Na de vijftiende etappe stond Jonas Vingegaard slechts tien seconden voor op zijn uitdager, Tadej Pogacar. Slechts twee keer eerder deze eeuw was het verschil tussen de nummers 1 en 2 in die fase van de Tour kleiner. Twee etappes later, een korte tijdrit en een loodzware koninginnenrit, was Vingegaards voorsprong opeens 7 minuten en 35 seconden. Slechts één keer eerder deze eeuw was dat verschil groter.
Pogacar stort in, Vingegaard stijgt boven zichzelf uit. Hoe is dat te verklaren?
Voor de Franse pers is dat duidelijk: de winnaar gebruikt doping, de verliezer niet meer. De Fransen zijn consequent met hun beschuldigingen. Toen Pogacar in de achtste etappe van de Tour van 2021 op opmerkelijk krachtige wijze de gele trui veroverde en niet meer afstond, koppelde de Franse sportkrant L’Équipe dat aan dopingzondaar Armstrong en repte Le Monde van ‘een licht misselijkmakend aroma’.
Met name L’Équipe, aartsvader van de Tour, liep een trauma op doordat het de zeven Tourzeges Lance Armstrong bejubelde zonder vragen te stellen. Nu maakt het medium steevast de vlucht naar voren door bij elke opmerkelijke Tourprestatie opzichtig vraagtekens te zetten. Dan kan het later niet de beschuldiging krijgen dit te hebben nagelaten.
Over de auteur
Robert Giebels schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1. Hij was correspondent in Azië, schreef over economie en won als politiek verslaggever journalistiekprijs De Tegel.
Vingegaard en Pogacar en hun ploegen Jumbo-Visma en UAE grijpen de beschuldigingen graag aan om te wijzen op de positieve veranderingen in het wielrennen sinds Armstrong. Ze leggen de nadruk op de vele controles op bloeddoping waarvoor de twee ploegen hebben geijverd. Pogacar toont begrip voor alle vragen en wat Vingegaard betreft zullen wetenschappers ook over honderd jaar, met de techniek van dan, niets vinden in zijn bloed- en urinestalen. ‘Ik zeg met de hand op het hart: ik neem niets wat ik niet aan mijn dochter zou geven.’
Vaststaat dat de twee renners begin dit jaar fundamenteel verschillende keuzes hebben gemaakt om de Tour de France te winnen. Vingegaard besloot zich uitsluitend en alleen toe te leggen op de Tourwinst, met weinig wedstrijden en veel trainingskampen op hoogte. Pogacar hoopte Toursucces te herhalen door het hele jaar door veel verschillende eendagskoersen te rijden en minder op trainingskamp te gaan.
Vingegaard en Jumbo-Visma werden in mei in hun keuze bevestigd. Primoz Roglic, jarenlang de gedroomde Tourwinnaar, koos met de ploegleiding dit jaar de Ronde van Italië als speerpunt. Met een minimum van veertien koersdagen en een maximum aan trainingsarbeid, won de Sloveen de Giro door in de afsluitende, loodzware tijdrit Geraint Thomas te verslaan.
Vingegaard had voor de Tour 25 wedstrijddagen om zichzelf te testen. Voor het laatste examen slaagde de Deen met vlag en wimpel: hij won op indrukwekkende wijze de Dauphiné, dé voorbereidingskoers op de Tour.
Het was bijvangst, alleen de Tour telt voor Vingegaard. Pogacar denkt daar heel anders over. ‘Ik houd van fietsen, van presteren en van competitie’, zei hij zaterdag in de gebruikelijke afsluitende persconferentie met de top-3 van de Tour. ‘In het voorjaar ben ik altijd in heel goede vorm. Waarom die niet gebruiken voor zulke mooie koersen als de Ronde van Vlaanderen?’
Die klassieker, een van de vijf monumenten, won de Sloveen dit jaar na een prachtig gevecht met Mathieu van der Poel. Pogacar won vrijwel elke koers waaraan hij meedeed, totdat een val in Luik-Bastenaken-Luik een einde maakte aan de succesreeks.
‘Luik’ had hij twee jaar daarvoor al gewonnen. Dat jaar, 2021, was Pogacar Merckxiaans. Hij begon met winst in de eerste koers van het seizoen, de UAE Tour, won de Tirreno, Luik-Bastenaken-Luik én de laatste grote wedstrijd van de kalender, de Ronde van Lombardije, ook een monument. Tussendoor won hij de Tour.
Daarmee leek Pogacar af te rekenen met de methode van Lance Armstrong. Sportliefhebbers, zeker in de VS, kijken als het om wielrennen gaat vaak maar naar die ene wedstrijd. Daar richtte Armstrong zich exclusief op, overigens ook om zijn pakkans wegens doping te verkleinen.
Zijn naam is vanzelfsprekend besmet, maar de Amerikaan inspireerde mensen als ‘performance manager’ Mathieu Heijboer van Jumbo-Visma. ‘Armstrong maakte het belang van periodisering in het profwielrennen duidelijk. Daardoor kwamen de hoogtestages in zwang’, legde Heijboer aan het begin van dit seizoen uit toen hem werd gevraagd naar de Jumbo-Visma-aanpak met Roglic en Vingegaard. Die aanpak draait om een trainingsprogramma met verschillende fasen van op- en afbouw om uitsluitend te pieken in Giro (Roglic) of Tour (Vingegaard), in plaats van het hele jaar door.
In 2021 spotte Pogacar ermee en dat deed hij ook in de twee jaar daarna. Het resultaat: een lange erelijst met een ongekende verscheidenheid – ondenkbaar dat Vingegaard dat ooit bij elkaar fietst. Maar ook was de Sloveen twee keer tweede in de Tour, vorig jaar en dit jaar.
Het zet Pogacar aan het denken: hoe win je tegenwoordig de Tour? Niet meer met zoveel mogelijk wedstrijden fietsen, blijkt deze editie. Zoveel mogelijk trainen is het winnende credo. Familieman Vingegaard zei het zaterdag nog: ‘Ik ben dit jaar ruim 150 dagen van huis.’ Gezien zijn bescheiden wedstrijdprogramma bracht hij ruim tweederde van die Glyngøre-loze dagen door met zijn ploeggenoten op trainingskampen in de Sierra Nevada, Tignes en op de flanken van de vulkaan de Teide op Tenerife.
Vingegaard komt volgend jaar zeker terug voor nummer drie. ‘De Tour is nu eenmaal de grootste wedstrijd ter wereld.’ Pogacar zou het liefst de Giro rijden en winnen. ‘Dat vind ik veruit de mooiste koers.’ Maar dat gaat volgend jaar niet gebeuren. ‘De Giro moet wachten. Nu ik de Tour twee keer achter elkaar heb verloren, ben ik hongerig om hem weer te winnen.’
Vingegaard zal niets aan zijn aanpak veranderen. En zijn Sloveense concurrent? Moet Pogacar niet veel minder wedstrijden rijden, veel minder koersen willen winnen? Daarop volgde zaterdag aarzelend: ‘Ja, misschien doe ik het volgend jaar anders.’
Dat ‘misschien’ is wel begrijpelijk, want zijn enorme achterstand op Vingegaard heeft mogelijk nog een andere oorzaak dan een te vol wedstrijdprogramma. Bij zijn val in Luik brak Pogacar zijn pols waardoor hij volgens zijn ploeg liefst vijf weken Tourvoorbereiding miste. Volgens UAE-ploegleider Mauro Gianetti zat hem daarin vooral de kneep van Pogacars ineenstorting. ‘Een normale renner kan al niet één voorbereidingsweek missen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden