Acht geadopteerden uit Sri Lanka stellen de Nederlandse staat aansprakelijk voor misstanden bij hun adopties. Sam van den Haak, een van hen, legt uit hoe groot de schade is en met welke vragen ze al heel haar leven worstelt.
Bij een persoonlijk interview in de krant is het gebruikelijk om de leeftijd van de geïnterviewde te vermelden. In het geval van de uit Sri Lanka geadopteerde Sam van den Haak valt dat nog niet mee. Baseer je je op de datum die in haar Nederlandse paspoort staat, dan zou ze begin deze maand haar 42ste verjaardag hebben gevierd. Of volg je, zoals Van den Haak zelf, de versie van haar later teruggevonden Sri Lankaanse oma? Die wist te vertellen dat haar kleindochter ter wereld kwam op 17 december 1981. In dat geval is Sam van den Haak nu 41.
Een geboortedatum is voor anderen een vanzelfsprekend detail, waar je maar zelden bij stilstaat. Voor Van den Haak is het uitgegroeid tot een cruciaal onderdeel van haar verhaal. ‘Elke keer als ik een herhaalrecept opvraag bij de apotheek, noem ik een geboortedatum die niet klopt, en word ik eraan herinnerd dat ik slachtoffer ben van adoptiefraude.’
Over die roerige geschiedenis publiceerde Van den Haak afgelopen jaar een boek met de veelzeggende titel Niet geboren op mijn verjaardag. Samen met zeven andere geadopteerden begint ze nu een collectieve rechtszaak tegen de Nederlandse staat. De geadopteerden stellen dat de overheid als toezichthouder aansprakelijk is voor de misstanden bij hun adopties, die waren geregeld door stichting Flash. Al vanaf eind jaren zeventig werd Flash publiekelijk geassocieerd met babyhandel en adoptiefraude. Maar volgens advocaat Mark de Hek keek de overheid bewust de andere kant op.
Over de auteur
Anneke Stoffelen is verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over de multiculturele samenleving. Voor de podcastserie Een soort God onderzocht ze hoe mensen in een sekte belanden.
Dat heeft als gevolg dat een deel van de Sri Lankaanse geadopteerden er waarschijnlijk nooit meer in slaagt zijn biologische familie terug te vinden. In de adoptiedossiers ontbreken allerlei basale documenten, zoals afstandsverklaringen van de biologische moeders. Ook persoonsgegevens zijn geregeld vervalst.
Sam van den Haak kwam er bij het opvragen van haar adoptiedossier achter dat ‘daar eigenlijk niet zo veel in zit’. De gegevens van haar biologische moeder staan er niet in vermeld, laat staan een document waarin de vrouw verklaart afstand te doen van haar dochtertje. Ook haar geboortecertificaat ontbreekt. In het Sri Lankaanse paspoort waarmee de adoptie destijds wel werd geregeld, staat vreemd genoeg haar Nederlandse achternaam al vermeld. ‘Dat moet dus wel vervalst zijn’, concludeert Van den Haak. Op het handgeschreven document is er met pen gekliederd in de cijfers, waardoor niet helemaal duidelijk is welke geboortedag wordt bedoeld – in haar adoptiedossier werd het 7 april, in haar latere Nederlandse paspoort 4 juli.
Wat eveneens ontbreekt, is een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming waaruit blijkt dat haar adoptieouders zijn gescreend voordat ze haar als peuter mochten ophalen uit Colombo. Dat is vreemd, vindt Van den Haak, want het stel dat haar adopteerde had al drie zoons, van wie twee met een ernstige meervoudige beperking. ‘Er was in de jaren tachtig nog vrij weinig bekend over de gevolgen van adoptie, maar was er dan niemand die kon bedenken dat er in dit gezin helemaal geen ruimte was voor nog een kind met een speciale zorgbehoefte?’, vraagt ze zich af.
Ze kwam als levendig klein kind terecht in een Hoorns huishouden waar het in haar herinnering altijd stil moest zijn. ‘Ik wilde vroeger, en nog steeds eigenlijk, het liefste dingen ondernemen samen met iemand anders. Maar in ons gezin was het altijd ieder voor zich. De één zat te puzzelen en de ander las de krant. Ik paste daar totaal niet tussen.’
In het huwelijk van haar adoptieouders zag Van den Haak weinig liefde. Dat was er in haar ogen de oorzaak van dat haar adoptievader haar vanaf haar 6de jaar seksueel misbruikte. Als meisje dat hunkerde naar aandacht en bevestiging, kroop ze ’s ochtends vaak het bed in van haar adoptieouders, op zoek naar knuffels. Zodra haar adoptiemoeder vertrokken was, veranderden die knuffels in ‘dingen die een volwassene nooit met een kind zou mogen doen’.
Jarenlang verkeerde Van den Haak in de veronderstelling dat dit normaal was. ‘Ik dacht dat dit de manier was waarop je als ouder en kind laat zien dat je van elkaar houdt. Tot ik 14 was en vriendjes kreeg, en ontdekte dat je deze dingen niet met familie hoort te doen.’ Toen ze jaren later aangifte wilde doen, hoorde ze van de politie dat de zaak al was verjaard. Haar adoptievader heeft het misbruik altijd ontkend. Haar adoptiemoeder hield zich op de vlakte en steunde haar dochter niet. Van den Haak heeft daarom geen contact meer met hen.
Haar ongelukkige jeugd maakte de vraag die bijna alle geadopteerden zichzelf op zeker moment stellen extra prangend: hoe zou mijn leven zijn verlopen als ik níét was terechtgekomen in een vreemd land, bij vreemde ouders?
Als twintiger reisde Van den Haak voor het eerst naar Sri Lanka. Een tussenpersoon had daar aanvankelijk slecht nieuws: op basis van de summiere gegevens in haar adoptiepapieren, leek het onmogelijk haar biologische familie te vinden. Maar er was een geluk bij een ongeluk: op het moment dat haar biologische moeder in 1984 haar dochter meegaf aan de Nederlanders, had ze Van den Haaks adoptiemoeder een briefje in handen gedrukt, waarop haar adres stond gekrabbeld. Het briefje was al die jaren bewaard gebleven. En hoewel haar biologische moeder al in de jaren tachtig is overleden aan kanker, kon Van den Haak met die gegevens wel haar oma terugvinden, plus een broer en een zus.
‘Bij de eerste ontmoeting was ik sceptisch. De tussenpersoon die mij had geholpen bij de zoektocht, vertelde dat familieleden van geadopteerden vaak heel snel om geld vragen. Ik had me dus voorgenomen gepaste afstand te houden. Maar toen ik aankwam in dat kleine oude huisje zonder elektriciteit, bleek dat mijn broer nog veel sceptischer was. Het eerste wat hij deed, was mijn hand pakken en mijn vingers bestuderen. Ik dacht: waar is hij toch mee bezig? Tot hij het litteken ontdekte waar hij naar zocht. ‘Nangi’, zei hij, wat zusje betekent.’
Het litteken was voor hem het bewijs dat Sam was wie ze zei te zijn, vertelde hij later. ‘Hij kon zich nog herinneren dat ik hem als klein kind had geholpen met het hakken van bamboe. Ik moest dan de stengels vasthouden. Hij had een keer per ongeluk in mijn vinger gehakt, daar was dat litteken van.’
Op de pasfoto’s die hij van hun moeder liet zien, herkende ze direct de vrouw van de foto’s uit haar eigen plakboek, gemaakt door haar adoptieouders. Toen was alle twijfel weg.
De ontmoeting met haar broer en oma was warm (met haar zus, die ze pas later ontmoet, verloopt het contact ingewikkelder). Daardoor kwam bij Van den Haak de vraag op hoe noodzakelijk het eigenlijk was dat zij werd afgestaan, als er familieleden waren die voor haar hadden willen zorgen. Haar oma, inmiddels overleden, vertelde dat haar moeder een geheim met zich meedroeg. Ze zou bang zijn geweest dat ze zou worden verstoten uit hun dorp, als de waarheid zou uitkomen over de verwekking van haar dochter.
Maar het complete verhaal rondom haar adoptie heeft Van den Haak nooit kunnen ontrafelen. ‘Is mijn moeder betaald om mij af te staan, al dan niet tijdelijk? Dat weet ik niet. Wel blijkt uit mijn dossier dat mijn adoptie ruim 10 duizend gulden heeft gekost, waarvan een groot deel naar bemiddelingsorganisaties is gegaan.’
In de komende rechtszaak zullen geadopteerden een schadevergoeding eisen, voor de kosten die zij hebben moeten maken voor de zoektochten naar hun familie – queesten die in veel gevallen nog tot niets hebben geleid. Daarnaast zal het ook gaan om een vergoeding voor het psychisch leed: het opgroeien in een omgeving waarin je weinig herkenning vindt en de gevoelens van ontworteling die sommigen een leven lang blijven achtervolgen.
Toch wil Van den Haak benadrukken dat het wat haar betreft geen uitsluitend somber verhaal is. ‘Ik heb veel meegemaakt en er was een periode dat ik zelfs het leven niet meer zag zitten. Maar mijn verhaal laat zien dat je daar ook weer uit kunt komen.’ Ze heeft haar boek, als voormalig docent Nederlands, speciaal geschreven in begrijpelijke taal voor jongeren, zodat ze er misschien hoop uit kunnen putten als ze door een moeilijke tijd gaan. ‘Ik geloof dat je er altijd voor kunt kiezen om zelf iets van je leven te maken. Ik ben nu heel gelukkig met mijn zoon. Ook ben ik trots op het bedrijf dat ik zelf heb opgericht, waarmee ik pubquizzen organiseer voor bedrijven.’
De rechtszaak draait voor haar niet om een schadevergoeding. Wel wil ze dat de overheid de fouten uit het verleden erkent, zodat deze problemen in de toekomst worden voorkomen. En wat voor Van den Haak de mooiste en belangrijkste uitkomst zou zijn: dat er ooit een paspoort voor haar wordt geregeld met haar echte geboortedatum erin.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruiks Source: Volkskrant