Home

Was het maar weer eens komkommertijd, maar die bestaat niet meer

Die paar weken tussen de definitieve beslissing in de Tour de France en de heropening van de parlementen was altijd een verrukkelijke tijd, omdat er zo weinig gebeurde. Talkshows stopten met praten over de vele verstrooiingen die ons er elf maanden per jaar van weerhielden onze huisgenoten diep in de ogen te kijken. Kranten schreven voor even geen doorwrochte analyses over ingewikkeldheden, met als gevolg dat we ’s ochtends glimlachend aan het ontbijt zaten, in plaats van peinzend. En wegens een gebrek aan zuurstof in de politieke bubbel, doofde zelfs die altijd maar doorsmeulende haat op sociale media voor eventjes.

Een maand per jaar hadden we tijd voor onszelf en dat was belangrijk want een mens moet je, net als een akker, soms even braak laten liggen. Er ging hoogstens een irritant randstedelijk fietsmerk failliet, maar dat was prima want grappig. Haha! Rijke, boze yuppen. Zullen we vanavond barbecuen? Ik hou van je, schat.

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Of het door de opwarming van de aarde komt of doordat we al onze groenten tegenwoordig in kassen telen, weet ik niet, maar die traditionele komkommertijd bestaat al een tijdje niet meer. Vlucht MH17 werd nog tijdens de Tour de France van 2014 neergeschoten, daarna volgden zomermaanden vol Europese vluchtelingencrises, hitterecords, coronalockdowns en volle grasvelden in Ter Apel.

Dit jaar is precies hetzelfde: de zon schijnt onbedaarlijk, maar toch gaat het over vallende regeringen en vertrekkende Mark Ruttes. Het is zomervakantie, maar toen Frans Timmermans zich donderdag als lijsttrekker meldde, stroomde het gezeur en gezeik subiet over het internet, alsof je een tuinslang even dubbel had geknakt en daarna plotseling losliet.

We zouden in meertjes moeten zwemmen en blij moeten zijn dat we vandaag, dankzij de beëdiging van Mariëlle Paul tot minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, het historische punt passeren dat we voor het eerst meer vrouwen dan mannen in het kabinet hebben, maar ondertussen debatteren we vooral over de vraag of de haat richting Sigrid Kaag wel echte vrouwenhaat is.

Het antwoord op die laatste vraag is overigens ja. Ik snap dat oogkleppen een probaat middel zijn om jezelf te overtuigen van je eigen verdraagzaamheid, maar iedereen die oprecht gelooft Kaag te verafschuwen omdat ze elitair is, is blijkbaar Pim Fortuyn vergeten, die vele malen bekakter was, net als het gedweep van Thierry Baudet met Chopin en Prokofjev. Bovendien is het verkiezen van een elite de hele bedoeling van elections, vandaar ook dat ze beide van hetzelfde Latijnse werkwoord eligere afstammen.

Maar Caroline van der Plas en Dilan Yesilgöz dan? Dat zijn toch ook vrouwen en die krijgen veel minder haat te verduren. Antwoord: dat zijn rechtse vrouwen en in deze kwestie geldt nu eenmaal de simpele wetmatigheid dat rechtse kiezers altijd moeite hebben met een links-progressieve leider, maar beduidend meer als die leider een vrouw is. En linkse kiezers hebben altijd moeite met een rechts-conservatieve leider, maar beduidend minder zodra ze geen man is.

Ik dwaal af, maar mijn punt is: was het maar weer eens komkommertijd – een kort vacuüm zonder hartgrondige tegenstellingen waarin enkel het wk-vrouwenvoetbal bestaat. Het zou een zegen zijn, want wie uitsluitend over het spel praat, vermijdt rampzalige en vermoeiende onderwerpen. En ieder vermeden gesprek over misogynie, betekent een extra hoeveelheid vrijgekomen levensvreugde.

Volgens mij hebben we dat nodig, want over een paar weken gaat het pas echt beginnen.

Source: Volkskrant

Previous

Next