Home

Achter het front wachten Oekraïense dorpen op medische hulp: ‘Soms is het te laat om nog iets te doen voor mensen’

Heel Solone is uitgelopen om de gasten uit de grote stad te zien. Nieuwsgierig verdringen de inwoners zich bij de ingang van het schoolgebouw waar ze een weekend lang terechtkunnen voor gratis medische consulten. ‘Ik ben een beetje zenuwachtig’, zegt Anna Panasjoek, een moeder die met haar twee zoons voor de school staat. ‘Zo veel mensen op een kleine plek...’

Maar ze wijkt niet van haar plaats in de rij als het luchtalarm begint te loeien en twee gevechtsjagers laag over het dorp scheren richting de frontlinie, 50 kilometer verderop. Want hoe vaak komt het voor dat een groep artsen haar dorp bezoekt? Eindelijk is er een oogarts die naar de ogen kan kijken van haar oudste zoon, Andri van 9, die steeds slechter ziet. En een psycholoog die eens kan praten met haar jongste zoon, Artjom van 6.

Over de auteur
Tom Vennink schrijft voor de Volkskrant over Rusland, Oekraïne, Belarus, de Kaukasus en Centraal-Azië. Hij reist geregeld naar de oorlog in Oekraïne. Eerder was hij correspondent in Moskou.

Solone is een van de vele Oekraïense plaatsen langs het front die door de oorlog zonder medisch personeel zitten. Dorpelingen aarzelen om medische hulp te zoeken in Zaporizja, een grote stad op een uur rijden. ‘Die wordt vaker gebombardeerd’, zegt moeder Panasjoek.

Binnen in het schoolgebouw kijkt de 90-jarige Zoja Karnaoehova, gekleed in kamerjas, gespannen naar het vergrootglas van de oogarts. ‘U moet spoedig naar het ziekenhuis voor een operatie’, zegt de arts, die deel uitmaakt van een medische delegatie van Frida, een Oekraïens-Israëlische hulporganisatie. ‘De druk in uw ogen is veel te hoog. U bent al 50 procent van uw zicht kwijtgeraakt en als u blijft wachten dan ziet u straks niets meer.’

Verschrikt luistert Zoja Karnaoehova naar de diagnose. ‘Ik ben in mijn hele leven nog nooit opgenomen geweest in een ziekenhuis’, zegt ze. ‘En naar Zaporizja gaan vind ik spannend.’ De artsen van de hulporganisatie zien het in elk dorp waar ze komen: zodra lokale artsen zijn vertrokken, blijven inwoners rondlopen met hun gezondheidsklachten. Soms zo lang dat het te laat is om er nog wat aan te doen.

Oorarts Katja Nazoekina (31) reist sinds april langs dorpen achter het front, maar heeft nog niemand kunnen helpen. ‘Bij ernstige gehoorschade heb je 72 uur om iets te doen’, zegt ze. ‘Maar de mensen die ik nu zie, hebben vaak al drie maanden last.’

In bijna elk dorp treft ze gehoorschade aan als gevolg van explosies. Dat is niet anders in Solone: tegenover haar in het klaslokaal heeft Daniil plaatsgenomen, een soldaat die twee weken verlof heeft van zijn legereenheid bij Bachmoet en even thuis is bij zijn zwangere vrouw. Hij hoort niets meer met zijn linkeroor sinds er vlak naast hem een granaat ontplofte.

‘Wanneer was dat?’, vraagt Nazoekina terwijl ze Daniils oor bestudeert. ‘Ehm, een week of twee geleden’, zegt de frontsoldaat. De oorarts zucht en geeft hem hormonale pillen, die de schade volgens haar in eenderde van de gevallen nog kunnen herstellen als ze binnen twee weken na de knal worden ingenomen. ‘Maar ik kan u niets beloven’, zegt ze.

Ondanks dat haar deskundigheid vaak te laat komt, haalt ze voldoening uit de reizen langs het front. ‘Het is belangrijk om deze mensen te laten zien dat ze niet worden vergeten’, zegt de oorarts, die zelf een half jaar in bezet gebied in Cherson woonde en tegen haar zin een gehoortest moest afnemen bij een Russische militair.

Op kinderstoeltjes in de gangen zitten de dorpelingen te wachten voor klaslokalen met A4’tjes op de deur: ‘psychiater’, ‘longarts’ en ‘cardioloog’. Sommigen laten zich van top tot teen doorlichten.

Afgezonderd is de spreekkamer van de psychiater, op de eerste verdieping. Voor de deur staat de 17-jarige Aljona te wachten met de meestvoorkomende kwaal in dorpen langs het front: angstgevoelens. ‘Soms ben ik gewoon wat aan het rommelen thuis en word ik plots heel bang’, zegt Aljona. ‘Het gebeurt vooral als mijn moeder er niet is en ik alleen ben. Ik weet niet wat het is, maar de stemmingswisselingen zijn zo hevig dat ik ze in mijn buik kan voelen.’

Steeds meer mensen in de dorpen achter het front durven over mentale gezondheidsklachten te praten, zegt psychiater Serhi Bohrjejev (30). ‘We zijn nog niet af van de stigma’s uit de Sovjet-Unie, waar psychiatrische ziekenhuizen bedoeld waren om mensen te straffen. Maar er komen steeds meer mensen naar de consulten.’

Naast Bohrjejev zit zijn vriendin Viktoria, een psycholoog met wie hij dit werk samen doet. Op tafel staat een doos met medicijnen. Kalmeringsmiddelen, antidepressiva. Vooral in bevrijde dorpen, waar inwoners vaak ooggetuigen zijn geweest van beschietingen en soms executies, zien ze veel symptomen van posttraumatische stressstoornis. Voor therapie verwijzen ze dorpelingen door naar psychiaters in de regio of die via videoconsulten patiënten kunnen begeleiden.

Na Solone gaan ze op weg naar het volgende dorp achter het front dat op artsen wacht. Bohrjejev: ‘Ook voor ons is dit therapie.’

Source: Volkskrant

Previous

Next