Home

De ‘geheime’ reddingsacties van Italië op de Middellandse Zee onthuld: ‘Ze hadden de boot allang in beeld vanuit de lucht’

Al slenterend over de pier van Catania houdt Sergio Scandura plotseling halt. Hij hoort een geluid in de verte en opent op zijn telefoon een track-app, een donkere kaart vol bewegende pixels. Vals alarm, concludeert hij na een paar seconden. Geen Frontex-patrouillevliegtuig, maar een oefenend militair toestel. Er is in de buurt geen reddingsactie aan de gang. Kalm zet Scandura zijn wandeling door de haven voort.

Sinds zes jaar gaat de Siciliaanse onderzoeksjournalist (56) zo door het leven. Continu springt hij heen en weer tussen gps-volgsystemen, havens en zijn telefoonlijst, waarin zich een paar ‘diepe bronnen’ uit de maritieme wereld schuilhouden.

De Middellandse Zee is een zwart gat, verzucht Scandura. Het is zijn doel om licht in het gat, waarin dit jaar al zeker 1.875 mensen verdronken, te schijnen. Scandura documenteert en publiceert welke reddingsacties van migrantenboten Italië verricht op de Middellandse Zee. Dat mag simpel klinken, maar is het allerminst.

Want hoewel de Italiaanse kustwacht dit jaar al tienduizenden vluchtelingen en migranten op zee redde, houdt het land dat werk angstvallig uit de publiciteit. Anders dan de beeldvorming doet vermoeden, verricht de Italiaanse kustwacht consequent veel meer reddingen dan de schepen van hulporganisaties. In 2022 was dat 54 procent van alle aankomsten over zee, tegenover 14 procent door ngo’s.

‘We hebben een van de beste kustwachten ter wereld’, zegt Scandura niet zonder trots, nadat hij is neergestreken bij zijn vaste koffiekiosk in een hoek van de haven. ‘Maar er komt bijna niets over naar buiten.’ Tegen die stilte strijdt hij dagelijks, speurend naar patronen in een kluwen aan gps-punten, scheepscommunicatie, dronebeelden en havenbezoeken. Hij houdt in de gaten welke schepen er liggen en belangrijker: welke niet, en waarom zijn ze uitgevaren?

Maar Scandura onderscheidt zich vooral door de snippers informatie die hij van zijn bronnen binnen de kustwacht krijgt. Zo weet hij geregeld als eerste dat Italië ergens stilletjes honderden mensen aan land brengt, nieuws dat hij wereldkundig maakt via zijn dagelijkse update op Radio Radicale.

Over de auteur
Rosa van Gool is correspondent Italië, Griekenland en de Balkan voor de Volkskrant. Zij woont in Rome.

Het zwijgen rondom de reddingen heeft politieke wortels die dieper liggen dan de huidige rechtse regering van Giorgia Meloni. Al sinds 2017 voeren diverse Italiaanse politici een campagne tegen hulporganisaties die migrantenbootjes redden op zee. Het feit dat Italië zelf verreweg de meeste reddingen verricht, komt in dat verhaal, gericht op de rechtse kiezer, uitermate slecht van pas.

Het gevolg van de gebrekkige aandacht is niet alleen dat er een foutief beeld ontstaat − waarin ngo-schepen als ‘taxi’s op zee’ de bron zouden zijn van alle kwaad − maar ook dat er amper zicht of controle is op hoe de reddingen plaatsvinden. Van sommige bootjes die een noodoproep doen, kan zelfs Scandura de afloop niet naspeuren. Ook vandaag zoekt hij naar een boot met 51 mensen aan boord die zich twee dagen eerder in nood meldde bij hulplijn Alarm Phone. Waarschijnlijk zijn ze onderschept door de Libische kustwacht en teruggebracht naar Noord-Afrika, maar het kan ook dat ze ongemerkt verdronken zijn.

Ooit ging het heel anders. Vóór 2017 waren de reddingsacties in Italië nog niet zo gepolitiseerd en kwam er veel meer officiële informatie naar buiten. De Italiaanse kustwacht nam journalisten mee aan boord, of publiceerde eigen beeldmateriaal van de reddingen die zij verrichten.

Vanaf oktober 2013 vond zelfs een jaar lang een massale reddingsmissie plaats, Mare Nostrum, gelanceerd door Italië na een grote schipbreuk bij Lampedusa, waarbij 368 mensen verdronken. Ruim 100 duizend mensen werden in één jaar op zee gered. Maar in Italië zwol intussen kritiek aan, vooral op de hoge kosten voor nationale rekening. De EU besloot daarop tot een gedeelde missie, Triton. Het budget was driemaal zo klein als dat van Mare Nostrum, waarna in april 2015 een reeks enorme schipbreuken plaatsvond bij Libië. Weer kwam er een reactie: de Europese militaire operatie Sophia, die tot 2020 zou duren, al werd die in de loop der jaren steeds verder uitgekleed.

Nu waait er een totaal andere politieke wind over de Middellandse Zee dan tien jaar geleden, ziet Scandura vanuit de haven van Catania. ‘Op grote schipbreuken volgde eerder steeds meer reddingscapaciteit. Maar na de ramp bij Pylos gebeurt er niets.’ Voor de Griekse kust kapseisde op 14 juni een zwaar overbeladen vissersboot, vertrokken uit Oost-Libië, met de dood van vermoedelijk meer dan zeshonderd mensen tot gevolg. Slechts 104 opvarenden overleefden de schipbreuk. Er klinkt sindsdien veel kritiek op de Griekse kustwacht. Overlevenden getuigen dat de Grieken de boot met een touw probeerden te slepen, waarna hij zou zijn omgeslagen.

Scandura stelt op basis van de data die hij in bezit heeft dat er in ieder geval sprake was van ‘grote incompetentie’ rondom de vissersboot. Op zijn laptop laat hij als voorbeeld een bericht zien van een Grieks kuststation, dat de coördinaten van de boot totaal verkeerd doorgaf. Het is hem niet duidelijk waarom; misschien een simpele typefout.

Hij hekelt ook de rol van het EU-grensagentschap Frontex, dat volgens hem zelf een reddingsactie had moeten beginnen. ‘Ze hadden de boot allang in beeld vanuit de lucht. Hij was in internationale wateren, dan hoeven ze heus niet te wachten op toestemming van de Grieken.’

De ramp bij Pylos is de tweede grote schipbreuk dit jaar. Voor de kust van Calabrië spatte eind februari een houten boot uiteen, waarbij zeker 94 mensen verdronken. Na de ramp viel het Scandura op dat de Italiaanse kustwacht opeens weer begon te communiceren, via persberichten en filmpjes. De trendbreuk duurde maar een paar dagen, maar het was alsof de kustwacht, die toen zwaar onder vuur lag, wilde laten zien dat ze doorgaans wel degelijk haar werk doet.

Ook over de mensen die wel gered worden, geeft het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken minimale informatie, zegt Scandura. Alleen het aantal aankomsten per dag, zonder uitsplitsing naar boot, plek van vertrek, nationaliteit of leeftijd. Er is wel een lijst met nationaliteiten op jaarbasis, maar daarin valt een kwart in de categorie ‘overig’.

‘Ze doen alsof het staatsgeheim is’, foetert de Siciliaan. Bij het aan land brengen van geredde personen zijn de havens meestal streng afgesloten. Meer dan een van grote afstand gefilmd shot komt er zelden naar buiten, spreken met geredde mensen is ondenkbaar. De minimale persoonlijke informatie die Scandura weet te verkrijgen, vermeldt hij altijd: soms is dat het aantal vrouwen en kinderen aan boord, soms kan hij na aankomst iets zeggen over de landen waar ze vandaan komen. Op de boten vanuit Tunesië naar Lampedusa zijn dat dit jaar veel mensen uit Ivoorkust en Guinee. Op de boten uit Libië zitten naast Subsahara-Afrikanen ook veel Egyptenaren, Bangladeshi, Pakistanen en Syriërs.

‘De autoriteiten willen hen onzichtbaar houden’, meent Scandura. ‘Het is een vorm van omerta.’ De vergelijking met het grote zwijgen over de maffia is niet toevallig gekozen. Scandura hield zich voor Radio Radicale jaren bezig met rechtbankverslaggeving. De grote processen tegen de Siciliaanse maffia Cosa Nostra volgde hij in de jaren negentig van nabij.

De radiozender waar hij al zijn hele carrière voor werkt komt voort uit de Partito Radicale, een links-libertarische partij die inmiddels ter ziele is. Het radiostation werd in 1975 opgericht om een alternatief te bieden aan de publieke RAI. Via een technisch trucje begon Radio Radicale zittingen in het parlement live uit te zenden. Destijds een daad van rebellie, maar inmiddels ontvangt de zender voor die taak juist publieke financiering.

Scandura’s werk past, van maffia tot migratie, in dezelfde traditie: publiceren wat anderen liever niet openbaar willen hebben. Van zijn politieke voorkeur maakt hij geen geheim. Hij overwoog ooit zelf een carrière in de Partito Radicale, maar beschouwt zichzelf inmiddels allang als journalist, niet als activist. Hij checkt elk feit driedubbel, wetende dat politieke tegenstanders hem op de vingers kijken.

Een paar jaar geleden werd hij zelfs maanden afgetapt door de politie, in het kader van een van vele (op niets uitgelopen) onderzoeken naar samenwerking tussen mensensmokkelaars en ngo-schepen. Hij is het gewend, zegt Scandura laconiek. Tijdens de maffiaprocessen werd hij ook afgeluisterd.

Maar zo weinig zorgen als het afluisteren zelf hem baart, zo veel zorgen maakt hij zich over het feit dat rechters de onwaarheden over reddingen op zee serieus genoeg namen om er gerechtelijk onderzoek naar in te stellen. Scandura is pessimistisch gestemd over de toekomst van de reddingsacties. Hij heeft niet de illusie dat zijn werk daaraan veel kan veranderen, maar toch blijft hij zee en lucht afspeuren, reconstruerend wat er tussen de golven gebeurt.

Want behalve als detective beschouwt Scandura zichzelf ook als de archivaris van de Middellandse Zee. Een completer archief van reddingsacties bestaat waarschijnlijk alleen op het Poolse hoofdkwartier van Frontex. Het is zijn droom dat de hermetisch gesloten deuren in Warschau ooit opengaan, maar tot die tijd is Scandura niet van plan werkeloos af te wachten. ‘Ik wil een stukje van de waarheid herstellen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Volkskrant

Previous

Next