Home

Komt een nieuw kabinet wél met oplossingen?

De Tweede Kamerverkiezingen van 22 november, konden we deze week in de krant lezen, worden een driestrijd tussen PvdA/GroenLinks (met Frans Timmermans als lijsttrekker, althans die heeft z’n vinger hiervoor opgestoken), de VVD (met Dilan Yesilgöz, althans er zijn vooralsnog geen tegenkandidaten voor het lijsttrekkerschap) en BBB (Caroline van der Plas). Tenzij Pieter Omtzigt meedoet met een eigen partij, maar daar zijn geen concrete aanwijzingen voor.

De peiling (van I&O Research) bevestigt dat D66 en het CDA vermoedelijk zwaar verliezen in november. In totaal verliest de huidige coalitie 34 van de huidige 78 Kamerzetels.

Nog interessanter dan zo’n eerste zetelpeiling – het duurt immers nog even tot er daadwerkelijk verkiezingen zijn – is de mening van de ondervraagden over de achtergronden bij de politieke situatie. Vooral waar het de toekomst betreft. De verwachtingen van de kiezer blijken laaggespannen. ‘Slechts een op de vijf kiezers’, schrijven de onderzoekers, ‘zegt er vertrouwen in te hebben dat een nieuw kabinet de problemen in het land zal oplossen, eenderde heeft dat niet.’

Deze lage verwachtingen blijven niet beperkt tot flankpartijen. Tuurlijk, bij de PvdD (50 procent) en Forum (53 procent) is men het vaak oneens met de stelling ‘ik heb er vertrouwen in dat een nieuw kabinet de problemen in het land zal oplossen’. Maar het percentage ‘oneens’ is bij alle partijen groot; het percentage ‘eens’ met de vertrouwensstelling is opvallend klein.

Deze laaggespannen verwachtingen roepen de vraag op hoe de verkiezingen inhoudelijk gaan verlopen. De nadruk ligt tot nu toe logischerwijs op lijsttrekkers en kieslijsten, op het politieke spel dat op de wagen moet worden gezet. Maar er komt een moment waarop het om de knikkers gaat. En dat is voor twee van de drie (virtueel) grote partijen mogelijk problematisch.

PvdA en GroenLinks hebben tot nu toe pas één gezamenlijk document het licht doen zien, een ‘aanzet’ in een ‘discussiestuk’ over hoe ‘een nieuw links verhaal’ eruit zou kunnen zien. Het is gemaakt door de directeuren van de wetenschappelijke bureaus van beide partijen. Dat is nog mijlenver verwijderd van een inhoudelijk verkiezingsprogramma, vooral als het Centraal Planbureau weer gevraagd gaat worden, zoals de traditie is, om de voorstellen van politieke partijen door te rekenen. Want dan moeten ideeën concreet zijn gemaakt, precies, uitrekenbaar – dat is geen sinecure.

Kunnen PvdA en GroenLinks in elk geval nog terugvallen op ruime praktische ervaring met Haagse besluitvorming, waarbij men elkaar in de praktijk ook al vaak weet te vinden, voor BBB is bijna alles nieuw. Begonnen als boerenlobbyclub is men het nu aan de (peilingen)stand verplicht een inhoudelijke opvatting te hebben over de volle breedte van het landsbestuur. Over defensie, de rechtsstaat, het arbeidsmarktbeleid, funderend onderwijs, spoor- en snelwegen, Schiphol, Engels op universiteiten, en de huurmarkt – om een paar dwarsstraten te noemen.

In de provincies, lazen we eerder in een analyse van Yvonne Hofs in deze krant, hebben de colleges waaraan BBB meedoet zich er inhoudelijk vanaf gemaakt met ‘nietszeggende uitspraken, clichés en open deuren’. Hiermee komt BBB in Den Haag niet weg – mag een mens hopen.

Dat er bij de kiezer de nodige twijfel bestaat over het probleemoplossend vermogen van het toekomstige kabinet is dus niet zo gek, in deze fase van de strijd. Twee van de drie hoofdrolspelers weten zelf nog niet eens wat ze vinden. Die gaan een drukke zomer tegemoet.

Over de auteur
Frank Kalshoven is oprichter van De Argumentenfabriek. Reageren? E-mail: frank@argumentenfabriek.nl.

Source: Volkskrant

Previous

Next