Het was een woensdagnacht ergens in augustus en ik zat op een boot voor de kust van Libië. De bemanning had vlak daarvoor ongeveer driehonderd drenkelingen aan boord gehaald, onder wie acht lijken. Ze waren anderhalf etmaal daarvoor verdronken en de onverjaagbare geur die ik toen rook – het was die zomer tegen de 40 graden – zal ik nooit meer vergeten. Al was het maar omdat hij soms, op onbewaakte momenten, opeens mijn neus weer binnendringt.
Bijvoorbeeld toen ik donderdag het ijzingwekkende verhaal las van correspondent Rosa van Gool. In Athene sprak ze een aantal overlevenden van een scheepsramp, waarbij vorige maand honderden mensen stierven. Vooral de terloopse zinnetjes in het verhaal troffen me. ‘Twee van de vier op het bovendek aanwezige kinderen zijn dan al overleden door uitdroging’, aldus de situatie na vier dagen op zee.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Toen na die ramp de gebruikelijke verontwaardiging loskwam, vergeleek een woordvoerder van Human Rights Watch dat treffend met de massale schietpartijen in de VS die wij als Europeanen altijd zo hoofdschuddend aanzien. ‘Het blijft gebeuren. En iedere keer doen politici alsof ze aangeslagen zijn. Maar iedere keer houden ze het beleid dat eraan ten grondslag ligt in stand. Waarna het blijft gebeuren.’
Dan ken je mij nog niet, moet Mark Rutte hebben gedacht toen hij dat las, want een paar dagen later al trok hij samen met een EU-delegatie naar Tunis om een migratiedeal te sluiten met Kais Saied, de autocratische president van Tunesië. In ruil voor 1 miljard euro aan grotendeels leningen zou Saied voor ons de migranten tegenhouden. Einde probleem.
‘Een mijlpaal’, waren de woorden die Rutte zelf koos, maar maandag beschreef correspondent Jenne Jan Holtland de achterkant van die deal. Hij liet zien hoe zwarte migranten en masse door de Tunesische autoriteiten van straat worden geplukt en met bussen naar de woestijn worden gebracht, ver weg van de grens met de EU. Vier mensen zouden al door uitdroging om het leven zijn gekomen, onder wie een moeder en dochter. Het leken mij pure razzia’s, en wij betalen ervoor.
Toen ik las dat die deal desondanks als blauwdruk geldt voor toekomstige afspraken met Egypte, Algerije en Marokko, drong die geur van eerder mijn neus weer binnen. Hoe kun je als continent zo trots zijn op je joods-christelijke gedachtengoed, dacht ik, en ondertussen een heel volk door de woestijn laten zwerven?
Een aantal jaar nadat die acht lijken aan boord kwamen, deed ik verslag vanuit het Griekse vluchtelingenkamp Moria. Op de radio vertelde ik dat het er naar pis stonk en dat veel vrouwen luiers droegen, omdat ze ’s nachts niet naar de wc durfden uit angst voor verkrachting.
Na die uitzending kreeg ik een bericht van Sywert van Lienden. U weet wel, die ondernemer met dat scherp afgestelde morele kompas. Ik was mogelijk ‘te emotioneel betrokken geraakt bij het onderwerp’ en kon beter geen verslag meer doen van de vluchtelingencrisis. Als het over migratie gaat, vond hij, moet je het grote plaatje in de gaten houden en over cijfers praten. Niet over emoties.
Ik was het daar toen niet mee eens, en dat ben ik nog steeds niet. In een tijd dat we deals sluiten met dictators en er vervolgens applaus klinkt, omdat het beter zou zijn te sterven in de woestijn dan op zee, hebben we volgens mij alle emotie nodig die voorhanden is.
Source: Volkskrant