Ingrid (60) uit Nederland: ‘Van die eerste avond op de kermis in het kleine Franse dorp Saint-Martin-de-Crau herinner ik me vooral het zoenen. Zoenen, zoenen en zoenen, iets anders deden Frank Zappa en ik niet. Ik herinner me vaag een muurtje waar we op zaten of tegenaan leunden, ik herinner me het café waar we elkaar voor het eerst ontmoetten, samen met mijn oudere broer en een vriend van hem, ik herinner me de houten stoelen op het terras, het zwijgen en kijken, afwachten, dat ik alles over me heen liet komen, en toen dus dat zoenen. Het verpletterende evenbeeld van de Amerikaanse zanger – hoewel er ook waren die hem op Boudewijn de Groot vonden lijken – was 23 jaar en kwam op de fiets uit Amsterdam. Ik was 15, woonde in een dorp in Brabant en was op vakantie met mijn broer en ouders.
‘Hoe anders was de wereld in 1978. Als met een vingerknip was het gebeurd en kon ik aan niemand of niks anders meer denken dan aan de veel oudere kunstenaar met de donkere krullen. En geen volwassene die ingreep. Mijn ouders lieten me gewoon met hem over de kermis struinen en toen ze daar even later zelf ook opdoken moeten ze iets hebben gezien van mijn plotselinge verstandsverbijstering, mijn instant-crush en ze trokken nog geen wenkbrauw op. Terecht, want hij maakte me gelukkig. Hij was lief, teder, respectvol. Hij logeerde op dezelfde camping als wij en de drie dagen die volgden werden een verlengstuk van die eerste avond, een lange roes waaruit ik het liefst nooit meer had willen ontwaken. Iedere dag kwam hij me netjes halen bij onze bungalowtent, beloofde mijn ouders me weer op tijd terug te brengen en weg waren we. Het zwembad op de camping bleek trouwens ook een ideale zoenplek.
‘Gesprekken hadden we niet, zonder praten redden we het prima. Tot hij een paar dagen later vertrok en we vergeten bleken onze nummers uit te wisselen. Op het moment van afscheid was ik even naar de wc en toen ik terugkwam was hij al weg. Mijn broer schrok van mijn geschokte gezicht. Hij dacht dat ik met opzet geen afscheid had willen nemen, omdat ik het er moeilijk mee had. Ook mijn ouders zagen mijn verdriet, of beter: pure paniek. Want waar en hoe zou ik mijn Frank Zappa, die eigenlijk gewoon Gerard heette, ooit terugvinden? Hij had de meest voorkomende Nederlandse achternaam die er was, en het enige wat ik verder wist was dat hij in een straat woonde in Amsterdam met ‘Utrecht’ erin.
‘Mijn broer kreeg medelijden en sprong op de fiets in de hoop hem in te halen, vervolgens namen we met zijn vieren de auto en reden via de binnenwegen alle campings in de buurt van Avignon af. Bij een ervan hebben we zelfs zijn naam nog laten omroepen, maar zonder resultaat. De dagen erna was ik ontroostbaar, ik kreeg geen hap meer door mijn keel, nooit eerder voelde ik me zo verdrietig. Niet dat ik in hem een grote liefde zag, ik geloof niet dat de woorden ‘voor eeuwig en altijd’ me iets zeiden toen ik zo jong was, maar dat zoenen beloofde iets, iets wat nog lang niet tot de bodem was uitgezocht. Dit fantastische woordenloze meebewegen. Als dit liefde was, dan was ik verliefd. Een week later, in Brabant, zocht ik op het postkantoor in het telefoonboek alle nummers met zijn achternaam in de Utrechtsestraat en Utrechtsedwarsstraat, ik belde ze allemaal, net zolang tot ik eindelijk zijn vader aan de lijn kreeg.
‘Eén keer heb ik hem nog opgezocht, in de herfstvakantie, en weer zoenden we ons een peilloze diepte in. Hij bleek een huisschilder, die met zijn fotocamera veel tijd doorbracht in Paradiso en in de Melkweg. Ik zat nog op de middelbare school. We verloren elkaar uit het oog, maar mijn hele leven is hij als een veenbrand in mijn lijf blijven zitten. Iedere man die ik tegenkwam, vergeleek ik onwillekeurig met Gerard. Ik heb diverse lange relaties gehad, maar ik ben nooit getrouwd.
‘In 2020 kwam covid en kon ik de onlinelessen van mijn sportclub alleen volgen via Facebook. En toen ik toch dat account had, kon ik het niet laten hem op te zoeken. Ineens zag ik de foto van de man uit 1978, die hij nostalgisch als profielfoto had ingesteld. Daar was hij, zwoele blik, woest haar, ja, mijn Frank Zappa dus. Het was of mijn lichaam wakker werd, een overweldigende zinnelijkheid bracht me terug naar de kermis van toen, in één klap werd ik weer dat meisje van 15 en voelde ik hoe ik in de jaren na hem ongemerkt was veranderd in een koele vrouw die anderen het liefst op een afstandje hield. Ik ontdooide, kreeg ontzettende zin hem te zoenen en al bij het tweede bericht dat we elkaar stuurden wist ik: nu laat ik hem nooit meer gaan.
‘Sinds twee jaar zijn we getrouwd. Hij is 69, ik 60. De eerste keer dat ik twijfelloos liefheb. Gisteren, toen we onkruid krabden in de tuin, naast elkaar op onze knieën, keken we elkaar even aan en voelde ik een groots en tevreden geluk. Die foto op Facebook was zijn lokroep. Het zoenen nog steeds even magisch en intens als toen.’
Gerard (69) uit Nederland: ‘In de zomer van 1978 was ik als 23-jarige huisschilder en hartstochtelijk amateurfotograaf met een vriend op fietsvakantie in de Camargue. Ik ging er met een telelens naartoe. Hagedissen, boomkikkers, schildpadden, alles legde ik vast. Soms vloog er zomaar een wolk flamingo’s over. Op de camping vol muggen, want de Camargue is een drassig gebied, ontmoette ik een jongen die af en toe een tochtje meefietste; de broer van Ingrid. Zo leerden we elkaar kennen.
‘Het hele gezin, vader, moeder, zoon, dochter logeerde in een grote bungalowtent. Ik haalde haar aan het begin van de avond op en bracht haar aan het einde weer netjes terug. We zoenden wat af, dat weet ik nog goed, maar aan de allereerste zoen, de allereerste blik of de eerste woorden die we wisselden heb ik geen bijzondere herinnering. Niet omdat mijn geheugen slecht is, maar omdat alles vanzelf ging, zonder nadenken, zonder plan. De eerste keer was eigenlijk een reeks eerste keren. Dat ze pas 15 was, drong niet tot me door. Ik vond haar leuk, ze had een mooie lach, prachtig kort haar, versleten spijkerbroek. Ik volgde simpelweg mijn gevoel en zij deed hetzelfde. En omdat niemand ons ter verantwoording riep, hoefden we wat we voelden niet onder woorden te brengen en konden we ons er gewoon aan overgeven.
‘We zaten op een muurtje in het dorp en zoenden, we gingen naar de kermis en zoenden, we gingen naar het zwembad op de camping en zoenden, alles even betoverend en intens. Al na een paar dagen kroop ze onder mijn huid, maar ik maakte me geen illusies, want zoals gezegd, ik had geen plan. Dit zou gewoon een vakantieliefde blijven, en dat was prima. Die tijdelijkheid maakte het tussen ons alleen maar nog vrolijker. En toen Ingrid op het moment dat ik weer naar huis ging niet te vinden was en we wegfietsten zonder gedag te zeggen omdat we de trein moesten halen, heb ik geen briefje voor haar achtergelaten. Thuis vertelde ik mijn vader over onze ontmoeting, toen pas merkte ik echt wat ze me deed, maar al snel was ik weer druk met mijn Amsterdamse leven in Paradiso en de Melkweg.
‘Meiden speelden daarbij geen grote rol. Ik heb altijd meer met jongens opgetrokken. Ook later ben ik nooit meer iemand tegengekomen bij wie alles zo vloeiend en hevig ging als toen met Ingrid. Ik ben twee keer getrouwd geweest, een keer twaalf jaar en een keer vijftien jaar. Mijn eerste huwelijk eindigde met een scheiding, het tweede met de dood van mijn vrouw. Het was een paar maanden voor haar overlijden toen ik in 2020 ineens een berichtje kreeg van Ingrid. Ik was verbaasd, en moest het even laten zakken. Het beeld van Ingrid als jong meisje en de herinnering aan onze zorgeloze dagen in Frankrijk botsten met mijn leven van dat moment, het 24 uur per dag van alles regelen en zorgen voor een chronisch zieke.
‘Toch heb ik ingestemd met een ontmoeting en toen ik haar zag, op het station van mijn woonplaats, kwam alles wat ik destijds had gevoeld weer terug. Ik gaf haar een kus en hoewel de timing van onze ontmoeting ongemakkelijk was en ik in de war raakte van de intensiteit van mijn hervonden liefde en me tegelijk schuldig voelde tegenover mijn vrouw, was ook nu het gevoel weer sterker dan de rede. Ik heb zelfs nog aan mijn vrouw verteld hoe verliefd ik was, ik kon het eenvoudig niet verborgen houden. En niet lang nadat ze overleden was, ben ik bij Ingrid ingetrokken.
‘Sindsdien heb ik nooit meer getwijfeld. Alles met Ingrid is een feest. We passen zo goed bij elkaar en doen alles samen. We zitten hand in hand in de tuin en hand in hand op de bank. We doen samen boodschappen: ik maak het lijstje en samen pakken we alles wat we nodig hebben uit de schappen. Het is verbijsterend dat iets wat meer dan veertig jaar zachtjes en geduldig heeft liggen broeien maar een klein vlammetje nodig had om te ontbranden. Alle tussenliggende jaren smolten in één keer weg.
‘Vorig jaar heeft ze me ten huwelijk gevraagd, zij die nooit eerder getrouwd is en nooit had willen trouwen. En ook dit aanzoek gebeurde zoals alles tussen ons, zonder omhaal. Op een gewone doordeweekse dag, tijdens het eten, bij wijze van spreken tussen twee happen door. En natuurlijk heb ik ja gezegd. Onze liefde is rijper dan in die dagen in Frankrijk. Op een of andere manier waarderen we elkaar nog meer, juist omdat we maar al te goed weten hoe het leven zonder elkaar kan zijn. We praten meer dan toen, natuurlijk, en onze gesprekken gaan over van alles, van het nieuws tot hoe gelukkig we zijn. Iedere dag is geweldig en begint hetzelfde: een van ons maakt koffie en neemt de twee bekers mee terug in bed. Dan zoenen we.’
Zomerliefde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een zomerliefde van kort of langer geleden door bei Source: Volkskrant