N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Achterstallig onderhoud Het is chaos bij Waternet, verantwoordelijk voor waterbeleid in Amsterdam en waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Bestuurders krijgen „totaal geen grip op” de organisatie en intussen worden dijken provisorisch gestut.
Als het waterpeil stijgt, als de golven op de dijken beuken, is er haast. Sluizen moeten snel dicht. De ‘coupures’ – onderbrekingen in de waterkering – moeten worden gesloten. Onder bruggen moeten schotten worden geplaatst om het water tegen te houden. Maar bij het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, dat een gebied van Amsterdam tot Utrecht bestrijkt dat voor een groot deel onder de zeespiegel ligt, is het hopen dat het water niet te snel stijgt. Het waterschap is slecht voorbereid op hoogwater.
De balken en schermen om brugdoorgangen af te sluiten, zijn „niet aanwezig”, blijkt uit een rapport van het waterschap. De profielen waar de schotten in moeten vallen, zijn „onbruikbaar”. De schermen die bij noodkeringsluizen het kwelwater moeten tegenhouden, zijn „aangetast, verzwakt en kapot gevaren”. En de noodpompen, cruciaal om droge voeten te houden als een gemaal uitvalt, verkeren in zeer slechte staat. Een van de twee grootste pompen is kapot. De andere is er zo slecht aan toe dat wordt onderzocht „of deze nog te redden is”.
De slechte staat van de waterkeringen is slechts één van de problemen bij het waterschap. De belangrijkste oorzaak, zo blijkt uit onderzoek van NRC: Waternet. Deze uitvoeringsorganisatie van het waterschap en de gemeente Amsterdam, verantwoordelijk voor drinkwater, riolering, sterke dijken en schoon water voor 1,4 miljoen mensen, wankelt. Projecten pakken herhaaldelijk duurder uit dan verwacht. Onderhoud aan dijken, bruggen en sluizen loopt zeven jaar achter op schema. Waternet kwam daarnaast in 2021 onder verscherpt toezicht van de Inspectie Leefomgeving en Transport, omdat ze kwetsbaar bleek voor cyberaanvallen. En een jaar later kon het waterschap vanwege grote fouten bij
Waternet geen belastingen innen, waardoor het door haar reserves heen is. De inwoners betalen de rekening: volgend jaar gaat de waterschapsbelasting van Amstel, Gooi en Vecht met 35 procent omhoog, zo werd deze maand bekend. De aanslag voor een huishouden van twee of meer personen in een huurhuis zal stijgen van 323 euro naar bijna 440 euro per jaar.
Wat is er aan de hand bij Waternet? Ooit was het een wegbereider in watermanagement: de enige organisatie in heel Nederland waar de ‘waterkringloop’ – riolering, drinkwatervoorziening, dijken en gemalen – onder één dak zit. Waternet – een stichting, géén publieke organisatie – ontstond in 2006 uit een samenvoeging van de watertaken van de gemeente Amsterdam (riolering, drinkwatervoorziening) en het waterschap (dijken, gemalen).
Als gevolg daarvan is Amstel, Gooi en Vecht het enige waterschap in Nederland zonder eigen kantoor en met maar één medewerker in loondienst: de dijkgraaf. Al het geld, alle mensen en alle kennis zitten bij Waternet – een organisatie waar het bestuur ook nog eens géén volledige controle over heeft: Waternet werkt voor 60 procent voor de gemeente Amsterdam en voor 40 procent voor het waterschap.
Het waterschap kan een jaar lang geen belastingen innen
De taken van Waternet zijn vanwege klimaatverandering (droogte, zeespiegelstijging, hoosbuien, stormen en ander extreem weer) belangrijker dan ooit. Maar politieke bestuurders krijgen geen grip op de organisatie, zeggen ze. „We hebben als onderzoekers te werk moeten gaan om überhaupt te begrijpen wat er zich afspeelt binnen Waternet”, zegt oud-bestuurder Marjolein Quené.
NRC sprak met zestien (oud-)medewerkers en (ex-)bestuurders van Waternet en het waterschap om in kaart te brengen wat misgaat bij de uitvoeringsorganisatie en waarom deze zo’n black box is voor de politiek verantwoordelijken. De meesten spraken op voorwaarde van anonimiteit, uit angst hun baan te verliezen of omdat ze na vertrek voor geheimhouding hebben getekend.
Ze schetsen een beeld van een organisatie die de eigen taken niet goed uitgevoerd krijgt en zich nauwelijks laat aansturen door politieke bestuurders. „Een spelletje mikado”, zo omschrijft Gerard Aaftink, waterschapsbestuurder van 2019 tot 2023, de organisatie die hij controleerde. „Je hebt er totaal geen grip op.”
In de Amsterdamse riolen wordt kunstmest gewonnen uit urine. In Utrechtse wateren varen onderwaterdrones die dijken inspecteren. En bij de Sloterplas in Amsterdam wordt in september een proefinstallatie geopend om energie op te wekken uit water.
Het zijn dit soort innovaties waar Roelof Kruize trots op is. Kruize geldt als de geestelijk vader van Waternet. Hij begon zijn carrière in de jaren tachtig bij de Dienst Openbare Werken van de gemeente Amsterdam en klom op tot directeur van de Dienst Waterbeheer en Riolering. Toen die na de fusie met het waterschap overging in Waternet, werd hij de eerste directeur en dat bleef hij vijftien jaar lang, tot eind 2021.
Kruize geloofde in de voordelen van het samenvoegen van riolering, waterzuivering en dijkbeheer. In de beginjaren leverde dat ook profijt op: het ministerie van Infrastructuur en Milieu had waterschappen de opdracht gegeven om te bezuinigen en Waternet lukte dat uitstekend. „Vergeleken met Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn wij ruim 10 procent goedkoper”, zei Kruize in 2011 tegenover de Volkskrant.
In die tijd was Waternet een organisatie vol zelfvertrouwen. Kruize was enkele jaren eerder uitgeroepen tot overheidsmanager van het jaar en medewerkers zagen Waternet als een positieve uitzondering in de doorgaans wat stoffige waterwereld. „Wij zijn niet zomaar een waterschap”, werd volgens een voormalig jurist van Waternet vaak gezegd. Waternet wilde het altijd nét even anders doen: slimmer, innovatiever, duurzamer.
Onder invloed van het marktdenken in het openbaar bestuur profileert Waternet zich steeds meer als een ‘bedrijf’ dat ‘klanten’ bedient. Voorheen moesten medewerkers goed opletten welk briefpapier ze in de printer stopten: dat van het waterschap, de gemeente of Waternet. In die periode wordt één type briefpapier ingevoerd, met het blauwe cirkelvormige logo van Waternet. Dat laat het waterschap niet op zich zitten. In 2009 neemt het bestuur een „vlaggenmotie” aan: bij gemalen, sluizen en rioolwaterzuiveringen moet een vlag komen te hangen met het wapen van het waterschap, om de herkenbaarheid te vergroten. Vanaf dat moment wapperen er twee vlaggen: één van Waternet en één van het waterschap.
Op sociale media wordt Waternet steeds actiever. Op Twitter noemt het zichzelf een „ultrasexy watercyclusbedrijf”. Het socialemediateam maakt YouTube-filmpjes over het „pasgeboren hoopje bagger” Max en zijn baggervriendjes, waarin Waternet laat zien hoe bagger wordt opgeruimd (235 keer bekeken). Een filmpje van Johnny Survival in de Waterleidingduinen, een parodie op de bekende tv-bioloog Freek Vonk, trekt 64 kijkers. En Waternet maakt filmpjes met titels als „Heel Holland Kakt” en „The Grand Bugapest Hotel”, over een insectenhotel bij de drinkwaterzuivering.
Directeur Kruize is ook internationaal gericht. Hij richt Wereld Waternet op, dat buitenlandse waterbedrijven adviseert en partnerschappen heeft met vijftien landen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Kruize wil ondanks herhaalde verzoeken geen interview geven aan NRC en antwoordt niet op schriftelijke vragen.
Onder leiding van Kruize, vertellen medewerkers en oud-medewerkers, ligt er veel nadruk op innovatieve projecten – ten koste van de basistaken. Voor taaie onderwerpen als onderhoud en ict-beveiliging is weinig aandacht, zegt een jurist die tot begin dit jaar bij Waternet werkte. „Ze plaatsten liever een viscamera die onderwater vissen filmt”.
„Iemand komt met een idee, en vervolgens kijkt niemand meer of het goed wordt gedaan”
Kruize laat binnen Waternet de teugels vieren, hij gelooft in eigen verantwoordelijkheid en initiatief. Een projectmanager omschrijft Waternet als „een organisatie met tweeduizend zzp’ers.” Een oud-medewerker: „Iemand komt met een idee, gaat het uitvoeren, en vervolgens kijkt niemand meer of het goed wordt gedaan of hoeveel het kost.”
Hoewel Waternet een ‘watercyclusbedrijf’ wil zijn waarin de verschillende onderdelen „synergie” opleveren, komt daar in de praktijk weinig van terecht. De organisatie kent verschillende bloedgroepen die moeizaam met elkaar samenwerken, zegt een projectmanager. „Alle afdelingen hadden hun eigen cultuur, er was geen gezamenlijkheid.”
Dat wreekt zich bij het programma Digitale Transformatie dat in 2015 van start gaat. De ambities zijn groot: Waternet wil – geïnspireerd door techbedrijven als Amazon en bol.com – voortaan grotendeels digitaal communiceren met inwoners, bijvoorbeeld voor het doorgeven van waterstanden of het sturen van facturen. Waternet wil bovendien de leidingen, gemalen en dijken op een uniforme, digitale manier gaan aansturen. „Een gemaal moet realtime gaan verte Source: NRC