Acht jaar na de invoering van een beroepseed voor accountants moest KPMG vorige week melding maken van structurele fraude bij interne examens. Die is moeilijk los te zien van het verdienmodel van de aandeelhouders.
‘Ik ben mij ervan bewust dat ik als accountant dien te handelen in het algemeen belang’, viel acht jaar lang elke vrijdag te horen op de Zuidas. ‘Ik laat mij leiden door fundamentele beginselen van integriteit, objectiviteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en vertrouwelijkheid. Mijn professionaliteit brengt met zich mee dat ik geen handelingen verricht waarvan ik weet, of behoor te weten, dat die het accountantsberoep in diskrediet kunnen brengen.’
Vrijwel elke week worden deze zinnen uitgesproken op het kantoor van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA). Eind-twintigers, net klaar met een van de langste opleidingen van Nederland, krijgen eindelijk hun diploma, en leggen daarbij een plechtige gelofte af. Onkreukbaar is het woord dat niet alleen bij hun pakken past.
De eed werd acht jaar geleden ingesteld, nadat een sliert aan schandalen de sector had besmeurd. Fraude bij Ahold, corruptie bij Ballast Nedam, het faillissement van DSB, de grootheidswaanzin bij woningcorporatie Vestia: het gebeurde allemaal met medewerking of medeweten van de boekhouders die werden geacht de financiële cijfers te controleren.
‘Om vertrouwen te kunnen verschaffen, moet je allereerst zelf worden vertrouwd’, signaleerde de NBA in het rapport In het publiek belang in 2014. ‘Dat vertrouwen heeft het accountantsberoep niet altijd waargemaakt, en soms zelfs ronduit beschaamd. Dat is zorgwekkend en de beroepsgroep moet daarom maatregelen nemen.’ Het werden er 53. Een daarvan was de eed.
Die heeft dus niet geholpen, of althans, niet genoeg.
‘Accountants hebben de afgelopen jaren kleine stapjes vooruitgezet, maar lopen nu met zevenmijlslaarzen terug’, zegt Marcel Pheijffer, hoogleraar accountancy aan Nyenrode en de Universiteit Leiden. ‘Al het goede wordt nu weer tenietgedaan door een fraude die kennelijk jaren is geaccepteerd. Niemand is ertegen opgestaan.’
Want vorige week maakte KPMG, het oudste en qua controles grootste accountantsbedrijf van Nederland, bekend dat er zeker vijf jaar lang jaarlijks bij honderd interne toetsen is gefraudeerd. Een van de vier bestuurders, de voor alle controles verantwoordelijke Marc Hogeboom, legde zijn functie neer. Ook Roger van Boxtel stapte op. Hij was voorzitter van de raad van commissarissen, een voor accountants nieuw gremium dat in 2015 juist was opgericht om de partners (de eigenaren van de kantoren) beter bij de ethische les te houden. Van Boxtel had zelf geknoeid met een toets, bekende hij. Vanwege een ‘time squeeze’ had hij ‘van iemand hulp gekregen’, zei hij tegen deze krant.
KPMG maakte de fraude zelf bekend. Het bedrijf was, na een klokkenluidersmelding, zelf op onderzoek uitgegaan, zo zei het al bij de presentatie van de jaarcijfers in december vorig jaar. Daarbij wees het ook op gevallen van toetsfraude in de Verenigde Staten. Toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) maande daarop de vijf andere kantoren die in Nederland belangrijke bedrijven en instellingen (zogeheten oob’s, organisaties van openbaar belang) mogen controleren om, net als KPMG, een onderzoek in te stellen. Die laten weten voor het einde van het jaar hun onderzoek af te hebben.
‘Het is natuurlijk rijkelijk laat’, zegt Pheijffer. ‘Er zijn al vijf jaar onderzoeken gaande in de VS, Canada, Australië, het Verenigd Koninkrijk. Dat is uitgebreid in de pers geweest. Dan vraag je je als Nederlandse tak toch af: is het bij ons wel op orde? Dan hoef je toch niet op een klokkenluider te wachten? En Van Boxtel, die nu uit reinheid zegt op te stappen? Dat vind ik helemaal niet zo fris klinken. Hij wist toch al vanaf 2021 wat hij had gedaan? Aan nu pas opstappen is niets reins. Het laat zien dat de accountants, ondanks de pogingen een cultuurverandering te bewerkstelligen, op essentieel gebied volstrekt onvoldoende vooruit zijn gekomen.’
De essentie van ons vak, zeggen accountants, is het toevoegen van vertrouwen. Daarmee hebben ze een onmisbare maatschappelijke rol. Zonder accountants zou het kapitalistische systeem niet functioneren. Niemand zou meer durven investeren in bedrijven als je niet nagenoeg zeker weet dat de winstcijfers kloppen, en dat er geen fraude is gepleegd, geen smeergeld is betaald, niets is ontdoken of witgewassen. Iemand van buiten moet dat kunnen controleren, en dus hebben accountants een wettelijke rol, en is het een beschermd beroep.
Het is ook een fantastisch beroep, voor wie van speurwerk houdt: niemand anders kan zo diep in de machinerie van het grootkapitaal kijken.
Er zijn honderden kleine bureautjes die het werk doen, maar de belangrijkste en meest gezichtsbepalende kantoren zijn de zes bedrijven, de zogeheten Big Four en nog twee, die beursgenoteerde bedrijven mogen controleren. Het zijn er zo weinig dat bijvoorbeeld de AFM in een recent rapport sprak van een oligopolie: er is nauwelijks concurrentie, en er is werk genoeg, dus ook bij matige kwaliteit is er genoeg klandizie. Zeker omdat bedrijven om de tien jaar een nieuw bureau moeten inhuren – een vrij recente regel om een te innige verstrengeling tussen accountants en de door hen gecontroleerde klanten te voorkomen – weten de grote bureaus dat ze toch wel weer aan de beurt komen.
Dat de kwaliteit nog steeds matig is, bleek in juni weer bij een steekproef van de AFM. De toezichthouder had de controles van een aantal accountantskantoren gecontroleerd. Bij 27 van de 32 checks bleek het frauderisico niet goed te zijn geanalyseerd. ‘Vaak te oppervlakkig’, vond de AFM. Wie de steekproeven van de toezichthouder van het afgelopen decennium op een rijtje zet, zoals de Monitoring Commissie Accountancy (MCA) in 2020 deed, kan concluderen dat ‘enkele tientallen procenten aan onvoldoenden’ de rode draad vormen in de controles op de accountancycontroles.
‘Het systeem van interne toetsen is zeer fraudegevoelig en de accountancy kent blijkens de AFM-rapporten ook andere kwaliteitsgebreken’, zegt Pheijffer, die in die commissie zat. Hij noemt dat de prestatiekloof. ‘Die telkens terugkerende vaktechnische kwaliteitsgebreken leiden tot incidenten, die inbreuk maken op de integriteit. Dat is een structureel probleem in de accountancysector.’
Het systeem, de structuur: dat zijn woorden die vaker vallen in discussies over de sector. ‘Er zit grote spanning tussen de maatschappelijke rol die accountants vervullen, en de bedrijfsmatige prikkels om daar optimaal aan te voldoen’, zegt Stefan Peij van Governance University, die commissarissen opleidt. Hij is zelf voormalig partner bij een groot accountantskantoor. ‘Door de partnerstructuur ligt de focus op het verdienmodel. Dan kan de integriteit in de knel komen.’
Peij doelt op de piramidevormige organisatie die bij de meeste accountantsbureaus gebruikelijk is. Het is een tamelijk simpele piramide: in de punt zitten de ‘partners’, de eigenaren, en die steunen op een stel ‘associates’, zo’n twintig per partner, die het eigenlijke werk doen. Een bedrijf wordt ‘kantoor’ genoemd, maar is eerder een fabriek: er moet productie worden gedraaid, en hoe sneller en goedkoper dat gebeurt, hoe beter het is voor de eigenaren. Pheijffer noemt het door een partner aansturen van zo veel medewerkers een vorm van ‘intensieve menshouderij’.
‘Zo’n partner heeft flink geïnvesteerd om zich in te kopen’, zegt Peij. ‘Zijn inkomen bestaat vervolgens uit een deel van de winst. Hoe hoger dat is, hoe eerder je je investering eruit hebt, en hoe eerder je eruit kunt stappen.’
KPMG heeft bijvoorbeeld zo’n tweehonderd partners, die elk zo’n twintig associates hebben. Vervolgens gaat het erom dat de associates zo veel mogelijk ‘declarabele uren’ draaien, uren die de partners bij de klanten in rekening kunnen brengen. ‘Het streven is dat 80 procent van de tijd van een associate declarabel is’, zegt Peij. Dat betekent dat je van elke vijf minuten vier minuten nuttig moet zijn geweest voor een klant. ‘In de praktijk is dat heel moeilijk, omdat je even met je gedachten ergens anders bent, of even koffie gaat halen, of moet reizen, en andere dingen moet doen. Om toch genoeg uren te kunnen declareren, ga je vervolgens heel lange dagen maken.’
En in die permanente stresssituatie moet je ook de voortdurende toetsen zien te halen.
‘Permanente educatie’ is een belangrijk onderdeel van de accountantspraktijk. Niet alleen boekhoudkundige regels veranderen, maar ook de weggetjes om daar tussendoor te laveren. Fraude, witwassen en corruptie zijn belangrijker geworden, het werk is voor een deel dat van een rechercheur geworden, zeggen accountants. Daar komen crypto- en ict-kennis, privacy- en ethische kwesties bij, en straks ook de zogeheten ESG-factoren: alle grote bedrijven moeten vanaf volgend jaar hun milieu-impact, sociale gezicht en hun bestuurlijke verantwoordelijkheden in een jaarverslag vastleggen, en dat moet weer door accountants worden gecontroleerd. Daar moeten accountants dus allemaal verstand van hebben. Die nieuwe kennis krijgen ze meestal via interne cursussen te verstouwen, die gemiddeld tussen de 160 en 200 uur per jaar kosten.
Bij KPMG is er volgens een woordvoerder gefraudeerd met ‘diverse vaktechnisch gerelateerde e-learningtrainingen over financiële verslaggeving en auditstandaarden’, maar ook met ‘algemene e-learningtrainingen zoal Source: Volkskrant