‘We leven in een tijd van, van, van, euh, tja’, zei de emeritus hoogleraar aarzelend. ‘Van manwijven?’, probeerde de interviewer. ‘Van bitches’, zei de hoogleraar, nu opeens beslist, zijn armen over elkaar geslagen. ‘Bitches, hè, agressieve vrouwen.’
In één moeite door noemde hij Sigrid Kaag als voorbeeld van zo’n vrouw, zonder te zeggen wat haar agressief maakt. ‘Er zijn dus mannen die daarop vallen’, voegde hij er geamuseerd aan toe. Eerder in het gesprek vroeg hij zich af waarom mannen enkele decennia geleden nog trots een bobbel lieten zien in hun zwemslip en nu alles bedekken met een broek tot de knieën – vanwaar die schaamte?
Om het fragmentje van YouTubekanaal De Nieuwe Wereld werd deze week gegrinnikt op Twitter. Als onbedoelde sketch van twee mannen die zich clichématig en quasidiepzinnig opwinden over de penibele staat van hun sekse was het in elk geval zeer geslaagd.
Het interview van filosoof Jelle van Baardewijk met Frank Koerselman, hoogleraar psychiatrie, had ook alles in zich om een ironisch pleziertje te zijn: twee mannen, de een iets morsiger dan de ander, stamelden en zwetsten over De Man die geleid wordt door Zijn Geslachtsdeel en zeiden dat ánderen zomaar iets beweren over De Man. De hoogleraar wees de stelling dat hijzelf een feminiene man was van de hand met het allerbelangrijkste wapenfeit in het mannenrijk: hij was groot fan van Formule 1. Als hij iets niet was, zei hij geërgerd, dan was het een vrouwelijke man. Geen spráke van.
Noem het gerust een trendje. Het klagen over mannelijkheid – maar ook het daaropvolgende lachen erom. ‘Mannen vinden dat ze het zwaarder hebben dan vrouwen in Nederland’, was de kop boven een peiling van EenVandaag – die conclusie volgde overigens niet uit de data. De reacties kon je van tevoren uittekenen: het was huilie huilie, ‘Niet De Speld’, eigen schuld en ‘graag één minuut stilte voor het zware leven van mannen’.
Veelzeggend is de neiging er een wedstrijd van te maken. Wie heeft het zwaarder? De vergelijking is zinloos, alleen al doordat vrouwen een reële kans hebben slachtoffer te worden van (seksueel) geweld.
Door de populariteit van Andrew Tate, de van mensenhandel en verkrachting verdachte influencer, staat de vatbaarheid van jongens voor misogyn en reactionair denken volop in de aandacht, een onderwerp waarover collega Loes Reijmer en ik dit voorjaar een groot stuk schreven. Ook wij grepen naar de verklaring die experts ons aanreikten: jongens worden in het onderwijs voorbijgestreefd door meisjes en krijgen hun hele puberteit te horen wat er mis is aan mannelijkheid, hoe toxic ze zijn als ze hun driften niet leren beheersen.
Of het terecht is dat jongemannen het idee hebben dat ze geen man meer kunnen zijn – het lijkt me sterk. Ik kan me wel goed voorstellen dat dit een verwarrende tijd is om op te groeien voor jongens, en dat zo’n idee je makkelijk wordt aangepraat. Het is fijn als iemand je een oorzaak aanwijst voor het gevoel dat je niet gewaardeerd wordt, liefst een maatschappelijk probleem waar je niets aan kan doen.
Maar dát ze zich verdrukt voelen, al dan niet door de vooruitgang van vrouwen, moeten we hoe dan ook serieus nemen. Wrok kan ernstige ontwrichting opleveren en grote groepen in de armen van extreem-rechts duwen, waar ze de man graag vertellen dat hij het slachtoffer is van het wokisme. In extreme gevallen kan het leiden tot radicalisering en zelfs terreur. Door telkens klagende mannen uit te lachen, schiet je in elk geval niets op.
‘Mannen zijn anders dan vrouwen’, zei hoogleraar Koerselman (nogmaals: géén typetje van wijlen Wim de Bie). ‘Dat mag je niet zeggen, dat weet ik wel, dat is een doodzonde.’
Natuurlijk mag je dat wel zeggen, al wil niet iedereen het horen.
Het is gemiddeld genomen ook waar: uit een berg onderzoek blijkt dat de meeste jongens meer dan de meeste meisjes geneigd zijn risico’s te nemen, agressiever zijn, meer spelenderwijs leren en later dan meisjes een brein ontwikkelen dat in staat is vooruit te plannen en impulsen te beheersen. Dat betekent niet dat er geen meisjes bestaan die risico nemen, of jongens die goede beslissingen kunnen nemen voor de lange termijn.
Omdat het idee van mannelijkheid en vrouwelijkheid te beperkt en verstikkend was, zijn die stereotypen langzaam opengebroken. Dat veroorzaakt, tig jaar later, een probleem in het debat. Terwijl we – terecht – steeds meer oog zijn gaan hebben voor de uitzonderingen, voor de variatie, zijn we steeds krampachtiger geworden met gemiddelden en generalisaties, met het gesprek over de grote groepen.
Rekening houden met het hele spectrum is een nobel streven, maar het mag er niet toe leiden dat doorsneejongens opgroeien met het gevoel dat iedereen er tegenwoordig mag zijn – behalve zij. Straks gaan ze nog geloven dat we, ik noem maar wat idioots, leven in een tijd van bitches.
Source: Volkskrant