Home

Olympische Spelen in Parijs moeten wedergeboorte voorsteden inluiden, maar de verwachtingen zijn laag

Parijs telt af naar 2024: over een jaar beginnen hier de Olympische Spelen. Een van de grote beloften is dat het leven in de banlieues erdoor op vooruitgaat, ook na de Spelen. In voorstad Saint-Denis, waar het olympisch dorp komt, zijn ze nog niet erg onder de indruk.

Met open armen, een ontwapenende glimlach en een roze pet achterstevoren op haar hoofd ontvangt Silia de nieuwkomers in haar viskraam. ‘Welkom, welkom bij ons in Saint-Denis!’ Of we misschien foto’s willen maken van de verse tonijn, de hondshaai of de glimmende sardientjes?

Het is vrijdagochtend en in de markthal van Saint-Denis klinkt het naar vrolijk weerzien, stevige onderhandelingen en volgeladen trolleys die langzaam over het asfalt worden gesleept. De versmarkt in het hart van de stad is beroemd in de regio, een honderden jaren oude ontmoetingsplek geliefd om het grote aanbod en de lage prijzen. Een stokbrood kost hier 80 eurocent, kom daar maar eens om aan de Parijse kant van de Périphérique.

Over de auteur
Eline Huisman is correspondent Frankrijk voor de Volkskrant. Ze woont in Parijs.

Over precies een jaar zal Saint-Denis, de jonge en dichtbevolkte voorstad ten noorden van Parijs, ’s werelds grootste atleten verwelkomen voor de Olympische Spelen van 2024. Hier verrijst het olympisch dorp en zal gestreden worden om goud voor onder meer atletiek, rugby, waterpolo en schoonspringen. Terwijl Silia (die net als de meeste anderen alleen haar voornaam deelt) de tanden van een kleine haai in haar kraam toont, kijkt ze even bedenkelijk. Olympische Spelen? ‘Geen idee, ik kijk geen sport. Alleen voetbal’, wijst ze op haar roze FC Barcelona-pet.

De Parijse ambities met de Olympische Spelen zijn precies zoals het hoort: megalomaan. De traditionele openingsceremonie zal voor het eerst niet in het stadion plaatsvinden, maar op de Seine, waar meer dan tienduizend topsporters op boten aan het publiek voorbij varen, langs Eiffeltoren, Louvre en Notre-Dame. Dankzij een grootschalige schoonmaakoperatie moeten Parijzenaren straks weer in de iconische rivier kunnen zwemmen – verboden sinds 1923 – en uiteraard wil de stad van de editie 2024 de duurzaamste Spelen ooit maken.

Al even ronkend klinken de beloften over het daarna. Parijs belooft een bijzondere erfenis, en dan vooral voor Seine-Saint-Denis. Het armste departement van Frankrijk, waar Saint-Denis deel van uitmaakt, kampt met hoge werkloosheid, drugsproblematiek, kansenongelijkheid en een slechte reputatie. Talloze auto’s, een gemeentehuis en een administratiegebouw gingen hier enkele weken geleden in de fik tijdens de rellen na de dood van de tiener Nahel, die eind juni door een politiekogel om het leven kwam. Maar dankzij de Olympische Spelen wacht Seine-Saint-Denis een ware wedergeboorte: de massale investeringen, waarvan zo’n 80 procent in dit departement terechtkomt, brengen betere huisvesting, meer sportvoorzieningen, grotere bereikbaarheid en meer groen. Kortom, ze tillen de kwaliteit van leven naar een hoger plan – althans, dat is de bedoeling.

Maar Saint-Denis kijkt van mooie beloften niet zomaar op. Visverkoper Silia is zeker niet de enige die glazig kijkt bij het horen van de Spelen, ook de meeste bezoekers halen hun schouders op over het grootste sportevenement ter wereld dat in aantocht is. ‘Ik heb er niets mee’, zegt een tiener die haar moeder helpt watermeloenen in een trolley te laden. ‘Wie weet kunnen we de televisie wel aanzetten’, probeert mevrouw Cherubin nog zonder veel overtuiging. ‘Nu je het zegt, ik heb wel iets van werkzaamheden gezien.’

Ronduit fel klinkt het oordeel van Marc Perelman, een Franse architect gespecialiseerd in sport en emeritus hoogleraar aan de universiteit van Paris-Nanterre, in de voorstad waar Nahel werd doodgeschoten. In zijn boek 2024: les Jeux Olympiques n’ont pas eu lieu (‘2024: de Olympische Spelen hebben niet plaatsgevonden’) fileert Perelman de sociale en ecologische beloften van het Internationaal Olympisch Comité.

‘De mooie beloften van de Parijse Spelen zullen in het water vallen en de rekening voor Saint-Denis zal fors zijn’, zegt de emeritus hoogleraar in een telefonisch interview. Zeker, de gloednieuwe wijk voor de atleten in Saint-Denis komt na de Spelen beschikbaar als huisvesting. En de langverwachte metroverbinding voor de voorsteden komt eindelijk van de grond. ‘Maar de nieuwe appartementen kosten gemiddeld 7.000 euro per vierkante meter. De huidige bewoners worden door stijgende prijzen uit hun stad gejaagd. De belangrijkste ontwikkeling die de Spelen brengen, is meer gentrificatie.’

Kijk naar het Stade de France, zegt Perelman, dat in 1998 speciaal voor het WK-voetbal werd gebouwd. ‘Het moest de grote trots worden in Saint-Denis en volop banen brengen. In werkelijkheid is het een enorm gebouw dat amper wordt gebruikt door de lokale bewoners.’ Een vergelijkbaar lot wacht het olympisch zwembad dat nu in Saint-Denis verrijst, voorspelt Perelman. Het imposante bouwwerk van 20 duizend vierkante meter wordt grotendeels uit hout opgetrokken. Met naar schatting 174 miljoen euro is het het duurste sportcomplex dat speciaal voor de Parijse Spelen wordt gebouwd.

Dat bad moet ‘erfenis nummer één’ worden van de Spelen, zei de wethouder sport van de gemeente Saint-Denis begin dit jaar in dagblad Ouest France. De omgeving heeft een schrijnend tekort aan zwembaden, en meer dan de helft van de kinderen heeft na de basisschool nog geen zwemdiploma. In de zomer van 2025 moet het olympisch bad de deuren openen voor het grote publiek. Perelman zet daar vraagtekens bij: ‘De kosten voor het bad zijn enorm, dat is een financiële strop voor de gemeente. De vraag is hoelang ze in staat zijn het bad te kunnen onderhouden.’

Voor de nalatenschap van de Spelen belooft de Parijse organisatie een geheel nieuwe aanpak. Niet de belangen van de competitie, maar de noden van de omgeving waarin die plaatsvindt staan voorop, zo beloofde Tony Estanguet, president van het Comité d’Organisation des Jeux Olympiques et Paralympiques de Paris 2024.

Staande voor de Tour Pleyel in Saint-Denis, een verwaarloosde wolkenkrabber uit de jaren zeventig die wordt omgetoverd tot 4-sterrenhotel, weet buurtbewoner Alexandre Schon niet van ophouden om die woorden tegen te spreken. ‘Alle plannen worden van bovenaf opgelegd, zonder enige inspraak van ons als bewoners.’ Schon, die als middelbareschooldocent geschiedenis en aardrijkskunde in Seine-Saint-Denis werkt, is actief voor Vigilance JO24, een bewonerscomité in Saint-Denis dat de Spelen kritisch volgt en aandacht vraagt voor de belangen van bewoners bij de bouw en organisatie van het sportevenement.

Tijdens een rondleiding langs de bouwwerkzaamheden voor de Spelen in zijn wijk Pleyel legt hij uit waar zijn zorgen zitten. ‘Eén groot geheel van glas en beton’, wijst hij op de Tour Pleyel en de aanpalende complexen in aanbouw. ‘Dat heeft niets van doen met het vergroenen van de wijk of het verbeteren van de kwaliteit van leven voor bewoners. Op de top wordt over de hele verdieping een panoramisch zwembad gebouwd. Zie je het contrast met de omgeving?’ De glimmende wereld in aanbouw steekt inderdaad schril af tegen de vaalgele laagbouw van buurtcafé Les Bons Vivants, waar de ober in te groot kostuum op het terras glaasjes pastis serveert.

Even verderop toont Schon de net opgeleverde afrit van de snelweg, die het hotel en het olympisch dorp makkelijker toegankelijk moet maken. ‘De weg ligt pal aan een basisschool. De luchtverontreiniging is ontzettend schadelijk voor de zeshonderd kinderen die hier les krijgen. Zelfs Unicef heeft gewaarschuwd voor de gezondheidsschade voor Franse kinderen, maar ondanks protest van bewoners is het project zonder overleg doorgezet.’

Schon spreekt van sociale minachting naar de inwoners van Saint-Denis. ‘De kinderen van de school die grenst aan het olympisch dorp krijgen rond de Spelen wekenlang minder les, omdat het beveiligen van de toegang te veel gedoe zou geven. Ter compensatie krijgen ze nu schoolreisjes in de omgeving. De leerlingen zullen niet klagen, maar als docent maakt het me kwaad: normaal is daar in deze buurt geen geld voor, terwijl voor de Spelen plots het recht op onderwijs mag wijken.’

Het contrast tussen de megalomane plannen voor de Olympische Spelen en de harde werkelijkheid voor de bewoners van Saint-Denis werd misschien nog wel het pijnlijkst duidelijk in de onthullingen over de bouwplaatsen, eind vorig jaar in Le Monde. Zowel bij de renovatie van de Tour Pleyel als de aanleg van het olympisch dorp en het zwembad in Saint-Denis zouden tientallen migranten betrokken zijn die zonder contract en verblijfspapieren werkten, met nauwelijks bescherming en schamele salarissen. Eind juni meldde FranceInfo dat tien van hen de betrokken bouwbedrijven dagvaarden in verband met uitbuiting.

Is er dan niemand in Saint-Denis die zich verheugt op de komst van de Spelen? Terug in de markthal ziet Félicité het positiever in. Ze heeft dan ook een goede ochtend; net een euro afgedongen op een zak verse gamba’s, en de visboer blijkt bovendien met haar te willen trouwen. ‘Al die toeristen komen hier straks boodschappen doen, dat is toch hartstikke mooi voor de klandizie?’, zegt ze breeduit lachend. ‘Het wordt feest hier straks, dat komt wel goed.’

Voor de organisatie van de Olympische Spelen in Parijs is 8,2 miljard euro begroot, waarvan 20 procent afkomstig is uit publieke middelen Source: Volkskrant

Previous

Next