Home

De uittocht van Haagse politici is terug te voeren op een specifiek moment: 1 april 2021

‘Omtzigt, functie elders’, verruwing van de politiek, hegemonie van het neoliberalisme: de massale uittocht van Tweede Kamerleden valt goed te verklaren. De Kamer verliest aan ervaring. Of nieuwe hoofdrolspelers het tij zullen keren, zal afhangen van hun discipline en ambitie.

‘Dit besluit neem ik ook omwille van mijn welzijn. Ik zie uit naar rust’, zei Sylvana Simons toen ze maandag na twee jaar Kamerlidmaatschap bekendmaakte niet herkiesbaar te zijn voor Bij1. Vrijwel op hetzelfde moment kwam Farid Azarkan, Kamerlid sinds 2017, met dezelfde mededeling: ‘Tijd om andere dingen te gaan doen.’

Ze sluiten aan in de rij van politici die de afgelopen weken hun vertrek bekendmaakten. Renske Leijten (SP) opende de uittocht. Daarna volgden Mark Rutte (VVD), Sigrid Kaag (D66) en Wopke Hoekstra (CDA). Jesse Klaver (GL) liet weten dat hij geen lijsttrekker wil worden, minister Carola Schouten (CU) verdwijnt helemaal uit de politiek, net als Pieter Heerma, fractieleider van het CDA. In hun kielzog maakte een stoet Kamerleden bekend niet opnieuw op de kieslijst te willen, onder wie Peter Kwint (SP), Corinne Ellemeet (GL), Nicki Pouw-Verweij (Ja21), Romke de Jong (D66), Liane den Haan (Groep Den Haan) en René Peters (CDA). Pieter Omtzigt geeft binnenkort uitsluitsel over zijn plannen. Ook Kees van der Staaij (SGP) en Joost Eerdmans (Ja21) hebben nog niet gezegd of ze door willen.

Over de auteur
Ariejan Korteweg schrijft sinds 1987 voor de Volkskrant. Hij was correspondent in Parijs en werkte van 2013 tot 2022 als politiek verslaggever in Den Haag.

Een dergelijke uittocht is niet uniek in de politiek. In zekere zin was ook 2003 zo’n moment. Na het eerste kabinet-Balkenende, dat na vijf maanden sneuvelde op geruzie rond de bewindspersonen van de LPF, kregen PvdA (Bos), VVD, (Zalm), CU (Rouvoet) en GroenLinks (Halsema) een nieuwe leider. Net als nu was het toen het brede politieke midden – alles van GL tot VVD – dat een leiderswissel doorvoerde. De meeste flankpartijen zagen daarvoor, net als nu, geen aanleiding.

Ook in 2003 was er veel onvrede in het land, Pim Fortuyn was daarvan de katalysator geweest. Zijn dood maakte scherpe tegenstellingen zichtbaar. Ook in 2002 en 2003 waren politici onzeker over hoe te reageren op die onvrede. GroenLinks-leider Rosenmöller stapte op vanwege bedreigingen, niet alleen van hemzelf maar ook van zijn familie – dezelfde reden die Kaag nu geeft voor haar vertrek uit de politiek. Maar daarmee houden de overeenkomsten wel zo’n beetje op.

Het lijkt nu alsof de exodus begonnen is met de val van het kabinet-Rutte IV op 7 juli en het aangekondigde vertrek van minister-president Rutte, drie dagen later. In wezen is de uittocht van 2023 er een van achterstallig onderhoud. Het eigenlijke vertrekpunt ligt veel eerder, op 1 april 2021, een van de cruciale data in de Nederlandse politiek. De geschiedenis is bekend: tijdens verkennende gesprekken voor de formatie blijkt over prominent CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt te zijn gesproken. ‘Pieter Omtzigt, functie elders’ stond in de aantekeningen van verkenner Kajsa Ollongren. In het Kamerdebat dat daarover werd gehouden, zei demissionair premier Rutte zich dat niet te herinneren.

Die nacht van 1 april brak er iets in de Kamer. Een motie van wantrouwen tegen Rutte werd nipt weggestemd, maar coalitiepartners CDA en D66 spraken harde woorden. ‘Hier scheiden onze wegen’, zei Kaag. De CU ging nog verder. Partijleider Gert-Jan Segers verklaarde twee dagen na het debat alsnog dat hij Rutte niet meer kon vertrouwen en dat de CU geen deel zou uitmaken van een vierde kabinet Rutte. Had hij dat inzicht al tijdens het debat gehad, dan waren de afgelopen jaren in politiek opzicht heel anders gelopen.

De gevolgen van dat Omtzigt-debat waren groot. Het leidde tot een moeilijke formatie, waarbij veel oud zeer moest worden verwerkt voordat überhaupt over inhoud kon worden gesproken. Bij de burger zou de duur van de formatie het vertrouwen in de politiek verder op de proef stellen. Niet alleen Rutte, ook de andere partijleiders leverden geloofwaardigheid in toen ze alsnog toetraden tot een coalitie met de VVD. Kaag kon, nu ze opnieuw ging dienen onder de man die ze zo fel op zijn bestuurscultuur had aangevallen, de belofte van nieuw leiderschap onmogelijk overeind houden. Ook de reputatie van Segers liep een stevige kras op.

Doordat het drama van 1 april nooit werd opgelost en Mark Rutte, de hoofdrolspeler in de affaire, dat gegeven negeerde, was het kabinet dat anderhalf jaar na zijn installatie viel al aangeschoten voordat het goed en wel vertrokken was. Dat de coalitiegenoten van toen nu allemaal hun afscheid uit de politiek bekendmaken of – zoals Segers – al vertrokken zijn, is geen toeval maar een verlate conclusie. Voor hen is er op het politieke strijdtoneel geen eer meer te behalen omdat alles in het licht staat van hun gebrek aan dadendrang op 1 april 2021.

Tot het einde toe is de pijn daarover ongelijk verdeeld. Waar Segers, Hoekstra en Kaag bij hun vertrek spraken over lastige keuzen, een superzware baan en een grimmige sfeer, was Rutte aanzienlijk onthechter. Hij had op zondagochtend koffiegedronken met wat vrienden – een van hen wist niet eens dat het kabinet was gevallen. Daarop volgde wat Rutte omschreef als een epifaan moment: de plotselinge openbaring dat zijn tijd erop zat. ‘Soms moet je je buik en hart volgen.’ Ieder ander die het aftreden op zo’n manier motiveert, zou weggelachen zijn. De premier kwam ermee weg.

Ook de omstandigheden waaronder het politieke proces zich afspeelt, zijn veranderd. De sfeer in en rond de landspolitiek is verhard. Sociale media spelen daarbij een sleutelrol. Voor politici hebben ze een enorm voordeel: dankzij sociale media kunnen ze direct contact leggen met hun achterban, zonder sturende tussenkomst van journalisten van kranten, radio of tv. Van die mogelijkheid maken ze dankbaar gebruik. De Tweede Kamer is veranderd in Studio Binnenhof, debatbijdragen worden toegesneden op optimaal gebruik via sociale media of de eigen kanalen die elke partij inmiddels tot zijn beschikking heeft.

De keerzijde is dat politici ook direct bereikbaar zijn voor de burger. Die kan ongefilterd – en desgewenst anoniem – zijn opvattingen richting politici slingeren. Sociale media bepalen voor een groot deel de grimmige sfeer die rond de politiek kan hangen: bedreigingen nemen toe, veel politici worden beveiligd. Veel vertrekkers noemen onveiligheid of de slechte sfeer als reden om niet door te willen.

Die verharding zit ook in het politieke bedrijf zelf. Het respect voor ambtsgenoten is afgenomen, waarbij de Kamerleden van Forum voor Democratie een voortrekkersrol vervullen. Dat doen ze in de Kamer – denk aan de uitspraak ‘Er komen tribunalen’. Maar ook daarbuiten, op de eigen sociale media, spreekt Baudet over Kamerleden als ‘een soort mongolen’ en over bewindspersonen als clowns. PVV-leider Wilders noemt Kaag op Twitter al jarenlang ‘heks’, wat door zijn achterban grif wordt overgenomen.

Kamervoorzitter Vera Bergkamp doet vaak een beroep op de verantwoordelijkheid van Kamerleden om samen het fatsoen te bewaken. Of dat voldoende is, moet nog blijken. In het betaalde voetbal wordt de discussie gevoerd of het gedrag van spelers op het veld – harde overtredingen, intimidatie van de scheidsrechter, pijn simuleren – van invloed is op het supportersgeweld buiten het veld en daarom aan banden moet worden gelegd. Hetzelfde debat kan in de politiek worden gevoerd: slecht voorbeeld doet slecht volgen.

Dat die verruwing niet op slag voorbij is als zich een nieuw contingent lijsttrekkers aandient, blijkt uit de reacties op de kandidaten. Dilan Yesilgöz (VVD) wordt op haar Turks-Koerdische afkomst aangevallen, Rob Jetten (D66) wordt onthaald op een portie homohaat, bij Frans Timmermans (PvdA) wordt gewezen op vermeende karakterologische mankementen, zoals een groot ego. Politici zonder groot ego zijn zeldzaam, zoals columnist Marcia Luyten al opmerkte. (Al zijn er genoeg – denk aan Merkel, maar ook aan Rutte en Wilders – die dat goed verborgen weten te houden).

Doordat het neoliberalisme, waarbij de markt leidend is en de rol van de overheid beperkt, als leidende ideologie door de meeste partijen is omarmd, zijn de ideologische marges smal. Het brede midden is eenvormig geworden. Debatten gaan zelden over opvattingen en principes, maar vaak over de gevolgen van beleid. Dat maakt de val van het kabinet ook zo wonderlijk. Hier zouden de principes van de ChristenUnie over gezinshereniging – een partij met uitgesproken opvattingen over de omgang met vluchtelingen – zijn gebotst op die van de VVD, die het dossier in de afgelopen jaren juist consequent pragmatisch leek te benaderen.

Als de rol van ideologie slinkt, wordt besturen hoger aangeslagen dan politiek bedrijven. Veel politieke kopstukken zien een functie als bewindspersoon als het hoogst haalbare. Hoekstra gaf zijn positie in de consultancy op om het land te besturen. Datzelfde geldt voor Kaag en voor andere zijinstromers – Ernst Kuipers, Robbert Dijkgraaf, Gunay Uslu, Micky Adriaansens, Conny Helder – die met zicht op een post als bewindspersoon besloten actief te worden. Sommigen moesten zelfs eerst nog partijlid worden. Hugo de Jonge huivert bij de gedachte Kamerlid te worden. Ook Mark Rutte, die een paar jaar Kamerlid was, is bij uitstek een bestuurder. Niet de ideeënstrijd trekt hen aan in de politiek, maar het uitvoerende werk. De minister-president zei het al eens met zoveel woorden over zijn collega’s: de bewin Source: Volkskrant

Previous

Next