Op de hoek van de Düsseldorfer Straße en de Uhlandstraße in Berlijn liggen sinds 15 juni 2022 Stolpersteine voor mijn moeder en haar ouders. Ze zijn er op initiatief van mijn vertaler Rainer Kersten gelegd, en toen ik verleden week in Berlijn was, wandelde ik er op een avond langs. Alle drie de stenen vermeldden dezelfde vergeefse poging Cuba te bereiken. Het verleden, met een paar woorden in geelkoper geslagen, lag er keurig bij.
Daarvoor had ik Apfelschorle gedronken in het Café im Literaturhaus aan de Fasanenstraße – de tuin daar is een oase – met Katrin Himmler, achternicht van Heinrich.
Samen met de historicus Michael Wildt had ze een boek samengesteld met de brieven van haar oudoom, Himmler Privat – Briefe eines Massenmörders, en ze had zelf een boek geschreven getiteld De gebroeders Himmler waarover ik haar deze lente geïnterviewd had in een kerk in Gouda.
In de oase vlogen wespen rond, maar desondanks vergleed de vroege avond zachtjes terwijl Katrin vertelde over haar zoon (de vader is een Israëli), over een roman die ze had geschreven (de uitgevers zaten niet meer op romans te wachten), en over het stadje Cottbus, aan de Poolse grens, waar ze onlangs was geweest voor een lezing en waar extreem-rechts recentelijk tot grote hoogten was gestegen en bleef stijgen. Sommige beroepsgroepen, bijvoorbeeld de beveiliging, waren daar overgenomen door extreem-rechts. Volgens Katrin was de zwijgende meerderheid, zoals het zwijgende meerderheden misschien betaamt, eerder schuchter dan mondig.
Mijn vertrouwen in de burger en zijn mondigheid was al niet erg groot, hooguit kun je zeggen dat menselijke mondigheid soms opwarmt en dan gelijkenis vertoont met een pannetje overgekookte melk.
Paris Bar aan de Neue Kantstraße is altijd goed voor troost. Zeven bejaarden vierden een verjaardag met talrijke cadeaus en een flinke hoeveelheid wijn.
De ondergang was weer eens onweerstaanbaar.
Source: Volkskrant