Home

Waar gaat het om in de ouderenzorg? Een gebrek aan personeel of geld? Om scherpe keuzen of prioriteiten?

‘Mijn bustehouder stond zó bol van de verzetskrantjes dat de Duitsers me nafloten.’ Even zie ik een twinkeling in de ogen van mijn hoogbejaarde patiënte. ‘Ja meisje, ik ben voor de duvel niet bang, maar de duvel is bang voor mij denk ik. Daarom komt hij me nog altijd niet halen.’

Ze woont in een pand zo oud als zijzelf. In een stad waar ze is geboren en wil sterven. Zo snel mogelijk. Want ‘zo’ wil ze niet meer leven. Niets om, met veel pijn en moeite, voor op te staan. Niets om naar uit te kijken. Bijna altijd alleen. ‘Ik ben alleen maar mensen tot last’, stelt ze vast, daarbij vooral doelend op de thuiszorg die gehaast en op gezette tijden langskomt. ‘Ze slaan mij ook wel eens over’, vertelt ze met een kinderlijke kwetsbaarheid in haar stem. ‘Dan hebben die meiden het te druk. Dat vind ik wel moeilijk hoor.’

Over de auteur
Danka Stuijver is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

‘Heeft ze geen kinderen?’ Hoor ik u denken. Ja, ze heeft één, inmiddels bejaarde, dochter. Die bezoekt haar wekelijks, maar is fysiek niet in staat om voor haar te zorgen. ‘En kleinkinderen dan? Neefjes, nichtjes?’ Ik weet het niet precies. En daarbij, vinden we het dan hun taak om voor deze vrouw te zorgen? Uit data van de European Values Study blijkt dat slechts 16 procent van de Nederlanders het ziet als de taak van de kinderen om voor een zieke ouder te zorgen. Het laagste percentage in heel Europa.

In de spreekkamer merk ik dat het vooral de autochtone Nederlanders zijn die het vanzelfsprekend vinden dat er voor hun (groot)ouders wordt gezorgd, in de vorm van vergoede zorg geleverd door professionals. Tuurlijk, de familie komt regelmatig langs voor een kop koffie, het brengen van boodschappen of een nieuwe pyjama. Maar de dagelijkse zorg laten we over aan een ander. Een gynaecoloog vertelde mij dat hij vaak degene is die een oudere vrouw moet helpen met het uittrekken van haar kleding voor het lichamelijk onderzoek, terwijl zoon of dochter rustig blijft zitten. Is dat ongemak, gêne of vinden we het gewoon onze taak niet? Gezien de steeds groter wordende problemen in de ouderenzorg, wordt het dat vanzelf.

‘Wie zich op de (ouderen)zorg verlaat, wordt verlaten’, schreef ik een paar jaren geleden. Minister Conny Helder verwoordde dat onlangs als: ‘Ouderen en hun omgeving moeten een zorgvraag zoveel mogelijk zelf, thuis en digitaal oplossen.’ Een harde, maar noodzakelijke boodschap. In 2040 is een kwart van de Nederlanders ouder dan 65 jaar en is het aantal 80-plussers gestegen naar 1,7 miljoen. Van de 90-plussers woont 70 procent zelfstandig en daarvan woont driekwart alleen. Een aanzienlijk deel van deze mensen heeft (intensieve) zorg nodig. Thuis.

De minister heeft aangegeven dat het aantal verpleeghuisplekken, ondanks de wachtlijsten, niet kan worden uitgebreid. Dit omdat er geen personeel is. Dat is opmerkelijk. Terwijl de centralisatie van ziekenhuiszorg doorgaat, laten we thuiszorgmedewerkers nog steeds van hot naar her door de wijk crossen. Efficiënt is dat natuurlijk niet, wél goedkoper. Net als het schrappen van de dagbesteding (besparing
500 miljoen euro) en de vergoeding voor de huishoudelijke hulp (besparing 700 miljoen). Dus waar gaat het nu om in de ouderenzorg? Een gebrek aan personeel of geld? Om het maken van scherpe keuzen of het stellen van prioriteiten?

Veel zorgmedewerkers in de ouderenzorg kunnen de eindjes nauwelijks aan elkaar knopen. Ze voelen zich onvoldoende gezien, gehoord én (financieel) gewaardeerd door bestuurders die het geld wel uitgeven aan maar niet in de ouderenzorg. Verpleegkundige Jennifer Bergkamp vroeg zich in het tv-programma Op1 terecht af waarom haar sector verschraalt, terwijl er wel geld is om het zoveelste onderzoek te laten doen door een consultant die voor vijf keer haar salaris het zoveelste rapport schrijft over allang bekende problemen, inclusief door de werkvloer aangeleverde verbeterideeën.

Onze beschaving wordt direct weerspiegeld in de manier waarop wij allen, bestuurders, beleidsmakers en burgers, omgaan met en zorgen voor de meest kwetsbaren in onze samenleving. De centrale vraag die daarom moet worden gesteld is: wat is die zorg ons waard? In de ouderenzorg is er feitelijk maar één scherpe keuze te maken. Of we gaan flink investeren in de zorg aan het bed. In de verbetering van lonen en arbeidsomstandigheden. Of we gaan weer zelf voor onze (groot)ouders zorgen. Kies maar.

Source: Volkskrant

Previous

Next