‘Schrijven. Ik heb zestien jaar wekelijks in een keuken gewerkt, als souschef slash keukenhulp, maar vooral als keukenhulp. ’s Middags taarten bakken, ’s avonds alles klaarzetten voor de chef, borden mooi maken. Ik hou erg van eten, en het sociale wat erbij hoort. Maar koken kan ik eigenlijk niet. Wie goed kan koken kan improviseren, creëren. Dat kan ik met schrijven wel. Ik word nerveus als ik moet multitasken. Een kok moet dat voortdurend. Vier pannen op het fornuis, dan gaat het bij mij dus al mis.
‘Schrijven is mijn houvast. Fran Lebowitz interviewde ooit Toni Morrison. Waarom schrijf je, vroeg Lebowitz. Otherwise I’m stuck with life, antwoordde Morrison. Dat is het precies. Ik weet vaak niet goed wat ik met het leven aan moet. Als ik schrijf, heb ik het idee dat ik mijn ervaringen heel even kan vangen, dat ik er iets mee kan doen. Schrijven is ordenen, vormgeven. En een boek is ook zo mooi. Een hapje leven dat niet meer kan wegrennen.’
Over de auteur
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant met bijzondere aandacht voor cultuur, literatuur en de Surinaamse en Caribische koloniale geschiedenis.
‘Gast. Ik ben geen goede gastvrouw. Wel voor vrienden, maar niet professioneel. Ik werkte ooit in een ijssalon, maar de eigenaar zei vrij snel: ga jij maar ijs maken. Ik kan gewoon niet aardig doen tegen stomme mensen. In die zin lijk ik wel op kok Alp, de hoofdpersoon in mijn roman. Dat misantropische heb ik ook. Als iemand al bellend een bestelling wilde doorgeven bijvoorbeeld, in de ijssalon. Dan liep ik gewoon weg.’
‘Schetsend, helaas. Op intuïtie, eindeloos puzzelen en schuiven, daar maak ik het mezelf moeilijk mee. Ik vind een plot geweldig hoor. (Lacht.) Voor een film. Bij mij draait het in boeken meer om sfeer. De setting, de stijl, de vertelstem. Er hoeft niet zo veel te gebeuren.
‘Mijn verhaalideeën komen vooral uit sfeer voort. In mijn debuut was dat een onveilige sfeer, nu is het luchtiger. Al voel je meteen ook de stress van iemand die zich vastdraait in een kleine ruimte, de snelkookpan en microkosmos van de keuken. Ik hou van mensen die een beetje onaangepast zijn, een stugge kippenboer of een misantropische kok. Mensen die hun eigen koers varen. Ook al gaat die recht op de klippen af.’
‘Moeders van anderen was mijn debuut. Een deels autobiografisch verhaal over opgroeien met en loskomen van een verslaafde moeder. Mijn moeder voelde zich verraden door het boek en was ontzettend kwaad. In 2021 overleed ze. Ze heeft het me nooit vergeven. Ik begrijp wel dat ze zich verraden voelde. Ze was altijd enorm trots op haar drie kinderen, en daardoor ook op zichzelf. Daar heb ik haar iets van ontnomen. Ik weet nog steeds niet of het juist was om van zoiets complex en persoonlijks een boek te maken. Toch is het boek me dierbaar, door dat deel van mijn leven vorm te geven heb ik me ergens van weten te bevrijden.’
‘Moeilijke tweede. Ik had ongeveer eenderde van mijn boek geschreven toen ik in 2020 covid kreeg en niet meer herstelde. Een jaar lang kon ik niets meer, ik kon geen enkele prikkel verdragen, geen licht, geen geluid. Ik kon niet goed meer lopen en niet meer denken. Ik leek wel dement. Vuile was in de koelkast, huilen als iemand me een vraag stelde. Ik kon informatie niet meer verwerken.
‘Schrijven lukte ook niet meer, maar ik bleef het hardnekkig proberen, zo bang was ik dat alles me zou ontglippen. Maar het sloeg nergens op wat ik schreef, woorden door elkaar, gekke zinnen. Uiteindelijk moest ik het toch wegleggen. Wel ironisch, omdat ik schrijf over een eenzame kok in zijn eigen universum die grip op zijn leven probeert te krijgen. Er zit een echo van mijn eigen leven in het boek.
‘Het afgelopen jaar ging het steeds een beetje beter. Ik kreeg meer energie, kon wandelingetjes maken, een gesprek voeren. De hersenmist trok langzaam op. Het begon met een halfuurtje schrijven per dag, en steeds iets meer. De long covid is niet over, maar het gaat gelukkig een stuk beter.’
‘Achterkant, sowieso. In een restaurant, maar ik vind de achterkant van het leven ook het meest interessant. Daar waar het rafelt. Voorkant-mensen zijn mensen die alles komt aanwaaien. De mensen aan de achterkant zijn meer mijn mensen, de ploeteraars.
‘Mijn moeder was zo iemand. Ze had weinig geld, geen opleiding, had een bipolaire stoornis waardoor ze erg onstabiel was. In mijn boeken breek ik graag een lans voor mensen die een beetje achter het leven aanhobbelen. Niet iedereen heeft het vermogen om zich aan te passen, mee te lopen, af en toe een succesje te scoren.
‘Door mijn moeder weet ik dat het leven niet voor iedereen hetzelfde is. Hoe dun de lijn is tussen meedoen en niet meer kunnen meekomen. Nu ik ziek ben, merk ik opnieuw hoe moeilijk mensen zich in een ander kunnen verplaatsen. Veel mensen hopen of denken dat het toch aan mij moet liggen. Precies zo gaat het denk ik met armoede, eenzaamheid, verslavingen en dergelijke. We slaan onszelf te graag op de borst voor zaken die je simpelweg onder geluk kunt scharen.’
‘Als restaurantnaam allebei vreselijk. De verkeerd gespelde metaalsoort is volgens mij op zijn retour. Staal met dubbel ‘l’ of brons met een ‘z’ of ‘sch’. Woordgrapjes heb ik een tijdje verzameld. Tirami-soep, Veni, vidi, veggie: allemaal even verschrikkelijk. Erger vind ik de trend van bullshit-eten, vlees in een stomazakje, een interessant gegaard worteltje, gefermenteerde friemels, liflafjes – vreselijk, geef me gewoon goed bereid eten, simpel en lekker vers, anders voel ik me in de maling genomen. ’
‘Mensen zijn smerig, in het boek staan nog meer voorbeelden. Ik denk dat schoonmakers je meer over de menselijke soort en ons dunne laagje beschaving kunnen vertellen dan antropologen. Maar voor een kok is saus apart absoluut erger. Alp kun je er gek mee krijgen. Een kok bedenkt een gerecht, waarin alles precies is zoals het moet zijn. Saus apart is voor een kok net zoiets als tegen een schrijver zeggen: leuk hoor, zo’n heel boek, maar doe mij maar alleen hoofdstuk 5.’
‘Voor veel dingen voel ik meer weerzin dan verlangen, vrees ik. Ik kan me rustig een hele dag ergeren. Dat is niet moeilijk als je een beetje oplet. Aan armoede, uitsluiting, of hoe we met dieren en het milieu omgaan. Ik kan slecht tegen onrecht, tegen hufterig gedrag. Van mijn vriendin heb ik geleerd me te verbazen in plaats van te ergeren. Dat kost minder energie.
‘En ik heb geleerd me aan veel te onttrekken. Het leven zo in te richten dat het beter bij me past. Een beetje om de mensen heen, weinig sociale verplichtingen. Uiteindelijk word ik natuurlijk een kluizenaar. Ik denk dat het niet erg is om een leven te leiden dat anderen niet altijd begrijpen. Een leven zonder haast, zonder kinderen, of zonder daglicht. Net wat je prettig vindt.’
‘Alp. Slootjes is de eigenaar van het restaurant waar Alp werkt. Slootjes is het type dat lijdt aan positiviteitsdwang, dat emotie ziet als stoorzender van de rede. Als je problemen hebt of dik of ongelukkig bent, dan heb je dat jezelf aangedaan. Eenzaam? Dan moet je gewoon wat vaker onder de mensen komen. Simplistische oplossingen aandragen voor complexe, gelaagde levensdilemma’s. Dat soort mensen kunnen me helemaal gek maken.’
‘Alp is een beetje vastgedraaid in zijn eigen hoofd. Als hij gewoon lekker gerechten kon koken was zijn leven prima, maar helaas zijn er gasten, mensen in het algemeen, mensen die zich met hem bemoeien, dingen verwachten. Dat is zijn pech. Mensen zijn ruis, het leven is ruis, ouders zijn ruis. Ruis, ruis, ruis. Ja, ik snap hem wel.’
‘Ouders komen er nooit goed van af in mijn boeken. Ik denk dat veel ouders met de beste bedoelingen allerlei leed aanrichten. Dat klinkt hard, maar als ik om me heen kijk kan ik niets anders concluderen. En al die verwachtingen, impliciet of expliciet. Neem de ouders van Alp. Die zijn oud en hartstikke hulpbehoevend, maar wijzen alle reguliere hulp af. (Doet stemmetje.) ‘Nee, wij hebben een zoon.’’
Mirthe van Doornik: Een tafel bij het raam. Prometheus; 288 pagina’s; € 22,50.
1982 Geboren in Rotterdam
2002-2006 Studie journalistiek aan Inholland Select Studies in Rotterdam
2003-2020 Keukenhulp in Restaurant de Watertoren in Rotterdam
2016 Wint vakjuryprijs van de NPO Boekenweek Schrijfwedstrijd met kort verhaal
2017 Maakt documentaire ALS Anneke met haar zus Jade van Doornik, over hun zieke tante (uitgezonden door de NOS op NPO2)
2018 Debuteert met Moeders van anderen
2019 Wint de ANV Debutantenprijs voor haar debuutroman
2020 Wint de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor haar debuutroman
2023 Een tafel bij het raam
Mirthe van Doornik woont met haar vriendin in Amsterdam.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Source: Volkskrant