De wereldwijde toename van het aantal zonnepanelen gaat razendsnel. Ook in Nederland, waar op dit moment zo’n 20 gigawatt aan vermogen staat opgesteld. Op een zonnige dag betekent dit dat al die panelen samen meer vermogen opleveren dan Nederland nodig heeft. En dat is bijvoorbeeld te zien aan negatieve prijzen voor elektriciteit. Met de huidige elektriciteitsmarkt betekent dit dat je voor het opladen van je elektrische auto geld ontvangt, terwijl je moet betalen om zonnestroom het net op te krijgen. Management van dit vermogen is een groot probleem, en daarmee staat de leveringszekerheid van elektriciteit op het spel.
Over de auteur
Wilfried van Sark is hoogleraar integratie van zonne-energie aan de Universiteit Utrecht.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Die 20 gigawatt komt van miljoenen kleine en grote eenheden, verspreid over het land. Ruim de helft is geïnstalleerd als een systeem van vier tot tien zonnepanelen op daken in de gebouwde omgeving. Eigenaren van zulke decentrale systemen laten met een app trots zien hoeveel voordeel zo’n installatie ze oplevert. Die opbrengstdata worden gemeten door de omvormer en vervolgens in de cloud van de omvormerfabrikant opgeslagen. Die gegevens zijn niet beschikbaar voor de netbeheerders, maar toch wordt er dan 10 gigawatt opgewekt.
Is dat erg? Ja, want netbeheerders willen weten waar ze aan toe zijn, anders dreigt er ‘verstopping’ van het stroomnet, en daarmee uitval. Ons elektriciteitssysteem bestaat voor een belangrijk deel uit tientallen grote centrales waarvan bekend is hoeveel ze produceren. Dat moeten ze namelijk een dag van tevoren al melden aan de landelijke netbeheerder TenneT. Dat gaat via een biedingssysteem. Netbeheer is goed mogelijk op de dag zelf.
Eventuele onbalans tussen vraag en aanbod van elektriciteit kan via de onbalansmarkt worden vereffend. Zo is leveringszekerheid dan goed te garanderen. Maar voeg daar
10 gigawatt aan ‘onvoorspelbaar’ vermogen aan toe, en netbeheerders kunnen slechts gissen wat er gebeurt. Met de snelgroeiende hoeveelheid zonnepanelen, én de stroom afkomstig van windturbines, zouden opbrengstgegevens van al die mini-centrales verzameld moeten worden, zodat netbeheerders echt weten wat er gebeurt op het net.
Technisch gezien is de oplossing simpel: gebruik de opbrengstdata uit de clouds van de omvormerfabrikanten. Maar vanwege de privacyrichtlijnen worden die data niet gedeeld. Daarom zou de wetgeving aangepast moeten worden, zodat we die data wél kunnen gebruiken, maar dan op een manier vergelijkbaar met bijvoorbeeld de wetgeving rond slimme meters.
Er is al wel een nationaal register bij het Centraal Bureau voor de Statistiek, namelijk Ceres (Centrale Registratie van Systeemelementen), waarin onder andere wordt bijgehouden waar zonnepanelen zijn geïnstalleerd en wat hun vermogen is. Op basis hiervan is redelijk goed in te schatten wat de jaarlijkse bijdrage van zonnepanelen aan de Nederlandse elektriciteitsvoorziening zou kunnen zijn.
Over al die miljoenen kleine systemen moeten dan wel aannames worden gedaan. Bijvoorbeeld of de oriëntatie van de zonnepanelen oost, zuid of west of noord is. En over de hoek waaronder de panelen liggen: dat varieert meestal tussen de 10 en 45 graden, op veelal schuine daken. Ook moet worden aangenomen dat de zonnepanelen goed functioneren, en dat ze geen last hebben van bijvoorbeeld schaduw.
Helaas is niet duidelijk wat het actuele opgewekte vermogen is per systeem, eventueel nog berekend per dorp, stad of regio. De eigenaar van een klein systeem kan dat wel zien in zijn of haar app. Voor grote systemen, de andere helft van die 20 gigawatt, zijn er wel gegevens. Eigenaren van die systemen moeten namelijk, net als de conventionele centrales, aan TenneT aangeven hoeveel stroom ze verwachten te leveren.
Hier ligt dus een kans om een systeem op te tuigen dat daadwerkelijk kan meten – in real time én met garanties voor de privacy van paneeleigenaren, groot en klein, – hoeveel vermogen al die panelen produceren. Netbeheerders kunnen dan maatregelen nemen om bijvoorbeeld verstopping te voorkomen. Of zelfs ingrijpen en preventief vermogen van zonnepaneelinstallaties begrenzen. Maar dan moet dus wel de bestaande wetgeving op de schop.
Overigens wordt vermogensbegrenzing voor nieuwe grote zonneparken al toegepast door maximaal de helft van het vermogen van zo’n zonnepark toe te laten op het elektriciteitsnet. Alleen zo ontstaat er werkelijk inzicht en transparantie in de bijdragen van duurzame energie aan de Nederlandse samenleving en komt leveringszekerheid niet in gevaar.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden