Na twee races op permanente circuits en twee races op stratencircuits keerde de IndyCar in Iowa weer terug op een Speedway. Over het algemeen presteert Ed Carpenter Racing op de ovals beter dan op de permanente circuits, wat ook in Iowa - waar een double-header werd afgewerkt - het geval leek te zijn. Teambaas Ed Carpenter stapte weer in en verraste zaterdag door de vierde startplek te pakken voor race twee op zondag. Rinus VeeKay kwam tot de vijftiende en veertiende tijd en had vanaf die plekken nog genoeg perspectief op goede punten.
Op zaterdag zat het de Nederlander echter niet mee: een slecht getimede caution zorgde ervoor dat hij niet verder kwam dan de zeventiende plek. Op zondag leek de snelheid wat verdwenen te zijn en werd VeeKay al relatief snel op een ronde achterstand gezet. Het werd een vrij anonieme race waarin hij als achttiende aan de finish zou komen.
"Ik heb alles gegeven", blikt de 22-jarige VeeKay terug op zijn weekend in Iowa. "Ditmaal heeft dat me niet meer dan een zeventiende en een achttiende plaats opgeleverd. In de eerste race op zaterdag had ik gewoon pech met de timing van de neutralisatie. Valt die drie rondjes eerder, dan finish ik rond de achtste plek. Ik was immers aan het vechten met Kyle Kirkwood. Gezien onze snelheid was dat resultaat een juiste weerspiegeling geweest", stelt de Hoofddorper.
Dat ECR op zondag minder snelheid leek te hebben, had te maken met het feit dat de teams op zaterdag na de kwalificatie niet meer aan de afstelling mocht worden gewerkt. Op zondag was dat tijdens de warm-up niet het geval, waardoor er dus stappen gezet konden worden. "Zaterdag was echter een zogenaamde ‘impound race’, waarbij er na de kwalificatie niet meer aan de wagens mag worden gesleuteld", legt VeeKay uit. "Daar hadden wij, net zoals tijdens de races op de Iowa Speedway van vorig jaar, een voordeel mee. De concurrentie wist tijdens de warm-up van zondagochtend echter nog wat snelheid te vinden en daardoor vielen we tijdens de tweede race wat verder weg. De balans was niet in orde, waardoor ik alle zeilen moest bijzetten om de wagen überhaupt op het asfalt te houden."
Dat werd uiteindelijk 'wel iets beter', geeft VeeKay aan. "Maar dat was enkel omdat we de wagen tijdens een van de pitstops op meer onderstuur hebben afgesteld", licht de Nederlandse ECR-coureur toe. "Daardoor had ik aan de achterzijde van de wagen tenminste wat grip. Over het geheel kan ik kort zijn: ik ben tevreden met mijn eigen prestatie, al baal ik van het resultaat. Ik hoop dat het omslagpunt kan worden bereikt. We zullen als team een stap voorwaarts moeten zetten om in de volgende wedstrijden te kunnen strijden voor top-tienklasseringen." Met zijn achttiende plek was VeeKay wel de beste ECR-coureur. Nieuwe teamgenoot Ryan Hunter-Reay, die halverwege het seizoen Conor Daly verving, zette zijn bolide in de slotfase in de muur en werd op P24 afgevlagd. Teambaas Ed Carpenter moest genoegen nemen met P23. Met nog vijf races te gaan staat VeeKay op de vijftiende plaats met 183 punten achter zijn naam.
Source: Motorsport