Home

Spanje mag zondag stemmen. In het voorheen zo rustige dorpje Náquera kun je zien hoe de vlag erbij hangt

De strijd in Náquera is een strijd van vlaggen. De eerste is de rood-geel-rode van het land; als die in Spanje aan een gevel hangt, duidt dat vaak op een rechts huishouden. In Náquera, een dorp van bijna 8 duizend inwoners in de regio Valencia, hangt de nationale rojigualda van het balkon bij een woning boven een dierenwinkel. Ernaast is een spandoek bevestigd met daarop de groene letters van Vox, de radicaal-rechtse partij die het voorheen zo kalme dorpje op zijn kop heeft gezet.

In dezelfde straat heeft Isabel Casas (62) een regenboogvlag aan de spijlen voor haar raam gehangen. In het dorp zijn er zeker nog vijftien meer te zien. Het is een stil protest tegen het besluit van de nieuwe Vox-burgemeester om de regenboogvlag niet langer op te hangen aan het gemeentehuis, zoals jaren het gebruik was tijdens de Valenciaanse Pride-week.

Over de auteur
Dion Mebius is correspondent Spanje, Portugal en Marokko voor de Volkskrant. Daarvoor werkte hij op de politieke redactie. Hij woont in Madrid.

Voor Casas, een struise vrouw met kort grijs haar die niet valt op een specifiek geslacht maar ‘op mensen die mooi zijn vanbinnen’, is het een teken aan de wand. Wat zich in Náquera voltrekt, vreest ze, overkomt na de landelijke verkiezingen heel Spanje – en dan zal het niet bij het oprollen van de regenboogvlag blijven. ‘Ik zie het heel somber in. We gaan veertig jaar terug in de tijd.’

Gaat het radicaal-rechtse Vox voor het eerst meeregeren in Spanje? Dat is dé vraag bij de parlementsverkiezingen van aanstaande zondag. Als de peilbureaus het bij het rechte eind hebben, stevent de linkse regering van premier Pedro Sánchez (51) af op de afgrond. Niet de sociaaldemocratische PSOE van Sánchez, maar de conservatieve Partido Popular (Volkspartij), geleid door de ervaren bestuurder Alberto Núñez Feijóo (61), ligt op koers om de grootste te worden (zie kader).

Daarmee lijkt de gok van Sánchez om vervroegde verkiezingen uit te schrijven niet uit te pakken zoals gehoopt. Op 29 mei verraste de premier, die sinds 2018 in het zadel zit, vriend en vijand door Spanje een half jaar eerder dan gepland naar de stembus te roepen. Met dat drastische besluit reageerde hij op de gevoelige nederlaag van het door hem geleide linkse blok bij de regionale en lokale verkiezingen van de dag ervoor.

Ook toen eindigde de Partido Popular als grote winnaar, al hadden de conservatieven om een meerderheid te vormen in regionale en lokale besturen op veel plekken de steun nodig van Vox. Die partij, radicaal-rechts, nationalistisch en zichzelf opwerpend als laatste bastion van het oude katholieke Spanje, heeft sinds 2013 een vlucht genomen met beloftes als het onmiddellijk terugsturen van alle ongedocumenteerde migranten en het morrelen aan rechten als die op abortus.

In de onderhandelingen voor de lokale en regionale coalitievorming heeft de Partido Popular laten zien geen gewetensbezwaren te hebben om in zee te gaan met Vox. Op tal van plekken sloten de twee partijen coalitieakkoorden, van kleine gemeenten tot de regio Valencia, met ruim 5 miljoen inwoners de vierde regio van het koninkrijk.

Onder Partido Popular en Vox worden in Valencia de erf- en schenkbelasting afgeschaft en krakers snoeihard aangepakt. Het ‘verdedigen van het platteland en zijn tradities en feesten’ is een taak voor Vicente Barrera, een stierenvechter die nu vicepresident is namens Vox. Het akkoord werd pas mogelijk toen de eigenlijke regionale lijsttrekker van Vox, Carlos Flores Juberías, die eerder was veroordeeld voor het emotioneel mishandelen van zijn ex-vrouw, een stap terug deed. Hij staat nu op de lijst voor de landelijke verkiezingen.

Ook landelijk heeft de Partido Popular de samenwerking met Vox niet uitgesloten, al houdt de partij de hoop zelf een absolute meerderheid te kunnen binnenslepen. Het meest waarschijnlijke scenario is echter dat radicaal-rechts onmisbaar is voor een rechtse meerderheid.

Partijleider Feijóo van Partido Popular probeert in zijn campagne de hete aardappel door te schuiven naar de PSOE van Sánchez. Als die partij voor mijn benoeming als premier stemt, zei Feijóo maandag in een interview op tv-zender La1, ben ik bereid om zonder Vox een minderheidsregering van alleen mijn Partido Popular te vormen. ‘Als de PSOE zo bezorgd is over de akkoorden met Vox, hebben ze het zelf in de hand.’

Van dat aanbod wil Sánchez vooralsnog niets weten. Zijn hoop was dat de gematigd-rechtse kiezer bij het zien van alle Vox-akkoorden zou terugdeinzen voor een nieuwe stem op de Partido Popular en daarmee een mogelijke regering met radicaal-rechts. ‘De PP en Vox zijn één en dezelfde’, prent Sánchez de kiezer in waar hij maar kan.

Het is een negatieve campagne waarin nauwelijks aandacht is voor de behaalde successen onder zijn leiding – zoals het recordaantal Spanjaarden dat een baan heeft, de relatieve rust die in Catalonië is wedergekeerd, of medisch-ethische doorbraken zoals de verruiming van de abortus- en transgenderwet en de invoering van een menstruatieverlof.

Maar het door Sánchez gewenste schokeffect blijft uit. Alles wijst erop dat de afkeer om het bed te moeten delen met Vox onder rechtse kiezers minder groot is dan de wens om Sánchez en zijn zeer, voor sommigen te, progressieve regering af te zetten.

‘Het is een reactionaire golf die dit dorp, deze regio, dit land overspoelt’, zegt Isabel Casas voor haar benedenwoning in Náquera. Het dorp is een van de plekken waar niet Partido Popular maar Vox de grootste werd, en de PP nodig was om Vox aan een bestuursmeerderheid te helpen.

Op 20 juni presenteerde Vox-burgemeester Iván Expósito zijn coalitieakkoord. Dat het hele land vervolgens een mening leek te hebben over Náquera, had alles te maken met punt 15 van dat akkoord: ‘Voldoen aan de vlaggenwet, en dus plaatsen we geen LHBTI-vlaggen op balkons en gevels van gemeentegebouwen.’

De regenboogvlag was eerder nooit onderwerp van gesprek in de cafés van Náquera. Het is een rustig, bijna saai dorp dat altijd rechts heeft gestemd, zeggen zowel lokale tegen- als voorstanders van Vox. Bovendien verbiedt de vlaggenwet nergens uitdrukkelijk het gebruik van vlaggen die bepaalde waarden of een gemeenschap vertegenwoordigen. Duidelijke jurisprudentie is er niet.

Een werkelijk probleem loste het beruchte punt 15 dus niet op. Wat het nieuwe rechtse bestuur wél bereikte, was ophef. De lhbti-gemeenschap reageerde geschokt. Regionale lhbti-organisaties organiseerden een protestmars in Náquera waarin honderden sympathisanten meeliepen.

Eén van hen was Casas, die ook een regenboogvlag voor haar raam hing. Een week later was de vlag verdwenen. ‘Op klaarlichte dag door iemand eraf getrokken, al weet ik niet door wie. Gelukkig had ik nog een reserve. Deze zit met een ketting vast.’

Natuurlijk maakt ze zich zorgen. Sinds het einde van het franquisme, de aan het fascisme verwante ideologie die tijdens de Spaanse Burgeroorlog in Spanje ontstond onder Franco, had Casas de situatie voor lhbti’ers steeds iets zien opknappen, met mijlpalen als het homohuwelijk in 2005. Nu staat het voor haar gevoel allemaal op de helling. ‘Waar eindigt dit? Met lhbti’ers die weer in de cel belanden?’

Het is een vrees die Sánchez deelt. Of die hij, afhankelijk van aan wie je het vraagt, aanwakkert. Door de vlag niet langer op te hangen, maakt Vox lhbti’ers duidelijk dat ze ‘niet veilig zijn’, stelde de premier in een interview op Antena 3. Om zijn arm droeg hij een regenboogbandje.

Burgemeester Expósito is niet beschikbaar om op die beschuldiging te reageren. ‘Wij hebben niets te zeggen’, aldus een woordvoerder van de Valenciaanse afdeling van Vox. Net als Casas kreeg de partij in Náquera te maken met vandalisme. Op de groene gevel van het kleine partijkantoor kladderden onbekende daders een penis en beledigende teksten. Ondanks een schoonmaakbeurt is één zin nog te lezen: que os jodan asesinos. Krijg de klere, moordenaars.

‘Dat is het geweld tegen ons’, zegt José Manuel Borrás (43), een medewerker van de nationale post, die de bewoner van van het appartement boven de dierenwinkel blijkt te zijn waar de Spaanse vlag en het Vox-spandoek fier hangen. Als actief Vox-partijlid, iemand die in een naburige gemeente zelfs op de lijst stond voor de lokale verkiezingen, wil hij best even naar beneden komen om te praten.

Een halve minuut later zwaait de voordeur open en verschijnt Borrás, een kleine man met een baardje en een gouden ketting. De regenboogvlag noemt hij ‘niets meer dan een lobby’. ‘Als je echte gelijkheid wilt, moet je geen vlag ophangen die slechts één groep vertegenwoordigt. En moet je mensen sowieso niet onderverdelen in aparte hokjes voor vrouwen of gays.’

En dat verworven rechten als het homohuwelijk, waarover de partijtop zich eerder negatief heeft uitgelaten, op de tocht zouden staan? Zelf maakt het homohuwelijk hem ‘weinig uit’, zegt Borrás. In ieder geval weet hij dat een verbod niet in het verkiezingsprogramma staat. ‘Deze verhalen zijn een manier om mensen angst voor Vox in te boezemen.’

Die avond staat Borrás tussen duizenden andere Vox-stemmers in de jachthaven van regiohoofdstad Valencia. Hij heeft een bevoorrechte positie: de partij heeft hem gevraagd om als achtergronddecor te dienen voor partijleider Santiago Abascal (47), die om 21.30 uur de massa komt toespreken.

Vanaf een verhoging kijkt Borrás uit op een zee van vlaggen – zowel de groene van Vox als de nationale tweekleur, sommige wel d Source: Volkskrant

Previous

Next