In middelbare schoolklassen vermijdt een op de negen leraren het bespreken van moeilijke thema’s. Ook in het hoger onderwijs hebben docenten moeite met het aansnijden van beladen of controversiële onderwerpen in de samenleving. Zo leiden verschillen in normen en waarden voortkomend uit culturele, godsdienstige of politieke overtuigingen tot onderhuidse spanningen in de collegezaal.
Uit onderzoek blijkt dat jongere generaties ook weer wat conservatiever staan tegenover (medisch-)ethische kwesties en de liberale democratie. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de economisch, sociaal en politiek onzekere tijden waarin jongeren opgroeien en die een verlangen naar stabiliteit aanwakkeren. Nu is deze behoudendheid niet per se zorgelijk, maar het is wel belangrijk dat leraren weten om te gaan met veranderende normen en waarden in het klaslokaal.
Over de auteur
Quita Muis is universitair docent aan Tilburg University en doet onderzoek naar polarisatie.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Hoewel het soms verstandig is om ruzie te vermijden, leidt het consequent uit de weg gaan van confrontaties uiteindelijk tot oplopende maatschappelijke spanningen. Dit komt onze democratie niet ten goede. Conflict dient te worden erkend en niet vermeden. Met elkaar verbaal de strijd aangaan, laat ons begrijpen waar de ander vandaan komt – en het verheldert ook onze eigen positie. Tegelijkertijd kan het overeenkomsten blootleggen die er op het eerste gezicht niet leken te zijn.
Het lijkt tegenstrijdig, maar begrip en (h)erkenning komen dus juist tot stand door conflict, mits het aangaan ervan op een goede manier gebeurt. Er is namelijk een verschil tussen politiek en moreel conflict. In een politiek conflict wordt de ander gezien als gelijkwaardige tegenstander. Er is respect voor elkaars ‘zijn’, maar niet voor elkaars standpunten. In deze situatie worden democratische waarden zoals vrijheid en gelijkheid gewaarborgd, voor en door iedereen. Dit benadrukt dat er naast conflict ook overeenkomsten in normen en waarden zijn.
In moreel conflict wordt de ander daarentegen gezien als de vijand, zonder gedeelde (democratische) waarden. De tegenstander wordt weggezet als ‘slecht’ of ‘dom’ en op deze gronden wordt conflict vermeden. Vaak wordt de ander verweten ondemocratisch te zijn, terwijl het hier eigenlijk om een moreel oordeel gaat. Let wel: het onderscheid is in de praktijk vaak lastig, zoals bijvoorbeeld blijkt in discussies over abortus. Democratie werkt door de aanwezigheid van duidelijke alternatieven. Als verschillende standpunten of visies duidelijk worden gepresenteerd, hebben kiezers ook daadwerkelijk iets te kiezen. Politici moeten vervolgens een stevige strijd aangaan over hun conflicterende standpunten. Dat mag best schuren. Uiteindelijk moeten ze wel altijd samen uit de strijd komen; alleen zo floreert de democratie.
Als een conflict politiek niet goed wordt aangegaan, zal het zijn weerslag hebben in de samenleving en de onenigheid die zich daar aftekent, is vaker moreel van aard.
Hiervan is de coronaperiode een perfect voorbeeld. Het Sociaal en Cultureel Planbureau liet recentelijk zien dat alternatieven voor het gevoerde coronabeleid onvoldoende werden gerepresenteerd in de politiek en de media. Omdat het conflict daar amper werd aangegaan, verplaatste het zich naar het sociale leven waar vervolgens de oordelen over en weer vlogen over elkaars cognitieve en morele capaciteiten: tegenstanders werden ‘wappies’ genoemd en soms waren ‘foute’ familieleden niet langer welkom. Omgekeerd vonden tegenstanders de anderen ‘ondemocratisch’.
Sociale media werken moreel conflict sneller in de hand. We weten amper iets van elkaar, maar denken wel een volledig beeld te hebben van andermans identiteit. Dit beeld heeft vaak weinig met inhoud te maken en des te meer met moraliteit.
Zo werd columnist Sander Schimmelpenninck onlangs geconfronteerd met zijn veelvuldige gebruik van ‘domme lul’ en ‘domrechts’ op Twitter. Hij, zo verweerde hij zich, ‘benoemt de zaken toch gewoon zoals ze zijn’?
Maar dat is nu juist het probleem: er is geen eenduidigheid over ‘hoe de zaken zijn’. Die ‘domme lullen’ hebben het in hun ogen natuurlijk ook bij het juiste eind.
Door niet in te gaan op elkaars standpunten, maar ze te vermijden en slechts moreel af te doen als dom of slecht, raken we steeds verder van elkaar verwijderd.
We belanden in een vicieuze cirkel waarbij het vaak beperkte beeld van anderen ons vermijdende gedrag in de hand werkt – om vervolgens het negatieve beeld van de ander weer te versterken.
Het is belangrijk dat jongeren begrijpen waar hun eigen opvattingen en die van anderen vandaan komen en om te leren hoe je deze goed kunt verwoorden. Dit mag er best fel aan toe gaan zolang de tegenstander maar als een gelijke wordt gezien en de grenzen van de democratie worden bewaakt.
Hierin moeten wij op sociale media en in de politiek het goede voorbeeld geven.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden