zijn voor het onderhouden van dat overgewicht.

Het is moeilijk te onderzoeken hoeveel uur kinderen slapen, en dus ook hoeveel slaap ze gemiddeld tekortkomen, omdat onderzoekers moeten afgaan op wat zij of hun ouders zelf zeggen. En welk kind weet hoe laat het precies in slaap valt? Maar onderzoekers van de University of South Australia die keken naar gegevens over het aantal uren slaap van bijna 700.000 kinderen tussen de 5 en 18 jaar uit twintig landen tussen 1905 en 2008, stelden vast dat die elk jaar een heel klein beetje verder afnam, naar in totaal ruim een uur minder slaap per nacht in honderd jaar tijd. En toen moest de smartphone nog komen.

Het speelt mee dat de prestatiedruk toeneemt

Laura Belmon zag in haar eigen onderzoek, dat zich toespitst op kinderen in de basisschoolleeftijd, twee belangrijke slaapconcurrenten: schermgebruik en stress. Het is bekend dat computer, smartphone en tablet leiden tot minder slaap. De biologische klok is heel gevoelig voor licht, zegt slaapdeskundige Ed de Bruin. Als het niet donker wordt, onderdrukt dat de afgifte van melatonine, een slaaphormoon. Die ‘knik’ moet ongeveer anderhalf uur voor het slapen plaatsvinden. „Als je die tijd voor het inslapen invult met actieve taken, zoals eten en sport, maar vooral met licht, en dan vooral blauwe schermen, vindt de melatonine-afgifte later plaats. En verschuift ook die biologische klok.” Daarbij wordt de slaap beïnvloed door de cognitieve alertheid en emoties die het bezig zijn met bijvoorbeeld sociale media en games met zich kunnen meebrengen.

Uit een onderzoek van het RIVM (2018) bleek dat kinderen en adolescenten die dagelijks en/of langdurig naar een scherm kijken in de avonduren, twintig tot veertig minuten per nacht minder slapen, meer last hebben van slaapklachten en van slaperigheid overdag. In dat onderzoek zat 22 procent van de kinderen (8-13 jaar) dagelijks achter een scherm in de avond, televisie niet meegeteld, en 83 procent van de adolescenten (13-18 jaar). Een groot deel van die groep deed dat ook langdurig: meer dan twee uur per avond.

En dan te bedenken, zegt Belmon, dat het schermgebruik door kinderen sindsdien juist een enorme vlucht heeft genomen, en dat kinderen op steeds jongere leeftijd een eigen smartphone krijgen. Zij denkt dat de cijfers nu, ruim vijf jaar later, alweer heel anders zullen zijn.

Ook de invloed van die andere slaapconcurrenten wordt alsmaar groter: stress, angst en zorgen. Belmon: „Dat thema komt opvallend sterk naar boven in mijn onderzoek.” Ze sprak daarvoor met kinderen, ouders en deskundigen. De oorzaak van de stress verschilde bij de kinderen. „Maar het speelt zeker mee dat kinderen steeds meer moeten en dat de prestatiedruk toeneemt. We vinden het belangrijk dat onze kinderen goed presteren, op school, in hun sport en in hun sociale interacties.” Het is gek dat we veel van kinderen verwachten, maar dat er zo weinig aandacht is voor het creëren van de voorwaarden waaronder ze kúnnen presteren, zegt ze. Zoals goed slapen. Belmon: „Vaak wordt gedacht: slapen gebeurt thuis, dus die verantwoordelijkheid ligt bij de ouders. Maar als je kijkt naar de oorzaken van slecht slapen, heeft bijvoorbeeld ook de school daar een grote rol in.” Scholen zouden bijvoorbeeld niet meer ’s avonds online moeten communiceren, zegt Belmon. Besteedt de school voldoende aandacht aan fysieke activiteiten en het stimuleren daarvan? Kunnen kinderen er goed buiten spelen? Komt er voldoende daglicht binnen in de lokalen? Is er een anti-pestbeleid, is er aandacht voor het aanleren van vaardigheden om te ontspannen?

En: hebben huisartsen en andere zorgverleners voldoende kennis over slaap? Geven zij opvoedtips die de ouders ook daadwerkelijk kunnen gebruiken? Niet elke ouder heeft de ruimte, geestelijk of praktisch, om te zorgen voor een rustige bedtijdroutine en een fijne slaapkamersfeer met weinig geluid van buiten. Niet elke ouder kan thuis zijn als zijn kind naar bed moet.

Kinderpsychiater Shalini Soechitram ziet in haar praktijk geregeld het bewijs van een tekort aan kennis over het belang van een goede slaapgezondheid, en wat daarvoor nodig is. Zowel bij de ouders, zoals die van de jongen die zoveel cola dronk, als bij de scholen, huisartsen en andere volwassenen rond een kind. Jonge kinderen die slecht slapen en overdag heel druk zijn, bijvoorbeeld. „Dan zegt de leerkracht tegen de ouders: heeft uw kind geen adhd? Moet het geen pilletje hebben? Terwijl we weten dat kinderen die vermoeid zijn, juist hyperactief worden, om maar niet te hoeven toegeven aan die slaap.” Of pubers die tot negen uur ’s avonds achter een scherm huiswerk moeten maken. „Dan kun je niet verwachten dat ze om half tien in slaap vallen. Maar ze moeten de volgende dag wél weer om half negen in de les zitten.”

Het draait allemaal om balans, zegt Soechitram, en juist die is vaak zoek. Zodra er een disbalans ontstaat in lichamelijke en cognitieve activiteit, kan dat leiden tot verstoring van de slaap. Te veel mentale inspanning is niet goed, te weinig ook niet. Te weinig bewegen is niet goed, te veel ook niet. Kijk naar de stijgende cijfers van jongeren met psychische problemen, vaak vero Source: NRC

Previous

Next