Het gaat om zogenoemde 'accidentele verdrinkingen', mensen die bijvoorbeeld om het leven komen tijdens het zwemmen. Cijfers over zelfdoding of verdrinkingen door verkeersongevallen zijn hier niet in meegenomen. Ook zijn alleen mensen meegeteld die in Nederland wonen.
De 73 doden door verdrinking zijn een stuk minder dan het gemiddelde van de afgelopen tien jaar, namelijk 86. Vorig jaar, het eerste jaar dat de coronamaatregelen werden losgelaten, overleden er nog 80 mensen door verdrinking.
De meeste mensen overleden in sloten, rivieren, meren of in zee. In de meeste gevallen was iemand in het water gevallen. 20 procent van de verdrinkingen vond in of rondom huis plaats, bijvoorbeeld in bad.
Van alle slachtoffers was bijna de helft ouder dan zestig jaar. De afgelopen jaren ging het ook vooral om slachtoffers ouder dan zestig. 8 procent van de verdronken slachtoffers was jonger dan tien jaar.
Wat opvalt aan de cijfers is dat er relatief gezien meer mensen verdrinken die geen Nederlandse achtergrond hebben. Dat verschil is vooral groot bij kinderen, berekende het CBS. Zo is het verdrinkingsrisico van kinderen van wie hun ouders een niet-Europese herkomst heeft tot wel drie keer hoger dan het risico bij een kind met in Nederland geboren ouders.
De laatste tijd komt verdrinking niet heel vaak meer voor. Het CBS zegt dat de verdrinkingscijfers voor de meeste leeftijdsgroepen al stabiel zijn sinds 1980. Het aantal verdrinkingen onder kinderen daalde nog wel verder en is pas sinds 2010 stabiel.
Zwemverenigingen vreesden na de coronacrisis voor de zwemvaardigheid van veel mensen. Door het virus lagen de zwemlessen enige tijd vrijwel stil en namen de wachtlijsten toe. In hoeverre de zwemvaardigheid inderdaad invloed heeft gehad op deze cijfers, is niet duidelijk.
Source: Nu.nl algemeen