Home

Tadej Pogacar geeft zich gewonnen, maar Jonas Vingegaard houdt nog een slag om de arm

Tadej Pogacar hoort weer bij de normale mensen. Alleen Jonas Vingegaard valt nog steeds niet in die categorie.

De Deen won woensdag in de koninginnenrit feitelijk zijn tweede opeenvolgende Tour de France, op voorwaarde dat hij tot en met zondag in Parijs op de fiets blijft zitten. Pogacar vormt geen bedreiging meer nu die zich in het algemeen klassement als nummer twee heeft genesteld tussen de rest van het deelnemersveld, op grote afstand van de kopman van Jumbo-Visma.

‘Ik ben de eerste van de normale mensen’, zei Wout van Aert dinsdag na de tijdrit. Hij was derde geëindigd, achter de ongewone twee: zijn ploeggenoot en Pogacar. Want hoewel de Sloveense Tourwinnaar van 2020 en 2021 naar eigen zeggen een slechte dag had, finishte Pogacar toch zeer ruim voor de stervelingen op racefietsen van wie Van Aert zei de eerste te zijn.

Over de auteur

Robert Giebels schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1. Hij was correspondent in Azië, schreef over economie en won als politiek verslaggever journalistiekprijs De Tegel.

Een dag later volgde een nog veel slechtere dag voor Pogacar. Met nog een kilometer of acht klimmen voor de boeg naar het dak van de Tour, de Col de la Loze, wierp hij al de handdoek.

Toen de meesterklimmer van Jumbo-Visma, de Amerikaan Sepp Kuss, zich voor zijn kopman nestelde en gas gaf, moest de man passen die twee weken lang een duel op seconden uitvocht met Vingegaard. Kort daarna klonk de stem van de anders zo optimistische Pogacar over de boordradio van UAE: ‘I’m gone, I’m dead – Ik ben weg, ik ben dood.’

Bijna 6 minuten na de geletruidrager kwam Pogacar over de finish. Wat was hem overkomen? Hijzelf wist het niet. ‘Ik heb de hele dag gegeten, maar blijkbaar is dat niet in mijn benen gekomen. Ik blokkeerde gewoon.’ Hij viel in het begin van de etappe, maar krabbelde snel weer op en reed de rit uit met een bebloede knie. ‘Ik had er geen last van.’

‘Misschien is-ie wel ziek’, opperde de sportief directeur van Jumbo-Visma, Merijn Zeeman. Mogelijk, zei hij, heeft ons geduldige sloperswerk in de afgelopen twee weken zich uitbetaald. Het zag er in sommige eerdere etappes kansloos uit: alle acht Jumbo-Visma renners in de aanval met daarachter een ontspannen Pogacar, die op de finish keer op keer Vingegaard versloeg en met bonificatieseconden steeds verder op hem inliep.

Wat Zeeman naliet te opperen, maar net zo goed kan verklaren waarom Pogacar nu 7 minuten en 35 seconden achterstand heeft – twee etappes geleden was dat nog 10 seconden; slechts twee keer deze eeuw was dat verschil kleiner – is dat Vingegaard gewoon een betere wielrenner is dan ‘misschien wel de beste van de wereld’, zoals de Deen en Jumbo-Visma Pogacar al weken noemen.

Een completere renner ook. Een taaie terriër die zich op explosieve klimmetjes in het wiel van de Sloveen kan vastbijten, een excellente, onbevreesde tijdrijder als de weg omhoog én omlaag loopt en een uitzonderlijke specialist in eindeloos lange monsterbeklimmingen zoals de Col de la Loze van 28 kilometer.

Vingegaard klokte woensdag de snelste tijd op het zeer steile laatste deel van die klim en verbeterde het record van 23 minuten en 18 seconden dat Pogacar sinds de Tour van 2020 in handen had. In zijn gele trui was de Deen een minuut en 15 tellen sneller en dat was opmerkelijk, want weer was het niet in toom te houden publiek de oorzaak van een incident.

Een motor kon er niet door en sloeg af, waarna de auto van de koersdirectie moest stoppen en Vingegaard, in gezelschap van ploeggenoot Wilco Kelderman, uit de klikpedalen ging. Na de bijna-ramp duwden toeschouwers Vingegaard zo hard op weg, dat die vol in de remmen moest om te voorkomen dat hij achterop Kelderman klapte.

Het had er alle schijn van dat de kopman van Jumbo-Visma zijn tweede Tourzege cachet wilde geven door de koninginnenetappe te winnen. Dat mislukte mede door het publiek. De Oostenrijkse Tourdebutant Felix Gall won de rit en Vingegaard werd vierde.

De geletruidrager heeft een straatlengte voorsprong, maar houdt zich aan het script: ‘Tadej zal zeker nog iets proberen. We zijn er nog niet.’

Dat Vingegaard op het allerbeste moment zijn eerste Tour-tijdrit wint en daarbij niet alleen Pogacar, maar ook ploeggenoot en excellent tijdrijder Wout van Aert verplettert, wakkert volgens L’Équipe ‘het vuur van achterdocht’ aan. De gele trui is volgens de krant waarvan verre voorganger L’Auto de Tour de France in 1903 bedacht, verplicht om vraagtekens weg te nemen.

Dat deden de ploegen van Vingegaard en Pogacar met alle plezier door bekend te maken dat de ploegen van de nummers 1 en 2 van het algemeen klassement in twee dagen vier keer bezoek kregen van dopingcontroleurs die het bloed van de renners onderzochten. De laatste keer was anderhalf uur voor de start van de etappe van woensdag.

Beide ploegen juichen de controles toe. Na de tijdrit zeiden Vingegaard en Pogacar onafhankelijk van elkaar dat ze, gezien het dopingverleden van hun sport, alle begrip hebben voor scepsis rondom hun prestaties. ‘Mensen moeten ook sceptisch zijn’, zei de geletruidrager. ‘Anders kan het verleden zich herhalen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next