Niemand gaat hier voor zijn plezier lopen. Niet als het hartje zomer is en in de brandende zon 44 graden. En zeker niet als je 60 kilometer moet overbruggen. Toch is dat wat de 21-jarige Mohamed Amin heeft gedaan. Samen met twee vrienden is hij ’s nachts vertrokken uit Zarsis, bij helder maanlicht. Twaalf uur later kwamen ze aan in het Tunesische stadje Medinine.
Nu zitten ze uitgeput onder een boom. Hun ogen staan dof. Amin, geboren in Mali, haalt 70 dinar uit zijn zak, omgerekend twee tientjes. ‘Kijk, we hebben best wat geld. Maar in de bus werden we geweigerd. Waar is jullie paspoort, vroeg de chauffeur. Zonder paspoort mochten we niet mee.’
Er zat niets anders op dan te lopen. Onderweg probeerden ze te liften. ‘Niemand wilde ons meenemen. Sommigen gaven ons eten of een flesje water.’ Hun lot is tekenend voor de situatie in Tunesië, het land waarmee de Europese Unie vorige week een migratiedeal sloot en waar tienduizenden sub-Saharaanse migranten kopje-onder dreigen te gaan in een golf van racisme en xenofoob geweld. In kustplaats Sfax werden ze begin deze maand met honderden tegelijk opgepakt. Amin en zijn vrienden wisten eraan te ontkomen, anderen hadden dat geluk niet. Volgens schattingen werden zo’n 1.200 mensen op bussen gezet en in de grensgebieden met Libië en Algerije gedumpt.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet, en is auteur van het boek De koerier van Maputo (2021).
Op filmpjes die ze met mensenrechtenorganisaties deelden (en die daarna online werden gezet), is te zien hoe ze in de woestijn beschutting zoeken onder veel te kleine, geïmproviseerde tentdoeken. Vier migranten zijn volgens mediaberichten door uitdroging om het leven gekomen, onder wie een moeder en dochter. Na acht dagen in de woestijn werd het merendeel van de overlevenden door de Tunesische Rode Halve Maan (verbonden aan het internationale Rode Kruis) opgehaald en overgebracht naar opvanglocaties in diverse kleine steden. Hoelang ze daar kunnen blijven, is onduidelijk.
De deportaties werpen een grimmig licht op het akkoord tussen de EU en de Tunesische president Kais Saied. In de deal is sprake van het tegengaan van ‘irreguliere migratie’, in ruil voor een financieel steunpakket van 1 miljard euro (deels een lening). Een ‘mijlpaal’, vond demissionair premier Mark Rutte, die voor de ondertekening naar Tunesië reisde, samen met EU-commissievoorzitter Ursula von der Leyen en de Italiaanse premier Georgia Meloni. De tekst vermeldt ook dat Tunesië onder geen beding een ‘vestigingsland’ wil worden. Oftewel: Europa wil de migranten niet, maar Tunis óók niet.
Wat dat in de praktijk betekent, ondervond de 21-jarige Hawa uit Sierra Leone. Ze doet haar verhaal op een terras van een stoffig koffiehuis in Medinine, op een uur van de Libische grens. Hawa is een pseudoniem, ze wil uit angst voor represailles niet met haar echte naam in de krant. Een half jaar geleden stapte ze in haar geboorteland op het vliegtuig, nadat haar familie had gedreigd haar uit te huwelijken aan een man die ze niet kende.
Ze droomde van een opleiding tot verpleegkundige. Tunesië had een vrij redelijke reputatie, beter dan Libië waar migranten worden uitgebuit en als slaven verhandeld. Maar na aankomst zag Hawa steeds meer haat, aangewakkerd door de dictatoriale president Kais Saied. Migranten zouden deel uitmaken van een westers complot om de Tunesische bevolking te ‘vervangen’, zo verklaarde hij in februari.
De spanningen namen sindsdien toe, de incidenten ook. Migranten werden massaal hun huis uitgezet. Een ruzie in Sfax mondde uit in één Tunesische dode, waarna inwoners knokploegen vormden en razzia’s op touw zetten – deuren intrappend, migranten van hun bed lichtend. In dezelfde week, op zondag 2 juli, deed Hawa boodschappen op de markt, toen de politie voor haar neus stond. ‘Ze zeiden: we moeten je beschermen.’ Iemand duwde een stofdoek in haar gezicht, mogelijk met een verdovend middel, waarna ze flauwviel. ‘Toen ik wakker werd, was ik in de woestijn.’
Met zeven andere vrouwen bleek ze in een politiebus naar de grens te zijn gebracht, nabij Ras Ajdir aan de Middellandse Zeekust. De agenten pakten haar geld af, plus twee mobiele telefoons. Ze dwongen Hawa de codes te geven waarmee haar telefoons vergrendeld waren. ‘Daarna deden ze alsof ik nog een telefoon verstopte. ‘Phone, phone’, riepen ze.’ Met hetzelfde excuus greep een agent vervolgens haar borsten, zegt ze, terwijl een ander haar broek naar beneden trok en haar met zijn middelvinger penetreerde.
Volgens Hawa zijn er meerdere vrouwen op dezelfde manier verkracht. ‘Hoeveel precies weet ik niet.’ Naast haar bevestigt een Liberiaanse man de gang van zaken. De overige vrouwen op het terras ogen versuft. Ze zeggen dat het te vers is allemaal. ‘Ik ben er nog niet van bijgekomen’, mompelt een vrouw uit Nigeria.
Te verifiëren valt Hawa’s getuigenis niet. Een medewerker van een internationale hulporganisatie (die geen toestemming heeft om met de pers te praten, en dus anoniem wil blijven) zegt dat ze bekend is met twee gevallen van aanranding door de Tunesische politie. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch meldde dat meerdere vrouwen verkracht zouden zijn op Libisch grondgebied.
Bij sommige vrouwen trokken Tunesische agenten hardhandig de hoofddoek af, gaat Hawa verder, omdat ze hun telefoons daaronder zouden verbergen. Met een steen sloegen ze de gsm’s één voor één stuk. Ze pakten Hawa’s paspoort af en scheurden het voor haar ogen in stukjes. ‘Waarom doe je dat, riep ik, maar ze antwoordden niet. Ze zeiden alleen: imshi, imshi (lopen, lopen).’
Wie weigerde te lopen, kreeg klappen met een wapenstok. Teecy (‘geen achternaam’), de 22-jarige Liberiaan, wrijft over een knobbel op zijn scheenbeen – een botbreuk van Tunesische makelij. Anderen liepen hoofdwonden op. Teecy en de anderen werden naar Libië gedreven, maar daar zaten de grenswachten evenmin op hen te wachten. Het was het startschot van een dagenlang pingpongspel met mensenlevens. De Libiërs staken tentdoeken in brand, terwijl de Tunesiërs met traangasgranaten probeerden te voorkomen dat de groep terugliep naar de Tunesische kant.
Na vier dagen gingen ze op hun knieën zitten en staken ze hun armen in de lucht. Hawa: ‘We hebben de agenten gesmeekt om een oplossing.’ Er gebeurde niks. Vanuit Tunis liet president Saied weten dat de berichten uit de woestijn op ‘nepnieuws’ berustten. De boodschap was duidelijk. ‘Tunesië is geen gemeubileerd appartement dat te koop staat of te huur.’ Een week later beklonk hij de deal met de EU.
Het heeft er alle schijn van dat de president – naar het voorbeeld van zijn Turkse collega Erdogan – bezig is het thema migratie te gebruiken om in Brussel zijn profiel op te poetsen. Door nadrukkelijk te laten zien dat hij spierballenvertoon niet schuwt, zo schreef de Tunesische politicoloog Olfa Lamloum in een recent opiniestuk, werpt de president zich op als de best denkbare grensbewaker voor Europa.
Of de grenzen helemaal dicht zullen gaan, is overigens de vraag. Immers: zonder nieuwe aanwas verliest een grensbewaker zijn relevantie als gesprekspartner voor de EU. Opvallend veel West-Afrikanen komen niet door de Sahara, maar nemen – net als Hawa – het vliegtuig. In Tunesië hebben ze recht op een toeristenvisum van drie maanden. Vervolgens stappen ze op een boot richting het Italiaanse eiland Lampedusa, of verdwijnen ze in de illegaliteit. Saied zou die route kunnen afgrendelen, maar maakt daar geen aanstalten toe.
In het stadje Medinine dolen plukjes Afrikanen lusteloos rond. Voor een groep van ruim dertig Gambianen, net terug van hun horrorweek in de woestijn, staat het besluit vast: ze willen terug naar hun geboorteland. ‘In dit land zijn we niet meer veilig’, aldus de 20-jarige Suwaibou.
Vanuit de woestijn werden ze, met hulp van het IOM (de VN-organisatie voor migratie), bij een leegstaande jeugdherberg ondergebracht. Ze kunnen er douchen en krijgen dagelijks eten van de Rode Halve Maan. Medewerkers van de Gambiaanse ambassade zijn langs geweest om hun gegevens te noteren, en zullen hen van tijdelijke reisdocumenten voorzien. Mogelijk vliegen ze eind juli al naar huis.
Weg is de Europese droom, opgelost in het zoute water van de Middellandse Zee dat de mannen noodgedwongen dronken. ‘Het kwam er allemaal weer uit’, zegt Tamba Sama (24). ‘Maar het is beter zeewater te drinken dan te sterven.’ Hij ziet uit naar het weerzien met zijn familie in Gambia. ‘Ik zal gelijk sorry tegen ze zeggen. Al ons spaargeld is aan de reis opgegaan.’
Voor anderen is teruggaan ondenkbaar. Josephus O. Thomas (30), een boomlange migrant uit Sierra Leone, zegt dat hij daar zijn leven niet zeker is – waarom precies wil hij niet zeggen. Hij stapte twee keer op een bootje, maar werd door de kustwacht onderschept. ‘De Tunesiërs doen namens jullie het vuile werk en patrouilleren op de zee. En dat terwijl jullie zoveel mooie waarden hebben, zulke mooie instituties. Uit Nederland komt u? Het land van het Internationaal Strafhof! Jullie kijken toe hoe wij in Noord-Afrika de dood vinden.’
Hij bedoelt het letterlijk. Veel migranten slapen sinds de huisuitzettingen van eerder di Source: Volkskrant