Home

Als Jumbo de Tour wil winnen met een Nederlander, dan moet het een ploeg bouwen rondom Thymen Arensman

Jumbo-Visma heeft wel iets weg van Ajax, Feyenoord en PSV: een Nederlandse sportploeg die voor zijn succes afhankelijk is van buitenlandse spelers. De wielerploeg met het hoofdkwartier in Den Bosch, met een Nederlandse supermarkt als hoofdsponsor, geleid door Nederlanders en met overwegend Nederlands personeel heeft zondag zijn zesde grote wielerronde gewonnen.

Vier keer greep de Sloveen Primoz Roglic de eindzege in een grote ronde (3x de Vuelta, 1x de Giro), tweemaal in de Tour een Deen, Jonas Vingegaard. Hun belangrijkste helper: Sepp Kuss, een Amerikaan.

Over de auteur

Robert Giebels schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1. Hij was correspondent in Azië, schreef over economie en won als politiek verslaggever journalistiekprijs De Tegel.

Kennelijk effenen de Nederlandse ploegsuccessen met navenante miljoenenbudgetten niet de weg voor individueel Nederlands succes. Of het nu gaat om het winnen van een grote ronde als de Tour of een etappe daarin. Dit jaar blijft Nederland steken op één gewonnen rit: de 15de naar Saint-Gervais Mont-Blanc, die de 35-jarige Wout Poels op zijn naam schreef.

Met twee Nederlandse topsprinters en Mathieu van der Poel onder de deelnemers was op meer gehoopt. Maar Fabio Jakobsen viel en Dylan Groenewegen legde het af tegen de Belg Jasper Philipsen die in Van der Poel de ideale sprintaantrekker had.

Nederlandse ritwinst in een Tour is sinds de drie etappezeges van Erik Dekker en één van Leon van Bon in 2000 meestal beperkt. De laatste twee jaar stond de teller in Parijs op twee stuks, maar op nul in 2020. Geen enkele etappewinst, of hooguit eentje was doodnormaal tussen 2002 en 2015, toen de Tour nota bene in Utrecht begon.

In dat jaar eindigden Robert Gesink en Bauke Mollema wel op de respectievelijk zesde en zevende plaats. Deze Tour was een Nederlander in de top-10 op voorhand uitgesloten, laat staan eentje op het podium. Nederlandse wielrenners rijden immers al jaren in dienst van niet-Nederlandse klassementsmannen.

Dat geldt momenteel ook voor de meest concrete kandidaat voor een Nederlandse grote-rondezege, Thymen Arensman. Zich leegrijdend voor Ineos-kopman Geraint Thomas, eindigde Arensman mede dankzij een zoals altijd bij hem goede slottijdrit, als zesde in de Giro. Thomas zag de Giro-zege nipt gaan naar Roglic, van Jumbo-Visma dus.

De Sloveen was eerder al drie opeenvolgende jaren (2019-2021) de beste in de Vuelta. Toch was de oorspronkelijke doelstelling van de voorgangers van de nu beste wielerploeg van de wereld wel degelijk een Nederlandse grote-rondewinnaar af te leveren.

Steven Kruijswijk uit Nuenen, nu 36, was daarvoor de belangrijkste gegadigde. Hij won nooit een etappe in een van de drie grote ronden, maar kan gelden als een van de beste Nederlandse ronderenners van de laatste jaren. Zeven keer eindigde hij in de top-10 in Vuelta, Giro of Tour.

Het besef dat het mogelijk was ooit een hoofdprijs te pakken – bij voorkeur de Tour – kwam nadat de breedgeschouderde Kruijswijk in zijn roze leiderstrui in een sneeuwmuur reed en zo de Giro d’Italia van 2016 verloor. Het toenmalige Lotto-Jumbo realiseerde zich dat als de eenzame Kruijswijk op de fatale dag een ploeggenoot in de buurt had gehad om hem te helpen, Giro-winst mogelijk was geweest.

Een jaar later toonde Tom Dumoulin met zijn Giro-winst aan dat een Nederlander een grote ronde kan winnen. Maar alleen met een volledig om hem heen gebouwde ploeg.

De vorig jaar gestopte Dumoulin voedde de Nederlandse hoop dat een landgenoot in de voetsporen kon treden van Joop Zoetemelk, die in 1980 de belangrijkste wielerkoers van het jaar won. Hij werd in 2018 tweede. Een uitzonderlijke prestatie, omdat hij een dikke maand eerder ook tweede werd in de Giro. Tour én Giro in één seizoen winnen is tegenwoordig een onmogelijkheid.

Dumoulin heeft na zijn wonderjaar 2018 alleen nog de nationale titel tijdrijden op zijn erelijst staan, waarmee de nationale volgspot weer op Kruijswijk werd gericht. In de Tour van 2019 stond hij in Parijs op de laagste trede van het podium. Als de 19de etappe, waar hij had gepland toe te slaan, niet was geannuleerd wegens een aardverschuiving, dan had er mogelijk meer in gezeten dan die derde plek.

Pech voor Kruijswijk was dat Jumbo-Visma inmiddels stapelgek was geworden op Roglic. De voormalige Sloveense schansspringer was in 2016 ontdekt nadat hij de ploegleiding met stomheid had geslagen door in vermogenstesten de meters naar ongedachte waarden te laten uitslaan.

De komst van ruwe diamant Roglic betekende dat de ploeg de plots als chauvinistisch beoordeelde ambitie overboord gooide en niet langer de kaarten van het grote-rondesucces zette op Nederlanders als Kruijswijk, maar op buitenlanders zoals Roglic en later die andere eigen ontdekking: Jonas Vingegaard.

Nu is het wachten op een jonge Nederlander die de beste ploeg van de wereld verbaast met nog betere testresultaten dan de Sloveen en de Deen. Of Jumbo-Visma bouwt een ploeg rondom Thymen Arensman.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next