Home

Op het burgerberaad in Zeist draaien deelnemers een democratisch rondje om de hete brij die vuurwerk heet

Een gemêleerd gezelschap druppelt binnen op deze maandagavond in mei. Jong en oud, kaal en knotje, tuttig en tatoeage – allemaal zoeken ze een plekje in de raadszaal in het gemeentehuis van Zeist.

Dan neemt Christel Berkhout het woord, die met haar team van procesbegeleiders zal pogen dit burgerberaad in goede banen te leiden. Ze vraagt de aanwezigen te laten weten uit welke dorpen ze komen. ‘Sta op als je in Huis ter Heide woont’, zegt ze. ‘Sta op als je in Austerlitz woont.’ Daarna volgen Zeist, Bosch en Duin en Den Dolder. Alle dorpen zijn hier vertegenwoordigd.

Vervolgens peilt Berkhout hoeveel ervaring de aanwezigen hebben met het onderwerp waarvoor ze hier bijeen zijn. ‘Sta op als je meer dan tien Zeister jaarwisselingen hebt meegemaakt.’ En: ‘Sta op als het er vijf tot tien zijn.’

Samen vormen deze 87 inwoners het Burgerberaad Jaarwisseling. De leden zijn dit voorjaar aangewezen door het lot. ‘Het is echt een topgroep, die de pluriformiteit van de samenleving weerspiegelt’, zegt burgemeester Koos Janssen even later. ‘We zien ernaar uit om over twee weken het advies te ontvangen.’

Dat advies werd begin dit jaar door de gemeenteraad besteld. De politiek was het niet eens geworden over vuurwerk. Sommige partijen wilden een lokaal verbod invoeren, andere vonden dat de gemeente beter in Den Haag kon gaan lobbyen voor een landelijk verbod. Er waren ook partijen die meenden dat vuurwerk bij Oud en Nieuw hoort. Een burgerberaad over ‘een jaarwisseling waar we ons met elkaar op kunnen verheugen’ moest uitkomst bieden.

Voordat Janssen het beraad officieel installeert, en de leden in kleine groepen gaan verkennen waar ze tijdens de jaarwisseling van balen en waarvan ze genieten, maakt hij met zijn microfoon een rondje door de zaal. Waarom hebben de aanwezigen zich opgegeven voor dit burgerberaad, waarvoor ze vier avonden en een zaterdag op het gemeentehuis moeten verschijnen?

Iemand antwoordt dat hij ‘een steentje wil bijdragen’, een ander is benieuwd ‘hoe zoiets in z’n werk gaat’, een derde zegt dat hij het belangrijk vindt ‘zijn maatschappelijke plicht te vervullen’.

Maar er zijn ook andere motieven. ‘Die vergoeding van 190 euro komt goed van pas’, zegt een rechtenstudent in een oranje capuchontrui. ‘Daar ben ik heel eerlijk over.’

Het burgerberaad heeft de wind mee. Talloze provincies en gemeenten vroegen de afgelopen jaren burgers om advies bij complexe vraagstukken. Zo deelden inwoners in Zeeland hun ideeën over de organisatie van de zorg. De provincie Gelderland liet burgers meedenken over manieren om de klimaatdoelen te halen. Datzelfde deed de gemeente Amsterdam.

Inmiddels lijkt ook de weg vrij voor een nationaal burgerberaad, nu de Tweede Kamer daar vlak voor de val van het kabinet mee instemde. Komend voorjaar zullen 175 burgers zich buigen over de vraag: ‘Hoe kunnen we als Nederland eten, spullen gebruiken en reizen op een manier die beter is voor het klimaat?’

Het concept laat zich eenvoudig uitleggen. Via loting wordt een min of meer representatieve groep burgers geselecteerd. Zij gaan vervolgens met elkaar in gesprek over een complex maatschappelijk probleem.

Daarbij is het nadrukkelijk niet de bedoeling dat de deelnemers elkaar uit alle macht proberen te overtuigen. Het is geen meningenoorlog, maar een uitwisseling van perspectieven, schrijft directeur Eva Rovers van Bureau Burgerberaad in haar boek Nu is het aan ons. Deelnemers gaan op zoek naar ‘common ground’, om van daaruit oplossingen te bedenken.

Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit? Hoe voert een groep leken een zinvol gesprek over een onderwerp waarvan ze niet per se verstand hebben? Vliegen ze elkaar echt niet in de haren? En wat is ervoor nodig om tot een advies te komen waar de deelnemers vrijwel allemaal achter staan?

Om antwoord te krijgen op zulke vragen, schoof de Volkskrant dit voorjaar aan in Zeist, waar ze al ervaring hebben met het instrument. In 2021 liet de gemeente burgers al meedenken over miljoenenbezuinigingen. ‘Ik vond dat ontroerend en verrassend positief’, zegt burgemeester Janssen daar nu over.

Volgens Janssen leverde het beraad ook veel meer op dan alleen 62 voorstellen om de begroting in balans te krijgen. ‘Ik zag ook dat mensen er blij van worden als ze samen ergens aan werken. Dat noem ik procesgeluk. Bovendien leren ze ervan: leergeluk. En ze beleven iets met elkaar: sociaal geluk. De opbrengst van een burgerberaad zit in al die dingen.’

‘Als je jouw verwachting van vandaag zou mogen uitdrukken in een bloem, welke bloem zou dat dan zijn?’

Het is zaterdagochtend, de eerste mooie lentedag van het jaar, en Christel Berkhout begint de dag met een vraag. Ze wil dat de deelnemers erover nadenken en hun antwoord bespreken met degene naast zich. Al gauw klinkt er geroezemoes in de zaal.

Daarna doet Berkhout weer een peiling. ‘Sta op als jij in je directe omgeving een hulpverlener hebt die actief is tijdens de jaarwisseling’, zegt ze. Een stuk of acht mensen staan op. ‘Sta op als je je weleens onveilig hebt gevoeld rond de jaarwisseling.’ Circa dertig mensen. ‘En als je zielsveel houdt van knalvuurwerk.’ Dat zijn er ongeveer zes.

Dit is de derde bijeenkomst van het burgerberaad. Eerder hebben de deelnemers het onderwerp verkend, de aangeleverde informatie tot zich genomen en ontbrekende informatie opgevraagd. Vandaag wordt het tijd om de eerste voorlopige aanbevelingen te formuleren. Daarbij staan vier thema’s centraal die eerder kwamen opborrelen: feestelijk samenkomen, zorg dragen voor kwetsbare groepen, zorg dragen voor de leefomgeving, en vuurwerk.

Berkhout, die vaak grote gesprekken begeleidt maar nooit eerder een burgerberaad organiseerde, legt de gekozen werkvorm uit. Ze zoekt enkele ‘dragers’, zegt ze. Dit zijn mensen die zich verantwoordelijk voelen voor een van de thema’s, en er rond een flip-over in gesprek willen gaan met andere deelnemers. De andere deelnemers fladderen heen en weer tussen de verschillende groepen en mogen overal even meepraten. Uiteindelijk formuleren de dragers op basis van de gevoerde gesprekken ‘prikkelende zinnen of stellingen’.

Die stellingen vliegen in deze fase nog alle kanten op, blijkt als de groepen weer terug zijn in de raadszaal. ‘Vuurwerk hoort bij Oud en Nieuw’, zegt bijvoorbeeld Joep van Schagen, die drager was bij het thema vuurwerk. En dan: ‘Voor een landelijk verbod, tegen een lokaal verbod.’

Er volgt een korte plenaire discussie, die illustreert hoe gemoedelijk het er tijdens het burgerberaad aan toegaat. Nergens de gespeelde woede, de geagiteerde interrupties of de hysterische hyperbolen die we vanuit de Haagse politiek gewend zijn. Hier hoeft niemand zieltjes te winnen of een achterban tevreden te stellen. En dus luisteren mensen naar elkaar. Ook als ze het oneens zijn.

‘Er wordt veel gesproken over traditie’, zegt een man bijvoorbeeld. ‘Maar dat wil niet zeggen dat het dan altijd zo moet blijven. Ik denk dat we toe moeten naar een algeheel verbod op de verkoop van consumentenvuurwerk.’

‘Vuurwerk brengt brengt gezelligheid en laat mensen elkaar ontmoeten’, zegt de 18-jarige Lars Kruitwagen, die tussen de sessies van het burgerberaad ook zijn vwo-eindexamen doet. ‘Maar het moet wel gecontroleerd worden, bijvoorbeeld door het op bepaalde plekken te verbieden. ’

‘Er zijn mensen die het hele jaar uitkijken naar het afsteken van vuurwerk’, zegt een vrouw met krullen. ‘Met een verbod doe je die mensen veel verdriet. Dat wilde ik iedereen ook even meegeven.’

Er zijn ook valkuilen bij de organisatie van een burgerberaad. Flink wat zelfs, zegt Kristof Jacobs van de Radboud Universiteit. Hij doet sinds 2004 onderzoek naar burgerparticipatie en woonde acht keer een burgerberaad bij. Dat begint al bij de onderwerpkeuze: het onderwerp moet breed leven in de samenleving. ‘Dat is in Zeist het geval.’

Ook de samenstelling van het beraad is cruciaal, zegt Eva Rovers. ‘Je wilt niet alleen Zeistenaren laten meepraten die antivuurwerk zijn. Maar daar hebben ze bij de loting niet specifiek naar gekeken. Dat is een kwetsbaarheid. Ik ben benieuwd hoe het perspectief van de vuurwerkliefhebber aan bod komt.’

Daarnaast is het belangrijk dat de politiek zich vooraf aan de uitkomsten committeert. Jacobs wijst naar Frankrijk, waar president Emmanuel Macron in 2019 een nationaal burgerberaad over het klimaat organiseerde. Uit de lijst met voorgestelde maatregelen koos de regering uiteindelijk ‘precies de maatregelen die ze toch al wilden’, zegt Jacobs. ‘Alles wat politiek gevoelig lag, hebben ze laten vallen.’

En dan kan er tijdens de bijeenkomsten ook nog van alles misgaan. Zo moeten de procesbegeleiders opletten dat iedereen gehoord wordt, waarschuwt Rovers. ‘Niet alleen de theoretisch geschoolde man van boven de vijftig, maar ook de timide bijstandsmoeder – om alle clichés maar uit de kast te halen.’

Volkskrant

Previous

Next