De volkomen logische samensmelting van PvdA en GroenLinks leidt tot een verhoogde onderbuikactiviteit van zichzelf ‘Oud-links’ noemende mannen van een zekere leeftijd. (Voormalig) PvdA’ers als Ronald Plasterk vinden GroenLinks kosmopolitisch en stom, want te veel bezig met klimaat, ‘genders en kleurtjes’. Dat zou links niet moeten doen, vinden zij, dat zou zich bezig moeten houden met de noden van de arbeidersklasse.
Er is alleen één probleem: hun arbeidersklasse bestaat helemaal niet meer. Oud-links neemt het op voor een fictie, aangewakkerd door fictieschrijvers bij De Telegraaf, als een moeder met Münchhausen by proxy die ziekenhuizen lastigvalt met een niet-bestaande ziekte bij haar kind, om zelf maar aandacht te krijgen. ‘Afgehaakt Nederland’ noemen ze het vehikel voor hun eigen onvrede en rancune.
Over de auteur
Sander Schimmelpenninck is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant. Eerder was hij hoofdredacteur van Quote. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.
Wat Oud-links werkelijk gek van woede maakt, is dat het moderne links steeds vaker bestaat uit mensen die niet voor zichzelf opkomen, maar voor anderen en onze leefomgeving – ‘elitaire deugers’. Zelf is men overigens volstrekt wereldvreemd door te blijven kwezelen over niet-bestaande Nederlandse schilders uit Oost-Groningen die gedwongen zzp’er zijn geworden en weggeconcurreerd worden door Bulgaren. Terwijl iedereen die weleens buiten komt, weet dat vaklui het nog nooit zo goed hadden.
‘Volks’ gaat al lang niet meer over de arbeidersklasse, maar is vooral een excuus voor hufterigheid (deze krant is vanzelfsprekend een uitzondering). ‘Een man van het volk’ betekent een racist met losse handjes, een ‘volksclub’ betekent een club met veel hooligans, en een ‘volkszanger’ is iemand met neptanden en een Mercedes. De getatoeëerde platpraters die de duurste stranden van Europa bevolken zijn heus ordinair, maar noden hebben ze niet.
Niet links is veranderd, maar een deel van het voormalige linkse electoraat. Dat heeft het blijkbaar zó goed, dat het rechts kan stemmen. En dat heeft het aan links te danken. Maar als dank is de voormalige linkse stemmer nu de sociale ladder die hij beklom aan het saboteren. De Nederlander is na een paar generaties van grote kansengelijkheid wel klaar met verheffen en trekt de poort achter zich dicht.
Oud-links worstelt met de veranderde wereld en vindt het blijkbaar pijnlijk om toe te geven rechts geworden te zijn. De vraag is overigens of de morsige mannen van Oud-links ooit écht links waren. In hun studententijd was links nu eenmaal de dominante stroming en vooral ook heel erg in het eigen belang. De verheffing en solidariteit hield al een tijdje op bij Glanerbrug en niet alleen op het gebied van emancipatie en klimaat is Oud-links conservatief, ook over herverdeling of gelijke kansen hoor je ze nooit meer.
Maar de ongelijkheid neemt toe, democratieën zijn in gevaar en er is nog steeds heel veel armoede en onrechtvaardigheid op deze aarde, die overigens in hoog tempo onleefbaar wordt. Links dient op te komen voor alles dat dat niet zelf kan, met als kernwaarde solidariteit. En dus is het volstrekt logisch dat het niet opkomt voor de volgevreten kleinburger, die wellicht vroeger links stemde, maar dat alleen deed omdat hij zelf wat te winnen had.
Nederland stikt van de (klein)kinderen van de voormalige arbeidersklasse, die zich met valse romantiek de identiteit van hun ouders laten aanleunen om zich gevrijwaard te voelen van enige verantwoordelijkheid voor hun omgeving. Twee SUV’s voor de deur, parttime werken, maar toch verongelijkt. Het is onsmakelijk hoe Oud-links, net als extreem-rechts, die welvarende middenklasse blijft aanpraten dat zij de verworpenen der aarde zijn. De nieuwe linkse fusiepartij moet zich er dan ook niets van aantrekken.
Source: Volkskrant