Home

Kruiprogge, zomergerst, spelt: veldje voor veldje brengt Marcel van Silfhout de granen van vroeger terug in het landschap

Van Silfhout onderzocht als journalist wat er misgaat in de (lange) voedselketens van tegenwoordig. Hij besloot zelf aan de slag te gaan. Het resultaat: brood op de plank en kruiden in het veld. ‘Ik doorbreek die Berlijnse muur tussen natuur en intensieve landbouw.’

Een dagje wuivend graan kijken, en akkerkruiden. Een dagje in het universum van Marcel van Silfhout, de drijvende kracht achter Stichting GraanGeluk. Op het Westerbergveld, op de Wageningse berg, staan we in het veld, omgeven door bomenrijen. Een bunder land met Veluws kruiprogge, met zwarte emmer, met spelt en grijze Brabantse boekweit, bijna vergeten gewassen, granen voor mensenvoedsel, voor brood en bier. En daartussen staan de akkerkruiden die in zijn kindertijd nog vanzelfsprekend deel waren van het Veluws landschap: korenbloemen, klaprozen, biggenkruid, kamille en nog veel meer. Van Silfhout: ‘Hier begon het, met dit veldje, uitgerekend in mijn geboorteplaats.’

Een kleurrijk plaatje is het, maar veel meer dan dat, vindt Van Silfhout. Dat vertelt hij, in vele toonaarden, op weg van Amerongen, zijn woonplaats, via het Renkums beekdal, tot aan Oosterbeek, op, onder, aan de rand van de Veluwe en de Veluwezoom. Langs een staalkaart van veldjes waarop hij zijn trotse stempel heeft gedrukt.

Idyllische plaatjes stuk voor stuk, met zomergerst, met gele mosterd, met Aalter troshaver. Graangewassen die hier duizenden jaren lang verbouwd zijn, totdat ze vanaf de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw verdwenen en plaatsmaakten voor velden vol met snijmaïs voor veevoer aan de ene kant en voor ‘nieuwe, schrale natuur’ aan de andere kant. Een ‘Veluws drama’ noemt de gewezen onderzoeksjournalist dat, en daar wil hij iets aan veranderen. ‘Wat ik doe is: ik doorbreek die Berlijnse muur tussen natuur en intensieve landbouw.’

En: ‘Eigenlijk probeer ik het landschap uit mijn kindertijd te herstellen. En het landschap van mijn ouders. Mijn vader vindt het ook geweldig dat hij weer bloemrijke korenvelden ziet.’

Van de overheid valt al jaren weinig te verwachten als het gaat om het beschermen van natuur, biodiversiteit en landschap. Dus nemen particulieren het heft in eigen handen, al of niet in de geest van de punkcultuur, eind jaren zeventig, toen de toestand ook uitzichtloos leek. Dan doen we het zelf wel. Een korte reeks van Caspar Janssen, die zelf zijn stadsbalkon omtoverde tot een oase voor bijen en andere beestjes.

Inmiddels heeft zijn stichting GraanGeluk 43 hectare grond in gebruik, verspreid over Nederland. Vooral hier, op en rond de Veluwe en de Veluwezoom, maar ook in de Achterhoek, in Drenthe en sinds kort zelfs in Noord-Holland. Bijna altijd op de arme gronden waar eeuwenlang dit soort gewassen werden verbouwd.

Dat gaat niet zonder slag of stoot, maar het voordeel is dat Van Silfhout het nu niet meer alleen van zijn grote mond moet hebben, maar dat hij ook de plaatjes kan laten zien. ‘Ik was pas nog met een ecoloog van Staatsbosbeheer op een van mijn veldjes. Hij telde elf soorten akkerkruiden, meer dan ik er zelf had ingezaaid. En met die granen en die kruiden, komen ook de bijen, vlinders en hommels. En de verbeterde bodem. En de veldleeuweriken. Boerinclusieve natuur, zo noem ik het. Nou ja, je ziet het.’

Het is vooral een landschap dat hier duizenden jaren heeft bestaan, zegt hij. ‘Agrarisch erfgoed. En een landschap dat voedsel oplevert. Hier maken we streekeigen brood van en bier, maar ook mosterd en zelfs pasta.’ En daarbij, zegt hij, als we later bij Lichtenbeek staan, in Oosterbeek, weer tussen de gerst, rogge, boekweit en de gele mosterd: ‘Het is toch prachtig?’

GraanGeluk, zo noemt Van Silfhout het tegenwoordig, al begon hij ooit met het project onder de naam Heideboerderij. Het lijkt in eerste instantie een vreemd project voor iemand die helemaal geen boer was. Van Silfhout was jarenlang journalist bij programma’s als Reporter en Zembla. Zijn speciale interesse in koken en voedsel resulteerde in kookboeken, maar ook in Uitgebeend, een ‘non-fictiethriller’ over hoe de controle op voedselveiligheid kapot is bezuinigd, met alle risico’s en schandalen van dien.

Over de auteur
Caspar Janssen schrijft voor de Volkskrant over natuur, biodiversiteit en landschap. Hij schreef onder meer het boek Het bijenbalkon – Van een kaal terras naar een zoemende balkonjungle.

Hij nam de rigoureuze beslissing om zelf boer te worden. ‘Een van mijn conclusies in mijn boek was dat de ‘korte ketens’ in de voedselproductie versterkt zouden moeten worden, dat voedsel weer zoveel mogelijk regionaal geproduceerd zou moeten worden, om er ook lokale producten van te maken. Dat wilde ik hier gaan proberen.’ Maar, ontdekte hij: ‘Van versterken was geen sprake, want er bestond helemaal geen infrastructuur meer voor lokale of regionale voedselproductie. Die hele infrastructuur voor het drogen en opschonen van graan, met molenaars, mouterijen, brouwerijen, bakkers, was weg. Ons graan komt tegenwoordig uit het buitenland, dat is wat globalisering doet. We moesten die hele regionale markt weer van de grond af opbouwen.’

Van Silfhout was al voorzitter geweest van het gilde van gescheperde schaapskuddes. Heideschapen speelden eeuwenlang een cruciale rol in de heidelandbouw op de Veluwe en ook op arme hogere zandgronden in Brabant, Limburg en Drenthe. Voor lichte bemesting, maar ook voor de begrazing. Dat wilde hij ook terug. Van Silfhout: ‘Die schapen zijn fantastisch. In het voorjaar en najaar lopen ze op mijn veldjes. Ze zorgen ervoor dat de rogge beter wortelt, het wortelstelsel verbreedt zich en verdiept zich, dan krijg je een hogere opbrengst. Nou, je ziet het, het staat hier 2 meter hoog. De schapen verspreiden ook zaden. Ik zeg vaak: ik heb het ecologische systeem hier weer op aan gezet. Deze akkers zijn een bom van biodiversiteit.’

Toch liep Van Silfhout aanvankelijk tegen muren op. Hij kreeg weliswaar grond ter beschikking van de provincie, maar fietste in feite door al langer bestaande plannen heen, namelijk de aanleg van natuurverbindingen tussen de Veluwe en de Rijn. ‘De provincie kocht landbouwgrond op voor natuur, waar natuurorganisaties dan gingen verschralen. Veertig jaar lang maaien en afvoeren, net zo lang tot er heide is. Voor boeren, ook voor natuurinclusieve boeren, was nauwelijks plaats meer.’ Wat ongetwijfeld ook meespeelde, denkt hij, was ‘dat ze me maar een rare snuiter vonden’.

Een turbulente, dramatische periode volgde. Subsidie liet op zich wachten, hij leende geld, verkocht zijn huis, betaalde zijn schulden af van de overwaarde, maar hij besloot door te zetten. Hij kreeg uiteindelijk toch steun uit verschillende hoeken, waaronder de provincie Gelderland en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. En hij verkreeg land dat hij goedkoop kon pachten of zelfs gratis ter beschikking kreeg, onlangs nog 9 hectare van Land van Ons, een organisatie die grond koopt voor natuurvriendelijke landbouw. Inmiddels krijgt GraanGeluk beheervergoedingen in het kader van natuur- en landschapsbeheer, en donaties door de verkoop van ‘Graandelen’. Dat levert Van Silfhout, naast bier- en meelverkoop, eindelijk inkomen op.

Dat bier, Gelders GraanGeluk, is inmiddels bekroond met een prestigieuze internationale prijs voor speciaalbieren. Van Silfhout zelf kreeg met zijn stichting vorig jaar De Gouden Mispel, een onderscheiding van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap, ‘voor de terugkeer van natuurrijke akkers als springlevend bewijs dat met historische kennis eerlijke, ambachtelijke producten kunnen worden gemaakt’.

Want intussen lukte het wel om het ‘Veluws drama’ op sommige plekken te stoppen. De tocht voert vandaag van de ene naar de andere plek die ‘wel recht doet aan de geschiedenis van het landschap’. Inmiddels is er een flink netwerk ontstaan van producenten en verkooppunten in de regio, Van Silfhout zocht samenwerking met andere boeren, met kenners van akkerkruiden en historische granen, en met verwerkers en verkopers van zijn producten. In de regio is hij ook niet alleen. In de vereniging Streekwaar werken natuurvriendelijke boeren samen met ambachtelijke bedrijven en afnemers.

Van Silfhout wil het graag allemaal laten zien. Dus stoppen we bij delicatessewinkel Smits in Rhenen, waar ze zijn producten verkopen, we proeven het nieuwste bier bij de Stadsbrouwerij in Wageningen, een belangrijke bondgenoot, en lunchen bij hotel De Wereld, waar opvallend veel regionale ingrediënten worden gebruikt. ‘We bouwen de regionale markt weer op.’ Die markt is nog kwetsbaar, geeft Van Silfhout toe. ‘Een geweldige schapenkaasmaker is ermee gestopt en als er een bakker wegvalt, is dat een klap.’ En die korte keten is vooralsnog nog best lang. Voor het drogen, pellen, schonen, mouten en malen moet hij tot Lelystad en Winterswijk. ‘Ik rij soms 400 kilometer op een dag. De benzinepomphouder zei laatst: ‘Ben je er alweer?’’

Maar toch, zegt hij, ‘als je door je oogharen kijkt, zie je die oude infrastructuur nog. Hier, aan de zuidkant van de Veluwe en op de Veluwezoom stond overal wuivend graan, en dat liep dan via tien molens in Sonsbeek naar de Korenmarkt in Arnhem, waar het graan werd verhandeld, om vervolgens in de haven te worden verscheept. Ik zeg niet dat het allemaal terug moet, maar we zouden wat er nog is wel kunnen uitbreiden en professionaliseren.’

In zekere zin heeft GraanGeluk het tij me Source: Volkskrant

Previous

Next