Zo vaak is er niet een WK in eigen land, dus grijpen de Australische voetbalsters hun kans. Vlak voor het toernooi begint, roepen ze de Fifa op evenveel prijzengeld uit te keren aan mannen en vrouwen. ‘Dit is onze nalatenschap’, zeggen ze strijdvaardig.
Vier jaar geleden waren het nog Amerikaanse fans, die na de door Nederland verloren finale in Lyon, ‘equal pay’ eisten. Sindsdien zijn de betalingen en de omstandigheden voor voetbalsters er in veel landen enorm op vooruitgegaan, het aantal voetbalsters is ook flink gestegen. Toch blijft de roep om (meer) gelijkheid luid en van diverse kanten klinken.
Als het gaat over vrouwenvoetbal, gaat het over emancipatiestrijd, zo blijkt ook nu weer in aanloop naar het WK, dat donderdag begint in Australië en Nieuw-Zeeland. Waarom is dat juist in het voetbal het geval? En wat is het einddoel: evenveel voetbalsters als voetballers, ook miljoenensalarissen? Komt er ooit een tijd dat vrouwenvoetbal gewoon sport kan zijn? Even dom, leuk, irritant of levensverrijkend als alle andere.
Over de auteur
Dirk Jacob Nieuwboer is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal. Hij was eerder correspondent Turkije en politiek journalist.
‘Ik vrees dat ik dat niet meer mee ga maken’, zegt Martine Prange, hoogleraar filosofie van mens, cultuur en samenleving in Tilburg en oud-profvoetballer. ‘En ik hoop nog zeker een jaar of dertig te leven.’
‘Ik ben hoopvol’, zegt journalist en mediaondernemer Barbara Barend. ‘We zijn al best ver, alleen het laatste stukje gelijkheid is er nog niet.’
Dat uitgerekend voetbal een strijdveld is geworden, is niet zo gek. Bij weinig sporten zijn vrouwen zo actief ontmoedigd als bij de volkssport nummer 1. Vrouwen hebben altijd gevoetbald, maar in de loop van de 20ste eeuw kwam er in veel landen verzet. De Nederlandsche Voetbalbond, de voorloper van de KNVB, verspreidde in 1929 de boodschap dat vrouwen ‘echtgenote, moeder of geliefde van voetbalspelers’ moesten zijn.
De KNVB verbood aangesloten clubs in 1938 om vrouwen te laten trainen en spelen. Pas in 1969 werd dat verbod opgeheven en in 1971 werd vrouwenvoetbal een officieel onderdeel van de bond. Maar 52 jaar later zijn de gevolgen van de uitsluiting nog altijd merkbaar.
‘Talentvolle jongens trainen al heel jong op hoog niveau en worden vroeg gescout’, zegt Barend. ‘Meiden moeten daarvoor vaak zelf extra trainingen regelen. Ze spelen ook veel vaker op het achterste veld dan jongens, en die hebben wel een echte trainer en een scheidsrechter. Dat zijn allemaal dingen waarvan ik vind: zo’n grote sport, in Nederland, vandaag de dag, dat hoort niet zo te zijn.’
Barend is initiatiefnemer van de campagne ‘Ik ben V’ – de letter roept associaties op met voetbal, vrouw en versnelling (van gelijke kansen) – die vorig jaar begon en pas ophoudt met bestaan als er ‘gelijkspel’ is.
‘Het gaat mij er op zich niet om dat er meer vrouwen gaan voetballen’, legt de oprichter van het blad Helden uit. ‘Ik wil een versnelling van gelijke kansen. Maar dat gaat er wel toe leiden dat meer meiden gaan voetballen, er minder onnodig afhaken en dat er meer naar vrouwenvoetbal wordt gekeken. Het een is niet los te zien van het ander.’
Hoewel het vaak over geld en investeringen gaat, zijn er weinig voorvechters van het vrouwenvoetbal die streven naar totale financiële gelijkheid. ‘Cristiano Ronaldo verdient ruim vierenhalve ton per dag’, zegt Prange. ‘Ik zie dat in het vrouwenvoetbal sowieso niet snel gebeuren. En als je ziet wat al dat geld met het mannenvoetbal doet, denk ik dat je het ook niet moet willen.’
Wat niet wil zeggen dat er niet een wereld te winnen valt. ‘Ik ben V’ streeft er onder meer naar dat sponsorgelden – ook bij amateurclubs – evenredig verdeeld worden. Ook zouden voetbalsters in de eredivisie rond moeten komen van hun werk, nu spelen ze vaak nog tegen een opleidingsvergoeding.
In veel andere sporten (tennis, atletiek, schaatsen) is het prijzengeld op grote toernooien voor mannen en vrouwen inmiddels gelijk. Uitgerekend, en niet toevallig, in de sport waarin miljarden omgaan zijn de verschillen nog groot. De Fifa heeft de prijzenpot voor dit WK verdrievoudigd tot 143 miljoen euro, maar dat is nog altijd ongeveer eenderde van wat er in Qatar aan de mannenteams werd uitgedeeld.
De wereldvoetbalbond streeft er wel naar die bij de volgende WK’s gelijk te trekken. Dat verklaart waarom Gianni Infantino de laatste tijd klinkt als vurig pleitbezorger van de vrouwenzaak. ‘Vrouwen verdienen het. Zo simpel is het!’, riep de Fifa-baas in een poging tv-zenders meer te laten betalen voor het WK.
De man die zo graag zaken doet met landen waar het met de rechten van vrouwen niet goed gesteld is, sprak er schande van dat sommige zenders slechts eenhonderdste boden van de bedragen voor het mannen-WK. Dat terwijl het vorige vrouwen-WK ongeveer 30 procent van het aantal kijkers trok.
Wat de Zwitser er niet bij vertelde, was dat de Fifa de rechten in het verleden gebundeld verkocht. Zenders kregen twee WK’s voor de prijs van een. Die koppelverkoop heeft er ongetwijfeld toe geleid dat vrouwenvoetbal meer aandacht heeft gekregen, maar nu het prijzengeld in de papieren loopt, moeten de zenders dat ophoesten. Dat de voetbalbond of de mannen iets zouden inleveren, is ondenkbaar.
‘Ze doen best wat hoor’, zegt filosoof Prange. ‘Maar het mag nooit ten koste gaan van het mannenvoetbal. Dat zie je ook aan het taalgebruik: een man kan zich gewoon wereldkampioen noemen, vrouwen winnen de Fifa Women’s World Cup. De prioriteit en loyaliteit liggen uiteindelijk bij de mannen.’
Barend denkt dat het goed is als het vrouwenvoetbal op den duur zijn eigen broek ophoudt. Daarvan zijn al genoeg hoopgevende voorbeelden. In Engeland stijgen de inkomsten van profclubs jaarlijks met tientallen procenten, de Champions League trekt zowel online als in de stadions steeds meer publiek. En in Amerika trekken meerdere clubs tussen de 15- en 20 duizend toeschouwers.
‘Maar je kunt niet verwachten dat het meteen winstgevend is’, zegt Barend. ‘Er moet in geïnvesteerd worden, zoals dat bij de mannen ook jarenlang is gebeurd. Als het dan uiteindelijk 1 euro oplevert en mannen verdienen 4 euro, prima. Maar je moet wel investeren, omdat het anders 10 cent blijft.’
Prange publiceerde in 2017 samen met Martijn Oosterbaan het boek Vrouwenvoetbal in Nederland. Zij ziet dat er zeker in Nederland, na het behalen van de Europese titel in eigen land, veel ten goede is veranderd.
‘Tegelijkertijd valt me op dat veel van wat we toen schreven nog steeds aan de hand is’, zegt de Tilburgse hoogleraar. ‘Ik noem het een cultuur van ongebreideld enthousiasme. Als jongens en mannen voetballen dan gaat het gewoon over de sport, over het plezier. Meiden en vrouwen kunnen niet voetballen zonder ook een strijd te voeren, nog steeds niet.’
Het speelt niet alleen in het voetbal natuurlijk. De genderongelijkheid, het denken in stereotiepe rolpatronen, roze voor meiden, blauw voor jongens, kinderprogramma’s waarin meiden zich opdoffen voor jongens, jongens- en meidenspeelgoed: er is veel in beweging, tegelijkertijd is het overal nog te zien. En de grote sport voetbal, decennialang door mannen gedomineerd, is een graadmeter.
‘We hebben vier feministische golven gehad, maar ik denk dat we ook nog een tiende gaan krijgen’, zegt Prange. ‘Je moet ook altijd rekening houden met een terugslag. Nu zie je weer dat Saoedi-Arabië zich inkoopt in allerlei sporten. Wat gaat dat betekenen voor vrouwen? Het is natuurlijk absurd dat ‘Visit Saudi’ het WK wilde sponsoren met de boodschap dat je daar lekker vakantie kunt vieren. Terwijl vrouwen zich daar niet vrij kunnen bewegen.’
De hoogleraar mist solidariteit van mannen. Haar valt op dat er nauwelijks voetballers zijn die pleiten voor meer gelijkheid. Er is geen voetballer die (openlijk) zegt: ik ga niet naar Saoedi-Arabië zolang vrouwen en lhbti’ers daar geen gelijke rechten hebben.
‘Toch ontmoet ik eigenlijk zelden nog onwil’, zegt Barend optimistisch. Een tijdje geleden vroeg ze waarom bij haar zoon wel een scheidsrechter was en bij haar dochter niet. ‘Toen zeiden ze, ja, mevrouw, u heeft helemaal gelijk. Het zijn gewoon ingesleten patronen, die je moet blijven bevragen.’
Ze vertelt over een recente bijeenkomst van Ik ben V. Daar was ook Gertjan Verbeek, de man die in 2010 zei dat een Europese wedstrijd van de AZ-vrouwen zonde van het gras was. ‘Die kun je toch wel zien als een traditionele voetbalman’, lacht Barend. ‘Maar hij vindt nu ook dat iedereen moet voetballen en we dat moeten verbeteren. Ook Gertjan denkt niet meer in termen van jongens- of meidensport. Dat idee is gewoon echt achterhaald.’
Nederland speelt de eerste drie wedstrijden in Nieuw-Zeeland. Vanwege het tijdsverschil van tien uur zijn de wedstrijden in de nacht of ochtend te zien (bij de NOS). De eerste wedstrijd tegen Portugal, in Dunedin, is op zondag 23 juli en begint om 9.30 uur Nederlandse tijd. Vier dagen later vindt de reprise van de WK-finale uit 2019 plaats: de wedstrijd tegen de Verenigde Staten in Wellington is om 3.00 uur ’s nachts te zien. De laatste wedstrijd, tegen Vietnam, is weer in Dunedin en begint om 9.00 uur.
Vier ja Source: Volkskrant