‘De oude, witte mannen in Hilversum moeten gewoon weg.’ ‘Wezenlijke interesse in het verhaal dat makers van kleur te vertellen hebben, is er niet’. Een déjà-vu-gevoel bekroop me tijdens het lezen van het prachtige interview met Sahil Amar Aïssa in het Volkskrant Magazine afgelopen zaterdag, waarin hij gehakt maakt van het gebrek aan culturele diversiteit in de media. Nog altijd is het ‘een groep ouwe lullen op het Mediapark’ die te veel de norm bepalen. ‘Je kunt níét ons, jonge mensen van kleur, wél willen, maar vervolgens negeren wat we te vertellen hebben.’
Ik ben inmiddels zo oud als elke ‘ouwe lul’ in Hilversum en de rest van de gevestigde media. Wat ik zie gebeuren is dat ‘ouwe lullen’ alweer mondjesmaat worden vervangen door, met alle respect, ‘jonge lullen’. Kinderen, kleinkinderen, neefjes, nichtjes: iedereen zorgvuldig gekweekt in de eigen, witte, grootstedelijke, gesloten, ‘ons soort mensen’-bubbel.
Het ligt niet eens zozeer aan de leeftijd. Het ligt aan het bewust, maar vaak ook met de beste bedoelingen onbewust, structureel buitensluiten van journalisten met een andere achtergrond. Omdat het hun gewoon – op een fundamenteel niveau, zonder dat ze zich hiervan überhaupt bewust zijn – eigenlijk geen barst interesseert.
Intussen blijkt uit marktonderzoek van Transcity en Motivaction dat allochtone kijkers steeds minder naar de NPO kijken. In 2022 keek nog maar 19 procent van de kijkers van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse afkomst eens per week naar NPO 1, tegenover 74 procent autochtone kijkers. In 2014 was dat nog 61 procent.
Over de auteur
Harriët Duurvoort is publicist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Natuurlijk moest ik ook denken aan mijn eigen veelvuldige vallen en opstaan in dit mooie vak. Mijn eerste ervaring in de journalistiek deed ik op als redacteur van het VPRO-programma Marco Polo, dat een portret moest schetsen van de multiculturele Amsterdamse volkswijken de Baarsjes en Bos en Lommer, destijds nog niet gegentrificeerd. Het liep uit op een conflict en mijn allereerste burn-out op mijn 24ste. Ik was uitgesproken, principieel en een tikkeltje recalcitrant. Ik vond dat we een onevenwichtig en stereotyperend programma maakten. Na een hoogoplopende ruzie met mijn leidinggevenden kon ik vertrekken.
Werkloos besloot ik het over een andere boeg te gooien. Met een paar biculturele journalisten en andere creatieve mensen richtten we een multiculturele glossy op. Over de leuke, luchtige, mooie en menselijke dingen in de multiculturele samenleving. Lifestyle als tegengif. ‘Een magazine dat het Nederland van nu, in alle geuren en kleuren, nu eens in een positief daglicht stelt. Gemaakt door een een mix van creatieve vakmensen met wortels in alle uithoeken van de wereld’, schreef ik. Een lang leven was het blad niet gegund.
Maar we hunkerden gewoon naar ons eigen verhaal. Op onze beurt borduurden we voort op het werk van bijvoorbeeld Guilly Koster en Ivette Forster, die in de jaren tachtig voor de VPRO de multiculturele talkshow Bij Lobith maakten. Ik was toen een puber, we hadden alleen Nederland 1 en 2. En ik zat altijd klaar, want dit ging tenminste over ‘ons’. Wij, kinderen met ouders van elders, die desondanks vooral Amsterdams, Rotterdams of Utrechts waren. Of Arnhems, of Enschede’s. We hadden verschillende afkomsten, hadden ouders uit oude koloniën of waren kind van gastarbeiders, maar we hadden wel iets met elkaar. Een ‘ding’. In Nederland voelden we dat we, hoewel geboren in de Hollandse klei, ‘de ander’ waren. ‘Zij’. Maar wij waren gewoon wij.
Generatie na generatie is er gepoogd iets meer diversiteit in de media te krijgen. Aan de biculturele makers ligt het niet, vind ik. Ik heb talloze getalenteerde biculturele journalisten het vak zien verlaten. Omdat je simpelweg elders makkelijker carrière kunt maken. Omdat je, al had je al tien jaar ervaring, plots weer werd gevraagd of je geen stage wilde lopen. Omdat er weer een of ander ‘jonge allochtonen’-subsidiepotje was binnengehaald bij de omroep, waarvan men stageplekken kon betalen.
Zo toonde men aan dat het niet aan hen lag. Dat ze hun ‘stinkende best’ deden om meer cultureel divers talent binnen te halen. Want oef, wat is dat verdomde moeilijk. ‘Wij willen wel, maar ze zijn er niet.’ Het non-argument dat al veertig jaar lang standhoudt. Media zouden hun verantwoordelijkheid, om een afspiegeling van de samenleving te zijn, eindelijk eens wat serieuzer moeten nemen.
Source: Volkskrant