Home

Robert Oppenheimer liep stage in Utrecht en Leiden en gaf colleges in het Nederlands

Vaak zijn in een biografie de vormende jaren van de hoofdpersoon het interessantst. Alles zit er al in, de eigenschappen moeten alleen nog tot wasdom komen. Bij Robert Oppenheimer (1904-1967) is het niet anders.

In het standaardwerk American Prometheus (2005, door Kai Bird en Martin J. Sherwin) – de Oppenheimer-biografie die het vertrekpunt vormt voor de overweldigende nieuwe speelfilm van Christopher Nolan – volgen we de jonge onderzoeker Oppenheimer op zijn buitenlandse avonturen. Die namen vanaf 1925 een aanvang en bestonden uit wetenschappelijk gesnuffel bij gereputeerde hoogleraren in Engeland, Duitsland, Denemarken, Zwitserland en Nederland, om maar een paar bestemmingen te noemen.

Over de auteur
Rob van Scheers schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels. Hij publiceerde achttien non-fictietitels, waaronder de biografie van regisseur Paul Verhoeven.

De jonge New Yorker Oppenheimer had, na een gedwongen ziekbed van een jaar in New Mexico, zijn bachelor scheikunde summa cum laude fluitend behaald aan Harvard. Vakken als natuurkunde, geschiedenis, wiskunde, literatuur en kunstgeschiedenis deed hij er ook bij. Daardoor stond Oppenheimer bekend als een hongerige academicus in spe, en hij ontving daarom een aantal reisbeurzen voor een stage in Europa. Dat geluk hadden meer briljante Amerikaanse bèta’s.

Het heeft er alles mee te maken dat in het veld van de theoretische natuurkunde de Oude Wereld lichtjaren voorliep op de Nieuwe Wereld. In die dagen had de VS nauwelijks gehoord van de revolutionaire kwantummechanica, precies de wetten die de inzichten in ruimte en tijd zouden veranderen, de relativiteitstheorie van Albert Einstein uit 1905-1915 voorop.

Oppenheimer arriveerde per boot in Cambridge, maar de stage daar eindigde als een fiasco. Onder het toeziend oog van de gerenommeerde Britse natuurkundige J.J. Thompson liet Oppenheimer de instrumenten van de zenuwen uit zijn handen vallen. De experimentele natuurkunde bleek niets voor hem. Robert ging zich voortaan concentreren op de theoretische natuurkunde. Hoogst gecompliceerde formules uitwerken op een schoolbord, dat kon hij wel.

Die keuze voor theoretische natuurkunde zou hem in de herfst van 1928 ook bij de universiteit van Leiden en Utrecht brengen. Wonderwel bestaan daar nog kiekjes van.

Allereerst is daar de groepsfoto van het team van de gerespecteerde hoogleraar Paul Ehrenfest bij het Natuurkundig Laboratorium aan de Steenschuur 25 te Leiden. Oppenheimer springt er op de tweede rij niet bepaald uit. Ehrenfest schijnt destijds te hebben gemopperd dat het met de discipline van Oppenheimer wel wat beter kon.

In Utrecht trof Oppenheimer vervolgens de joviale hoogleraar Hendrik Anthony Kramers (1894-1952) van het Physisch Laboratorium aan de Bijlhouwerstraat 8 in Utrecht. Het werd een soort vader-zoonrelatie. Naast de soevereine Kramers, een gearriveerde wetenschapper, oogde Robert als een zorgelijke jongeman. Bleke huid, hoge jukbeenderen, borstelige wenkbrauwen. Te mager voor zijn leeftijd. Hij at slecht, hij sliep slecht, zeker als hij in een nieuw project verstrikt was.

Zijn haarcoupe mag je bijzonder noemen. Zorgvuldig had hij de zijkanten tot ver boven zijn oren opgeschoren, waardoor er een wolk aan donker krullig dons op zijn kruin pronkte.

Zowel in Leiden als in Utrecht gaf Oppenheimer in 1928 gastcolleges theoretische natuurkunde in het Nederlands, tot verbazing van zijn toehoorders. Gezien Oppenheimers Duitse komaf – kind van een joodse immigrant in New York – viel die talenknobbel wel enigszins te verklaren.

Een fragment ervan zie je terug in Nolans Oppenheimer. Ook hoofdrolspeler Cillian Murphy begint zijn gastcollege in het Nederlands. Althans, er is geen woord van te verstaan, maar we vatten het idee. Zijn studenten noemden hem sindsdien liefkozend Opje. Uiteindelijk zou dat in het Engels verbasterd worden tot Oppie, zijn levenslange bijnaam.

Nadat Oppenheimer zijn zelfvertrouwen had gevonden, kwam Europa ook naar hem toe. In American Prometheus staat op pagina 98 beschreven hoe Oppenheimer – inmiddels hoogleraar theoretische natuurkunde aan de Californische universiteit van Berkeley en het instituut voor technologie Caltech – een aantal van zijn vroegere leermeesters in de zomer van 1931 uitnodigde voor een bezoek aan zijn academische vakantiecursussen. Daar hoort een anekdote bij.

Oppenheimer wordt tijdens zijn praatje meermalen onderbroken door Wolfgang Pauli, zijn voormalige professor aan de Technische Hogeschool van Zürich. Totdat Hendrik Kramers uitroept: ‘Hou nou eens je kop, Pauli. Laten we eerst eens luisteren naar wat Oppenheimer te melden heeft. En hoe verkeerd hij het heeft, kun je ons daarna dan wel weer uitleggen.’

Mentor en pupil hadden tijdens die paar maanden in Utrecht een warme band opgebouwd. In zijn brieven uit die tijd maakt Oppenheimer een montere indruk. Ze staan verzameld in de bloemlezing Robert Oppenheimer – Letters and Recollections (1980). Zo vindt hij het heuglijk nieuws dat zijn acht jaar jongere broertje Frank ook kiest voor een carrière binnen de natuurkunde.

Utrecht, 30 december 1928

Lieve Frank,

Schrijf mij snel weer. Ik heb niet alle vragen beantwoord die je mij gesteld hebt, noch heb ik je voldoende broederlijk advies gegeven. Dat is omdat ik sterk de indruk krijg dat je toch al op het juiste spoor zit, en omdat jij natuurlijk allang weet wat ik zal gaan zeggen: discipline, werk, eerlijkheid, en – naar andere mensen toe – de zorg voor hun welzijn, en waar mogelijk een nonchalance over hun welgemeende adviezen.

Vanaf 1943 zouden de broers samen in het Los Alamos Lab in New Mexico werken aan het Manhattan Project, bij het ontwikkelen van De Bom. In augustus 1945 beseften ze wat ze als wetenschappers in Hiroshima en Nagasaki hadden aangericht, te laat.

Robert Oppenheimer en Vincent van Gogh
Robert en Frank Oppenheimer correspondeerden vaak over beeldende kunst, en over Vincent van Gogh in het bijzonder. Hun moeder was een kunstenaar die met gelukkige hand werk aankocht, waaronder twee Van Goghs. Na het overlijden van de ouders bleef de collectie in familiebezit. Robert kreeg Van Goghs Ommuurd veld met jong koren en opgaande zon (1889) en Frank De eerste stappen naar Millet (1890). In 1949 moest hij zijn Van Gogh verkopen voor juridische bijstand toen hij werd beschuldigd van communistische sympathieën.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next