Na felle tegenstand stemde vorige week uiteindelijk toch een kleine meerderheid van het Europees Parlement voor een Europese natuurherstelwet. Of beter gezegd: wat daarvan over is; de wet is namelijk behoorlijk afgezwakt.
De belangrijkste afzwakking is dat de wet niet langer bindend is. EU-lidstaten zijn niet verplicht om resultaten te halen, maar alleen om hun best te doen. De kans op rechtszaken is daardoor kleiner, net als de kans op daadwerkelijk natuurherstel.
Maar dat is niet de enige afzwakking. Er is ook een aantal onderwerpen geschrapt, vooral met betrekking tot natuurherstel in boerenland.
Veel beschermde soorten zijn afhankelijk van 'natuur buiten natuurgebieden'. Dat leidt tot de vraag of het mogelijk is om het landschap weer te delen, en daarmee een zoektocht naar een harmoniemodel waarin natuur, landbouw en andere menselijke activiteit naast elkaar kunnen bestaan. De natuurherstelwet pleit bijvoorbeeld voor meer groen in steden.
Daarnaast bevatte het oorspronkelijke voorstel een ambitieus doel voor het herstel van heggen, natuurlijke oevers en andere 'groene dooradering'. Die verhogen de afwisseling in het landschap, waar wilde planten, insecten en vogels van profiteren.
"Dat plan voor extra groene dooradering was twee weken geleden al uit het voorstel gehaald", vertelt Mohammed Chahim, Europarlementariër voor de PvdA. Dat gebeurde na een stemming in de milieucommissie van het Europarlement. Binnen die commissie lukte het zowel de voor- als de tegenstanders niet om een meerderheid te krijgen.
Daarna was het aan het voltallige Europese Parlement, maar dat stemde over een afgezwakt voorstel - zonder groene dooradering. Dat voorstel bevatte nog wel andere ideeën voor natuurherstel in boerenland, gebundeld in artikel 9 van het voorstel.
Dat deel van de wet vroeg lidstaten om maatregelen te nemen die moesten leiden tot biodiversiteitsherstel in landbouwgebieden. Speciale aandacht werd gevraagd voor de afname van het aantal graslandvlinders en insectenetende vogels en de verdroging van veengebieden. Zo zou in 2030 in 7,5 procent van de verdroogde veengebieden geprobeerd moeten zijn die verdroging te stoppen.
Dit hele blok met ideeën is afgelopen woensdag uit het wetsvoorstel gestemd door het Europese Parlement, vertelt Chahim.
Blijft er dan niets over van de ambitie voor natuurstel in boerenland? Wel iets, zegt Bas Eickhout, Europarlementariër van GroenLinks. Zo vond een meerderheid van het parlement wel dat het aantal bestuivende insecten weer moet toenemen. Hoe precies, is niet uitgewerkt.
Chahim denkt dat ook van de andere ideeën nog wel iets kan terugkeren in de definitieve wet. Dat komt doordat de Europese Raad (waarin alle regeringsleiders vertegenwoordigd zijn) wel wat zag in artikel 9. De Raad en het Parlement gaan nu onderhandelen over de definitieve wet.
"Dat begint woensdag, onder Spaans voorzitterschap. Ook de voorzitter wil graag nog wat resultaten zien, dus er zal wel iets terugkeren in de uiteindelijke wet", zegt Chahim.
De hoofdlijnen zijn nu verder helder, dus die laatste onderhandelingen zullen waarschijnlijk niet heel complex worden, zegt Eickhout. Chahim verwacht de definitieve wet rond oktober.
Ondanks de afzwakkingen zegt Eickhout toch blij te zijn met het compromis. "Ook al zijn de doelen niet langer bindend en is het maar een inspanningsverplichting, landen moeten nu wel plannen maken en hier serieus over nadenken. Daar zit winst."
Chahim blijft wel met gemengde gevoelens zitten. "Elementen voor natuurherstel in boerenland zijn door de inzet van een aantal partijen uit de wet gehaald. Dan stoor ik me eraan dat die partijen nu zeggen best tevreden te zijn met het eindresultaat, terwijl ze daar woensdag nog tegen hebben gestemd. Dan heb je nooit serieus verder willen komen."
En de heggen, houtwallen en oevers dan? Is herstel daarvan definitief van de baan? Niet per se, zegt beleidsadviseur Sarah Westenburg van koepelorganisatie BoerenNatuur.
Die 10 procent groene dooradering van het Europese buitengebied staat ook in de Europese Biodiversiteitsstrategie voor 2030. "Probleem is dat niemand zich iets aantrekt van die strategie, omdat die niet bindend is. Dat was nou ook juist de gedachte achter de natuurherstelwet: de biodiversiteitsstrategie in praktijk brengen, door wél bindende doelen af te spreken."
Toch heeft de Europese Biodiversiteitsstrategie wel enige invloed. Zo verwijst in Nederland het Deltaplan Biodiversiteitsherstel ernaar, in zijn oproep voor herstel van groene landschapselementen. Dat plan is wel wat voorzichtiger: niet 10 procent, maar 5 procent dooradering in 2030. Dat komt in de buurt van het Europese gemiddelde, maar zou voor Nederland al ongeveer een verdubbeling betekenen. In 2050 zou het dan ook in Nederland om 10 procent moeten gaan.
Deze doelen zijn inmiddels overgenomen in het Nationaal Programma Landelijk Gebied, vertelt Westenburg. Dat betekent dat provincies die ambitie moeten opnemen in hun eigen plannen.
Dan wacht er misschien toch nog ergens goed nieuws voor de geelgors, grauwe klauwier en andere liefhebbers van het heggenlandschap. Niet zozeer in Brussel, maar gewoon in Nederland.
Source: Nu.nl economisch