N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Vanmiddag besloot ik om mijn washok uit te ruimen. De afgelopen maanden was het door drukte een dumpplek geworden voor onder andere kartonnen verpakkingen, statiegeldflessen, kleding, ingeblikte groentes en relatiegeschenken. Ik kon daar eigenlijk prima mee leven, wurmde me als ik de was wilde doen gewoon langs afgedankt meubilair, winterjassen, reservestrijkplanken, badmintonrackets, de Madocke en dozen vol cd’s maar op een zeker moment begon ik bij bezoek te vrezen dat ze per ongeluk de deur zouden opentrekken en dan bedolven werden door een lawine aan oude kranten, wasgoed en kabels van apparaten die niet meer werkten. De uitgraafwerkzaamheden zouden dagen duren en dan was het nog maar de vraag of ze levend onder het puin vandaan zouden komen.
Dus toog ik het hok in, uiteraard met zaklamp want het verstofte peertje dat de boel nog van een beetje licht kon voorzien, had al maanden geleden de geest gegeven. Eerst uitruimen, dacht ik, en begon overzichtelijke stapels in mijn gang te maken, vond dingen waarvan ik allang was vergeten dat ze ook bij mij hoorden, zoals een boogschiettrofee, een betaalverzoek van DUO en een jurk die me drie kledingmaten geleden fantastisch stond.
Terwijl buiten de zon straalde, ploeterde ik voort door een schemerwereld. De ruimte leek met alles wat ik weghaalde te groeien, ik wist niet dat ik zoveel plek had, leek steeds minder huur per vierkante meter te betalen.
Terwijl ik de tweede kapotte stofzuiger naar buiten sleepte, dacht ik aan een kennis die altijd roept dat opruimen zo goed voor de geest is. Voor mij is het meer een teken dat het al goed gaat met die geest. Dan heb ik pas de puf om de minder zichtbare plekken van mijn huis te kuisen, zodat er ook onder banken, bedden of achter in kastjes eindelijk geen chaos meer schuilgaat.
Zo kroop ik verder door de ruimte terwijl achter mij de gang vrolijk dichtslibde. Dat laatste was niet erg, want achter ons slibt alles op een zeker moment vroeg of laat toch wel weer dicht. Het gaat erom dat je dénkt dat je vooruitgaat en zo kleine momenten van overzicht boekt. Zo blijf je de boel keer op keer verplaatsen, zowel binnen als buiten je hoofd, op zo’n willekeurige en zonnige woensdagmiddag in het universum, het gezicht glimmend en grauw van zweet en vuil. Hardnekkig gelovend dat je lekker bezig bent, daar onder het kapotte licht, in het compleet verstofte donker.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC