Home

Opinie: Dertien jaar is te veel, er dient een limiet te komen aan het premierschap

Na dertien jaar heeft minister-president Mark Rutte zijn vertrek aangekondigd – een record. En het had nog langer kunnen worden, als Rutte niet tussen de val van het kabinet op vrijdagavond 7 juli en zijn besluit op zondagochtend 9 juli van gedachten was veranderd over voortzetting van zijn leiderschap. Hij zat immers nog vol energie en plannen, zei hij vrijdag.

Hoe instabiel de politieke verhoudingen in Nederland de laatste decennia ook zijn geworden, het lijkt geen weerslag te hebben op de bewoners van het Torentje. Rutte bestierde vier kabinetten, net zoals zijn voorganger Jan Peter Balkenende, en daarvoor hadden we drie kabinetten onder leiding van Ruud Lubbers.

Over de auteur
Peter van der Heiden is politicoloog en parlementair historicus en verbonden aan de Radboud Universiteit.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Wat deze lang zittende premiers gemeen hebben, is dat het electoraat bij hun afscheid behoorlijk genoeg had van hun leiderschap – als we de plotselinge ommekeer daarin bij Rutte zien voor wat het is: ruimte voor waardering na de opluchting van zijn aangekondigde vertrek. Dat langslepende leiderschap heeft flinke nadelen, voor de premier zelf, voor zijn politieke partij, en voor het electoraat.

Om met het laatste te beginnen: de zittende premier heeft zo’n totaal andere statuur dan zijn concurrerende lijsttrekkers dat het voor de kiezer lastig is een ander in zijn positie te zien. In een steeds meer op personen gebaseerde politiek (‘Kies de minister-president’, ‘Laat Lubbers zijn karwei afmaken’) laten steeds meer kiezers hun stem afhangen van de persoon(lijkheid) van de minister-president, terwijl dat weinig zegt over het beleid dat hij of zij zal gaan voeren.

Het feit dat de langstzittende premiers met kabinetten van totaal verschillende signatuur hebben geregeerd, spreekt wat dat betreft boekdelen. De premier is als staatsman ver verheven boven het gekissebis van de overige politici, zeker als hij ook nog eens een rol op het Europese toneel speelt.

Voor politieke partijen lijkt deze premierbonus aantrekkelijk, maar het is op de langere termijn de dood in de pot. Een lang zittende premier stopt iedere vernieuwing af, legt een deksel op interne discussie en is een politiek eindpunt voor menig beoogd opvolger. Het is in de geschiedenis niet vaak voorgekomen dat zo’n kroonprins ook daadwerkelijk de opvolger wordt – geen getalenteerd politicus blijft een decennium goed in de schaduw van de leider functioneren, en als-ie dat al doet, dan raakt hij of zij zo vereenzelvigd met de zittende premier (‘tassendrager’, ‘schoothond’) dat de glans er al voor het begin af is.

Ook voor de premier zelf is het beter om niet te lang te blijven zitten – de ‘uiterste houdbaarheidsdatum’ van een minister-president is niet voor niets een politiek begrip. In het geval van Rutte zien we dat hij in de laatste jaren steeds meer te maken kreeg met problemen die in zijn eerdere kabinetten waren ontstaan en in veel gevallen zelfs door eigen beleid waren veroorzaakt.

Het leverde het onaantrekkelijke beeld op van een premier die ‘geen actieve herinnering’ meer had, of zich op andere manieren onder politieke beschuldigingen moest zien uit te wringen. Zo’n beeld, hoe menselijk wellicht ook, doet het aanzien van de premier en van de politiek als geheel geen goed. Bij eerdere lang zittende premiers als Balkenende en Lubbers zagen we een complete ineenstorting van hun partij nadat ze te lang waren blijven zitten.

Hoewel we hier een totaal ander staatsbestel hebben, valt er misschien wel wat te leren van de Verenigde Staten. Daar kwamen ze er midden jaren veertig achter dat het ook zo zijn nadelen kon hebben dat een president oneindig president kon blijven, zolang hij maar herkozen werd.

Na het overlijden van Franklin D. Roosevelt, die vier keer was gekozen en (misschien niet toevallig) dertien jaar het land had geleid, werd daar het 22ste amendement op de Amerikaanse grondwet aangenomen, waarin werd bepaald dat een president maar twee keer mag worden gekozen, hetgeen normaal gesproken leidt tot een regeertermijn van maximaal acht jaar. Daarna is het tijd voor vernieuwing, alles om ervoor te zorgen dat de macht niet te lang in dezelfde handen blijft.

In de Nederlandse verhoudingen zou het ook goed zijn om zo’n ventiel tegen al te lang leiderschap in te bouwen. Twee volwaardige parlementaire periodes, dus ook acht jaar, is een prima tijd om iets op te kunnen bouwen als premier, voor continuïteit dus. Een beperking tot die tijd maakt vernieuwing mogelijk en zorgt voor een gelijker speelveld in de politieke arena.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next