Home

Demi Vollering als topfavoriet van start in Tour de France Femmes. ‘Als je niet durft te verliezen, win je nooit’

Samen met haar vriend Jan de Voogd reed Demi Vollering (26) onlangs de Tourmalet op, de loodzware Pyreneeënreus die komende zaterdag mogelijk de beslissing gaat brengen in de tweede editie van de Tour de France Femmes. Het was er koud, De Voogd trok een droog shirt aan voor de afdaling. Eenmaal beneden, ontdekten ze dat hij zijn iPhone boven op een muurtje had laten liggen.

Toen reden ze maar voor een tweede keer omhoog, weer die 17 kilometer bergop, met stijgingspercentages tot wel 12. Het was geen straf, verzekert ze. ‘Ik hou van de bergen, met die telkens wisselende uitzichten. Het prikkelt mijn nieuwsgierigheid. Wat zou er aan de andere kant liggen? Ze maken de ontdekker in me los.’ Vollering was ruim als eerste boven.

Over de auteur
Rob Gollin schrijft sinds 2016 over sport voor de Volkskrant, vooral over wielrennen. Eerder was hij algemeen verslaggever, kunstverslaggever en correspondent in België.

Tunnels onderbreken geregeld de toch al wankele verbinding met de camper waarin Vollering en De Voogd vanuit Andorra onderweg zijn naar hun woonplaats Therwil, een dorpje onder Bazel, Zwitserland. Hij werkt in die stad als manager in het Universiteitsziekenhuis. ‘Even kijken, we passeren Grenoble, we zijn ruim over de helft.’

Een korte hoogtestage zit erop, de derde van dit seizoen. Vollering heeft ook tijd genomen voor de verkenning van enkele Touretappes, vijf van de acht ritten, waaronder die naar de Tourmalet. Ze kampeerden soms pal aan het parcours.

‘Het zijn zware etappes. Soms lijkt het op papier vlak, maar dan zitten er zomaar bijna tweeduizend hoogtemeters in. Ik kijk er wel enorm naar uit. De Tour is zo belangrijk. We worden gezien. Dat is precies wat het vrouwenwielrennen nodig heeft.’

Na een spetterend voorseizoen, met onder meer drie keer winst in de Ardennenklassiekers en het pakken van de nationale titel, begint de kopvrouw van SD Worx zondag in Frankrijk als topfavoriet. Vorig jaar eindigde Vollering als tweede, achter winnares Annemiek van Vleuten.

‘Het is moeilijk iets specifieks te noemen. Vorig jaar was het eigenlijk al goed, ik deed vaak mee voor het podium. Alleen die overwinning lukte net niet. Allereerst omdat ik net niet sterk genoeg was. Nu heb ik fysiek weer een stap gezet, ik heb een paar procent harder getraind, zonder te gek te doen. Je moet weten wanneer je iets extra’s kan doen en wanneer je juist rust moet pakken. Ik ken mijn lijf beter.

‘Dat ik sterker ben geworden, levert me mentaal meer ruimte op. Als je op je limiet rijdt, is het moeilijker de juiste beslissingen te nemen. Nu kan ik nadenken. Ik heb profijt van yoga en meditatie. Yoga gebruik ik vooral om de spieren soepel te houden en voor het herstel. Met mediteren vind ik rust. Ik gebruik het ook voor visualisatie, weten wat je te wachten staat in de wedstrijd, en voor controle op je ademhaling.’

‘Die gesprekken gingen over de druk die ik mezelf oplegde. Ik durfde niet te verliezen. Dat is zo’n beetje het stomste wat je kunt doen in het wielrennen. Daar is het alles of niks en ik reed te veel op safe. Dan dacht ik: ga niet in het rood, want dan kun je straks niet meer sprinten. Nu denk ik: ik moet in de eerste groep zitten. Of: nu wegkomen. Als je niet durft te verliezen, win je nooit. Het kan nu ook omdat ik sterker ben.’

Ze groeit op als oudste van vier kinderen in een tuindersgezin met een hortensiakwekerij in Berkel en Rodenrijs. ‘Ik was echt een drammer, nogal eigenwijs. Toen ik als peuter een fiets kreeg, moesten de zijwielen er meteen af.’

Met kinderen uit de buurt rijdt ze wedstrijdjes op straat. Haar sportieve carrière begint met dikkebandenraces, met de plaatselijke club rijdt ze toertochten. Toch wordt schaatsen haar eerste grote passie: ze schopt het tot kampioen van Zuid-Holland.

Op een gezamenlijke tocht in de Ardennen overtuigt haar vriend Vollering ervan dat ze voor het wielrennen moet kiezen: hij ziet het gemak waarmee ze de steile hellingen bedwingt en meteen herstelt. Ze houdt nog wel rekening met een bestaan tussen de bloemen: ze volgt de opleiding Flower Design, helpt haar ouders in de kassen en maakt boeketten voor winkels en een evenementenbureau.

Nadat de ploeg Parkhotel Valkenburg haar had opgepikt bij haar eerste club Swabo en de eerste resultaten volgen, meldt SD Worx zich in 2020 voor de overstap naar het allerhoogste niveau. Manager Erwin Janssen, ploegleider Danny Stam en toenmalig wereldkampioen Anna van der Breggen, nu haar ploegleider en mentor, reisden er voor naar Zwitserland, waar ze inmiddels woonde.

‘Ik voel me vanaf het begin thuis in de ploeg. Je krijgt veel vrijheid. Je kunt gewoon gaan skiën in de winter, je kunt met de camper parcoursen gaan verkennen. Wat mij happy maakt, maakt de ploeg happy.’

‘Je kunt niet overal voor de winst gaan. De een zal wat meer gefocust zijn op een bepaalde koers dan de ander. We bespreken de doelen al aan het begin van het seizoen. Die van mij waren de Ardennenklassiekers. Het mooie van de ploeg is dat we tijdens de wedstrijd makkelijk kunnen schakelen naar een ander scenario als iemand zich niet goed voelt. We kennen elkaar door en door.’

‘Elke keer als we winnen, denk ik: dit zal voorlopig de laatste zijn. En dan is het weer raak. Voor ons is het geen probleem, we proberen volop te genieten. Ik hoor van anderen buiten de ploeg dat die het juist wel gaaf vinden. Hebben jullie het wéér geflikt. Dat is ook toch ook wel leuk.’

Naast de successen kreeg het voorjaar van Vollering ook kleur door openlijk geventileerde frustraties. Na de Strade Bianche stond ze mokkend naast ploeggenoot Lotte Kopecky, met wie ze tegen haar verwachting in moest strijden om de winst; later bleek dat ze haar net had geklopt.

In de Vuelta vond ze dat Movistar, de ploeg van Van Vleuten, onsportief handelde door het tempo op te schroeven toen zij met drie teamgenoten de berm had opgezocht voor een plaspauze. Het kostte haar mogelijk de eindzege, het verschil met Van Vleuten was slechts 9 seconden.

‘Ik ben best wel een emotioneel persoon, zeker zo vlak na de finish. Dat zijn altijd intense momenten. Je hebt enorm afgezien en dan glijdt die camera zo vlak langs je gezicht. Zo liggen gevoelens snel bloot.

‘In Italië, na de Strade Bianche, wist ik eerst niet zo goed wat ik moest denken. Ik kreeg gelijk vragen van de media. ‘Nou, Demi, dit was wel een beetje raar, hè.’ Ja, misschien was het wel raar, ja. Ik ging erin mee. Ik had moeten zeggen: even geen interviews nu, want ik weet ook niet precies wat er is gebeurd. Gelukkig was het met Lotte meteen goed nadat de uitslag bekend was geworden.

‘In Spanje baalden we enorm. Daarvan konden we geen geheim maken. Dat Movistar ging rijden, vind ik nog steeds niet zo netjes. Aan de andere kant: dat ze iets gingen proberen, was te verwachten. Meer nog dan de plaspauze brak ons op dat de jury kort daarna de volgauto’s tussen ons en het peloton eruit haalde. Daardoor verspeelden we veel krachten.’

‘Het overkomt me, ook als ik trots ben op mijn ploeg of als ik zelf een overwinning heb gehaald waarvoor ik keihard heb gewerkt. Dan voel ik de tranen al komen. Ik zeg tegen mezelf ‘nee, nee, nee, nu niet huilen’, maar het gebeurt toch. En daarna komt er nog een ploeggenoot langs, vallen we elkaar in de armen en schiet ik weer vol. Voorheen vond ik het verschrikkelijk, ik kan het nu meer loslaten. Het is nu eenmaal zo.’

‘Ja, het was een beetje een gekke wedstrijd, omdat er een paar favorieten weg vielen. Dat was zonde. Dat Annemiek in haar laatste jaar nog steeds overwinningen pakt, is mooi.’

‘Zoals ze telkens voor de aanval koos, leek het er zeker op. Je weet alleen niet hoe de andere renners ervoor stonden. Misschien kozen die wel de Giro als voorbereiding voor de Tour. Vaststaat dat ze erg goed was.’

‘Annemiek is iemand waar je altijd rekening mee houdt, een zeer sterke concurrent, die in staat is gekke dingen te doen. Maar ik ben ook op mijn hoede voor andere sterke tegenstanders.’

‘We zijn concurrenten, dus onlogisch is dat niet. Buiten de wedstrijden hebben we veel respect voor elkaar. Wat zij allemaal op haar palmares heeft staan, is natuurlijk schitterend. Ik ben een beetje op weg in die richting, misschien kan ik ooit ook zoiets bereiken.’

‘Dat vind ik heel leuk. Ze heeft niet zo lang geleden een ongeluk gehad, ze liep een scheur in haar milt op toen een tas waarmee ze naar de kleedkamer fietste, tussen de spaken kwam. Dat ze daarna nog steeds graag traint en koerst, toont aan dat ze heel gemotiveerd is.

‘Ze heeft een enorme motor, dat zie je aan haar bouw. Ze maakt snel spieren aan. Nee, ik heb mijn ploeg nog niet op haar geattendeerd. Ze moet niet het zusje van worden. Laat Bodine zichzelf maar bewijzen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskr Source: Volkskrant

Previous

Next