Morrison Lee maakte een korte zakentrip naar China zoals hij zo vaak deed. Maar de Taiwanees werd opgepakt en veroordeeld voor spionage in een proces zonder bewijzen. Nu hij na twee jaar celstraf en twee jaar uitreisverbod China uit is, wil hij anderen waarschuwen.
Al twee jaar lang wordt Morrison Lee elke nacht wakker van dezelfde nachtmerrie: hij wordt gearresteerd, maar hij weet niet waarom. Hij valt meestal laat in slaap, vaak met het licht aan, zoals in de gevangenis. En schrikt dan drie of vier uur later wakker, badend in het zweet. Lee zet zijn bril af en wijst naar de wallen onder zijn ogen. ‘Overdag gaat het, maar ’s nachts komt telkens dezelfde vraag naar boven’, zegt hij. ‘Waarom is dit met mij gebeurd?’
Lee is een 50-jarige zakenman uit Taiwan. In 2019 ging hij op zakenreis naar het Chinese vasteland, zoals hij zo vaak had gedaan. Hij was van plan twee dagen in China te blijven, maar kwam er bijna vier jaar vast te zitten. Lee werd opgepakt, aangeklaagd en veroordeeld voor spionage, in een politiek proces zonder bewijzen. Hij zat bijna twee jaar in de gevangenis en kreeg na zijn vrijlating nog eens twee jaar uitreisverbod opgelegd, verplicht in het land te blijven dat hem achter tralies had gezet.
Over de auteur
Leen Vervaeke is correspondent China voor de Volkskrant. Zij woont in Beijing. Eerder was ze correspondent België.
‘Ik mis mijn vrienden en familie, ik heb hen al bijna vier jaar niet gezien’, zegt hij, tijdens een interview in Beijing, twee maanden geleden. Zolang zijn uitreisverbod geldt, is het Lee verboden om met media te praten, en het interview mag pas gepubliceerd worden als hij het land veilig heeft kunnen verlaten. Dat is maandag gebeurd, een dag na het aflopen van zijn uitreisverbod. Lee is nu in Japan, vanwaar hij binnenkort doorreist naar Taiwan.
Nu Lee weg is uit China, wil hij zijn verhaal publiek maken, om andere buitenlanders te waarschuwen. China gebruikt spionagerechtszaken om politieke redenen en nu steeds meer landen overhoop liggen met China, lopen ook hun burgers risico. Sinds 1 juli is in China bovendien een hernieuwde antispionagewet van kracht, die de definitie van spionage verder oprekt, en volgens experts vooral een grotere bereidheid signaleert om die wet toe te passen. Een recente reeks arrestaties van buitenlanders en invallen bij buitenlandse consultancykantoren vergroot die zorg.
Ook uitreisverboden worden door China steeds vaker als drukmiddel ingezet: volgens onderzoek van persbureau Reuters kwam de term in 2020 acht keer vaker voor in de databank van het Chinese hooggerechtshof dan in 2016. En tussen 2018 en 2023 nam Beijing vijf nieuwe wetten aan, waarin extra redenen voor in- of uitreisverboden werden gegeven. De uitbreiding van het juridische arsenaal hangt volgens experts samen met Beijings almaar sterkere nadruk op nationale veiligheid.
Het aantal getroffen buitenlanders is nog klein, maar de gevolgen zijn immens. En dus wil Morrison Lee waarschuwen. ‘Veel buitenlanders geloven niet dat ze zomaar gearresteerd kunnen worden, ik geloofde het zelf ook niet’, zegt hij. ‘Ik dacht: ik ben gewoon een zakenreiziger, ik doe niets met politiek, mij kan niets overkomen. Maar het maakt niet uit wie je bent, of wat je doet. Iedere buitenlander in China loopt risico.’
Lee’s verhaal begint op 18 augustus 2019, als hij naar een zakenpartner in Shenzhen reist, in Zuid-China, om een nieuw product te testen. Lee werkt voor een technologiebedrijf in Taiwan en vliegt geregeld naar het Chinese vasteland. Hij heeft er zelfs een tijd gewoond, in 2012, als internationale verkoopmanager voor een bedrijf in telescopen. Voor Lee is dit een routinebezoek, twee uur vliegen, even snel heen en weer.
Als Lee naar Shenzhen reist, vinden in Hongkong – 30 kilometer verderop – grote demonstraties plaats, met meer dan een miljoen deelnemers. Het is het begin van de maandenlange protesten tegen een nieuwe uitleveringswet en tegen de toenemende invloed van Beijing. Lee is nieuwsgierig en besluit eerst een namiddag naar Hongkong te gaan. ‘Ik wilde het voorpaginanieuws met eigen ogen zien’, zegt hij. ‘Ik bleef een half uurtje. Het was heel onschuldig.’
Lee wil nog meer voorpaginanieuws zien. Na het bezoek aan zijn zakenpartner boekt hij een hotel bij een sportstadion in Shenzhen, waar volgens Chinese en internationale media militaire voertuigen zijn verzameld. Ze speculeren dat het Chinese leger tussenbeide zou kunnen komen in Hongkong. Lee filmt de voertuigen vanuit zijn hotel. ‘Ik was misschien naïef’, zegt hij. ‘Veel journalisten hadden daar al gefilmd. Ik had nooit gedacht dat dat me in problemen zou brengen.’
Maar als Lee twee dagen later vanuit Shenzhen terug naar Taiwan wil vliegen, wordt hij bij de douane tegengehouden. Zijn bagage wordt doorzocht en de grensbewakers vinden vijf postkaarten met daarop ‘Kom op, Hongkong!’, een slogan van de Hongkongse demonstranten. Op zijn telefoon staan video’s van de militaire voertuigen in Shenzhen. Lee wordt opgepakt en verdwijnt in geheime detentie, in een hotelkamer zonder ramen.
Drie weken later geeft de Chinese overheid een persconferentie: Lee is gearresteerd, voor ‘het in gevaar brengen van de nationale veiligheid’. Lee zal twee maanden lang ondervraagd worden, onder dwang een televisiebekentenis afleggen, en uiteindelijk veroordeeld worden voor ‘aanzetten tot separatisme’, ‘aanzetten tot omverwerping van de staatsmacht’ en spionage. Hij krijgt 22 maanden gevangenisstraf en twee jaar uitreisverbod.
‘Lee’s zaak is een politieke valstrik, geen twijfel mogelijk’, zegt Wu Chien-Chung, hoogleraar Chinees-vastelandstudies aan de Taipei University of Marine Technology. ‘Mensen fotograferen tegenwoordig alles met hun telefoon en dat heeft Lee ook gedaan. Hij is helemaal geen problematisch figuur. Het probleem is dat op het Chinese vasteland alles politiek is en elke actie bekritiseerd kan worden. Een handvol zand oprapen kan al als een poging tot omverwerping van het land worden gezien.’
Lee’s acties zijn onhandig, maar geenszins een bewijs van spionage. Ansichtkaarten met politieke slogans worden volgens Chinese activisten doorgaans afgedaan met een waarschuwing en inbeslagname. Het fotograferen van militaire installaties is verboden in China, maar de gepantserde jeeps die Lee in Shenzhen filmt, worden al dagenlang uitgebreid getoond op de Chinese televisie, om zo de Hongkongse demonstranten te intimideren.
Lee lijkt vooral slachtoffer van het politieke conflict tussen China en het de facto autonome, maar door Beijing geclaimde Taiwan. De Taiwanese president Tsai Ing-wen (DPP) steunt de Hongkongse protestbeweging, tot woede van Beijing. Ook in de zomer van 2022, als de Amerikaanse politicus Nancy Pelosi Taiwan bezoekt, en in maart 2023, als president Tsai naar Amerika afreist, wordt in China een ‘spion’ opgepakt. ‘Iedere keer als er politiek iets gebeurt, wordt er een onschuldige gearresteerd’, zegt Lee.
Dit soort nepspionagezaken – om politieke druk uit te oefenen of angst te zaaien – komt in China al langer voor. Omdat rechtszaken rond nationale veiligheid geheim zijn, is er weinig informatie over beschikbaar. Soms ‘verdwijnen’ mensen in China en willen familieleden daar geen ruchtbaarheid aan geven, om via privékanalen over de vrijlating van hun dierbaren te onderhandelen.
Maar recentelijk komen opvallend veel zaken in de openbaarheid. Zo valt de Chinese politie in maart en april binnen bij drie Amerikaanse consultancybureaus in Beijing en Shanghai, waarbij lokale werknemers gearresteerd worden. De staatstelevisie uit later beschuldigingen over ‘het kopen van staatsgeheimen’ door consultancybureaus. In mei wordt een 78-jarige Amerikaan tot levenslang veroordeeld voor spionage.
In maart wordt een Taiwanese uitgever tijdens een familiebezoek gearresteerd, de zevende Taiwanees – voor zover bekend – in drie jaar. Hetzelfde gebeurt met een Japanse zakenman die al meer dan twintig jaar in China woont, volgens de Japanse overheid hun zeventiende staatsburger in zeven jaar, al hoorde Wu Chien-Chung van Japanse collega’s dat het werkelijke aantal vier keer hoger ligt.
Sinds 1 juli is in China bovendien een hernieuwde anti-spionagewet van kracht, die volgens experts de versterkte nadruk van president Xi Jinping op nationale veiligheid reflecteert. ‘De prioriteit gaat uit naar het zoeken van veiligheidsrisico’s en bedreigingen op alle terreinen van het leven’, zegt Jeremy Daum, hoogleraar aan het Paul Tsai China Center van Yale Law School. ‘Er zijn niet zozeer meer bevoegdheden, er is vooral meer wil om die bevoegdheden te gebruiken.’
Volgens Thomas Kellogg, hoofd van het Georgetown Center for Asian Law, hebben juridische veranderingen in China vaak een signaalfunctie. ‘Met de veranderingen in de antispionagewet kan de Partij aan alle functionarissen signaleren dat ze activiteiten van buitenlandse bedrijven in China door de lens van spionage moeten zien. Het is terecht om bezorgd te zijn dat de wet gebruikt zal worden om op Source: Volkskrant