Home

Opinie: Een hoofddoekverbod past niet bij het inclusiebeleid van de politie

Het Tweede Kamerlid Lilian Helder (PVV) diende eind 2022 een motie in om het toestaan van een hoofddoek door politieambtenaren tegen te houden. Zij deed geen verzoek tot het tegengaan van álle religieuze uitingen, maar richtte zich specifiek op de hoofddoek. Dit omdat de hoofddoek afbreuk zou doen aan de neutrale uitstraling van het politie-uniform. De motie werd met 76 stemmen van de 150 aangenomen.

Onlangs kondigde Dilan Yeşilgöz (demissionair minister van Justitie en Veiligheid) aan dat zij het dragen van religieuze uitingen bij de politie verbiedt. Volgens het College van de Rechten van de Mens werkt dit verbod discriminatie van met name moslimvrouwen in de hand en staat het op gespannen voet met het discriminatieverbod. De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, Rabin Baldewsingh, stelt zelfs dat dit voorstel is ingegeven door politieke motieven om moslims buiten te sluiten.

Over de auteur
Souad Boumedien is Hoofdinspecteur. Ruben Boomsma is Operationeel Expert.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Yeşilgöz hoopt dat de discussie klaar is en dat er ‘niet langer over de ruggen van agenten’ een politieke discussie wordt gevoerd over dit onderwerp. De politietop is echter niet blij met dit besluit. Liesbeth Huyzer (plaatsvervangend korpschef) roept op om met een ‘open mind’ naar dit vraagstuk te blijven kijken. Ook Leo Wallage (kwartiermaker diversity Nationale Politie) geeft aan dat het debat zich niet laat stoppen.

Ook wij, werkzaam bij de politie, zijn van mening dat het debat niet bij deze aangenomen motie gesloten mag worden. De waarde van diversiteit en inclusie in onze samenleving kan niet genoeg worden benadrukt. Het streven naar gelijkwaardigheid en het creëren van een omgeving waarin iedereen zichzelf kan zijn, ongeacht de eigen achtergrond, is een essentieel onderdeel van een rechtvaardige samenleving. Dit geldt ook voor de politie, een instantie die er juist is om de belangen van alle burgers te behartigen.

Wrang genoeg staat het neutraliteitsbeginsel, zoals opgevat en uitgevoerd door Yeşilgöz, juist diversiteit en inclusie in de weg. Het beginsel – een ongeschreven rechtsregel – komt voort uit het idee van een scheiding tussen kerk en staat. Een scheiding die bij de politie overigens niet strikt wordt nageleefd. Zo bevatten de onderscheidingstekens op het politie-uniform vanaf de rang ‘brigadier’ een christelijk kruis, wat symbool staat voor de koning als christelijk heerser. In Krimpen aan den IJssel werd rekening gehouden met de wens van de gemeenschap om op zondag een rustdag te houden.

Wanneer we een debat voeren over dit onderwerp, moeten we dus eerlijk zijn over de ware aard van de argumenten die worden gebruikt. Vaak worden alle religieuze vormen op één hoop gegooid, maar in werkelijkheid draait het vooral om het verbieden van de hoofddoek. Heeft dit te maken met neutraliteit, vrijheid en gelijkwaardigheid óf met vooroordelen, indirecte discriminatie of een impliciet anti-islamsentiment?

Ook wij staan neutraliteit voor. Maar wij willen komen tot een inclusief neutraliteitsbeginsel, waarbij iedereen zijn of haar religie en cultuur mag uiten. Al is het maar omdat herkenning van belang is: burgers voelen zich vaak meer op hun gemak bij iemand die hen begrijpt en met wie ze zich kunnen identificeren. Daarom is het initiatief van Roze in Blauw, dat inmiddels al 25 jaar bestaat, zo waardevol. Dit netwerk biedt een veilige omgeving voor lhbti-burgers om aangifte te doen, zonder angst voor vooroordelen of onbegrip. De herkenning en expertise van de leden van Roze in Blauw dragen bij aan het creëren van vertrouwen tussen de politie en de lhbti-gemeenschap.

Bij exclusieve neutraliteit (waarbij de overheid zich verre houdt van religie, cultuur en andere leefstijlen), is er ontegenzeggelijk sprake van uitsluiting, wat ten koste gaat van de grondrechten van minderheden. Dat past niet bij het inclusiebeleid van de Nationale Politie, namelijk een ‘Politie voor Iedereen’. Het is dan ook schrijnend om te horen van collega’s dat zij gedwongen worden hun hoofddoek af te doen op het politiebureau, terwijl zij deze buiten werktijd weer op mogen zetten. Het geeft de boodschap af dat sommige individuen minder rechten hebben dan anderen, puur vanwege hun religieuze of culturele achtergrond.

En hier zit de crux. Dit debat raakt principieel aan onze kernwaarden (integer, betrouwbaar, moedig en verbindend) en dus aan de fundamenten van de politie als instituut. Het idee dat er ‘over de ruggen van agenten een politieke discussie wordt gevoerd’, is daarom onjuist. Dit debat is wat ons betreft dan ook niet beëindigd bij het aannemen van de motie-Helder.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next