Home

In Tilburg krijgt de ouderenzorg van de toekomst vorm: ouderen in staat stellen meer zelf te doen

Naast het bed van mevrouw Reinders (63) zit sinds kort een soort van roeiapparaat aan de muur: een spoel met daaraan een band die je op en af kan wikkelen. Vrolijk laat ze zien waar het machientje toe dient. Ze gaat op een stoel 2 meter verderop zitten, frommelt de twee bolletjes die aan het eind van de band vastzitten onder haar steunkous en drukt op een knopje.

Kordaat rolt het apparaatje de steunkous van het onderbeen van mevrouw Reinders. Binnen een minuut zijn haar beide benen steunkousloos.

Over de auteur
Michiel van der Geest is de zorgverslaggever van de Volkskrant en verdiept zich in alle vormen van zorg: van ziekenhuizen tot huisartsen, van gehandicaptenzorg tot Big Pharma, van gezondheidsverschillen tot valgevaar.

Dat mag een kleine handeling lijken, in het leven van mevrouw Reinders betekent het apparaat herwonnen vrijheid. Steunkousen aan- en uittrekken is een fysiek pittige klus, en dus betekent het kleinood voor duizenden ouderen – naast een stevige sok om de kuiten die overtollig vocht uit de voeten moet weren – tweemaal daags bezoek van de thuiszorg.

Onhandig, vindt mevrouw Reinders. Sinds de dood van haar man, een jaar geleden, dineert ze drie keer per week bij de ‘Resto’ in de buurt, waar ouderen goedkoop en gezellig samen eten. Maar als ze weet dat de wijkverpleegkundige langskomt, moet ze gehaast haar toetje naar binnen werken om op tijd thuis te zijn. Nu kan ze ’s avonds gaan en staan waar ze wil.

Het is ouderenzorg zoals het ministerie het graag ziet. Een oudere die de regie heeft over haar leven, een sociaal netwerk om zich heen heeft, weet wat ze wil, en vooral: zo min mogelijk zorg gebruikt. Vorige week kwamen ambtenaren van verschillende ministeries met een ‘interdepartementaal beleidsonderzoek’ naar buiten: een rapport over de toekomst van de ouderenzorg. Het bleek een nieuwe toevoeging aan de almaar uitdijende Bibliotheek van Onheilspellende Adviezen over de Zorg tot 2040.

Algehele conclusie: de oudere van straks moet het tegen hogere kosten doen met minder zorg. Het personeelstekort stijgt explosief, de kosten verdubbelen bij niet ingrijpen tot 37 miljard euro per jaar. Technische snufjes (steunkousaantrekkers, oogdruppelbrillen, automatische medicijn\verdelers) zullen moeten helpen, mantelzorgers moeten meer doen, ouderen zelf ook.

Is dat genoeg? De montere mevrouw Reinders wil niet anders, maar wijkverpleegkundige Dagmar Loman van ouderenzorgorganisatie Thebe weet ook: een paar deuren verder woont altijd een andere oudere, met een ander verhaal. Ook deze ochtendronde, op een donderdag in Tilburg, blijkt de realiteit weerbarstig en vol onaangename verrassingen.

Neem Corry, 87 jaar oud. Ze woont in een appartementje in wat ooit de meest luxe flat van Tilburg was; de eerste met een badkamer. Inmiddels is het de plek waar de woningbouwvereniging woningen reserveert voor de thuislozen die weer een dak boven hun hoofd nodig hebben, voor de psychiatrische patiënten. Al zestig jaar mist Corry haar rechterknie, haar been ligt als een lange lat op het voetenbankje voor haar uit; tot zes jaar geleden was dat geen probleem, haar man was sterk. Maar die overleed en nu woont ze alleen, met de AOW als enige inkomstenbron.

Haar zus is negen jaar jonger, maar kampt met dementie. Haar kind ziet ze al 23 jaar niet meer, haar kleindochter woont in België, haar vriendin die ze kende van zwemmen overleed vorig jaar, haar buurman wil af en toe best helpen, maar kampt zelf met psychiatrische problemen.

Doen zich geen onverwachte dingen voor, dan redt Corry het wel. Twee keer per week komt huishoudelijke hulp Dewi, die is goud waard. (Al zou Corry graag zien dat ze het plaatsje zou vegen, zodat Corry met haar rollator daar zonder struikelgevaar naar buiten zou kunnen, maar dat mag Dewi niet. Dat staat in de regels van de maatschappelijke ondersteuning van de gemeente.) En twee keer per week komt de wijkverpleging om te helpen met douchen.

Maar laatst kreeg Corry een bloedneus, en die hield niet op, bleef dagen bloeden. ‘Ik belde de huisartsenpost, die wilde niet langskomen, want het was geen spoed, zeiden ze. Maar ik heb niemand die me ernaartoe kon brengen. Ik zat hier alleen en was in blinde paniek.’

Toen ze later overdag belde, kwam de huisarts wel. ‘Die heeft twee keer een tampon in mijn neus gedaan. Daardoor stopte het bloeden, al lekte het nog wel. Ik moest zittend slapen, maar ik heb artrose, ik verging van de pijn. Doordat ik één knie mis hebben mijn andere been en mijn armen en schouders al het werk moeten doen in mijn leven. Als ik zo ziek ben, is er niemand die mij komt helpen. Ik voelde mij zo in de steek gelaten.’

Met Loman heeft ze laatst duidelijk over haar wensen gesproken. Op het kastje in de gang ligt haar niet-reanimeren-verklaring, zodat hulpverleners deze niet over het hoofd kunnen zien. ‘Ik hoop dat ik in één keer weg ben, ben blij als het zo ver is. Ik zou het leven niet overdoen.’

Toen Loman negen jaar geleden nog stagiaire was in de wijkverpleging, ‘kwamen we bij mensen als Corry nog elke dag langs. Hielpen we dagelijks met douchen, het bed opmaken, de gordijnen open maken, een ontbijtje maken. Dan bleven we drie kwartier tot een uur, dat was heel normaal. Daar is niks meer van over. Nu is twee keer per week douchen wel het maximale, en dan moet Corry zelf de handdoeken en de kleding klaarleggen.’

Dat kan ook niet anders, dat begrijpt Loman heel goed. ‘Zelf ben ik ook heel terughoudend met het bepalen van welke zorg nodig is. Elk zorgmoment dat we inplannen, kunnen we niet bij iemand anders zijn.’ Maar hoeveel minder kan het nog? Hoeveel Corry’s vinden we acceptabel? En als de bedoeling is dat mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen, waarom passen we de maatschappij daar dan zo slecht op aan?

Loman: ‘Klein voorbeeld, maar neem zo’n sleutelkastje aan de voordeur. Dan kunnen wij naar binnen als er zorg nodig is. Maar er zijn VVE’s die dat maanden tegenhouden, omdat ze het een te grote aanpassing vinden voor die ene bewoner in het complex die het nodig heeft.’ Of neem de deeltaxi’s; die zijn voor cliënten in de wijk rond 9 en 15 uur niet oproepbaar, omdat ze dan nodig zijn voor het leerlingenvervoer. ‘Wat als je dan een afspraak hebt in het ziekenhuis?’

Het is niet dat er over de ouderenzorg niet wordt nagedacht en vergaderd. Er is het Gezond en Actief Leven Akkoord (Gala), het Wozo-programma (Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen) en er is natuurlijk het Integraal Zorg Akkoord. Maar al die akkoorden leiden vooral tot ‘bestuurlijke drukte’, zegt Agnes Klaren, bestuurder bij Thebe.

Want uit de akkoorden komen overlegtafels voort die moeten leiden tot regiobeelden, aan de hand waarvan zorgorganisaties transformatieplannen mogen indienen, die zorgverzekeraars middels een ‘snelle toets’ op basis van een ‘beoordelingskader impactvolle transformaties’ moeten goedkeuren. Om de kans op een goedgekeurd transformatieplan te verhogen, schakelen zorgorganisaties externe adviseurs in om die plannen te schrijven. Sommige zorgverzekeraars moeten zoveel plannen beoordelen dat ook zij externe adviseurs inschakelen, waardoor de situatie ontstaat dat consultants de plannen van consultants aan het nakijken zijn, zonder dat er een verpleegkundige in de buurt is. Klaren: ‘Concreet leidt dat tot weinig resultaat.’

Het kan ook anders, zegt Klaren. Anderhalf jaar geleden vroeg zij, zelf oud-verpleegkundige, aan de verpleegkundigen bij Thebe wat zij nou dachten dat een slimme manier zou zijn om de wijkverpleging vooruit te helpen, en ouderen meer zelf te laten doen. Hun antwoord: oogdruppels.

Oogartsen voeren elk jaar in Nederland 175 duizend staaroperaties uit. Al die mensen, vooral ouderen, moeten hun ogen druppelen. En velen doen dat niet zelf. Bij genoeg ziekenhuizen krijg je een foldertje mee: voor het ogen druppelen, bel de wijkverpleging. Thebe rekende het uit voor de eigen organisatie: elke dag zijn wijkverpleegkundigen 19 uur bezig met ogen druppelen. Klaren: ‘Dat zijn dus drie medewerkers per dag.’

Terwijl: er zijn oogdruppelbrillen die het ouderen makkelijker maken het zelf te doen, mantelzorgers kunnen het leren. Klaren: ‘We hebben alle partijen in de regio opgetrommeld en samen een zorgpad opgesteld. Nu krijgen patiënten pas een operatie als ze eerst op het mantelzorgplein in het ziekenhuis hebben geleerd hoe ze ogen moeten druppelen. Apothekers geven standaard een oogdruppelbril mee bij het ophalen van de druppels. En alle zorgorganisaties nemen geen nieuwe oogdruppelcliënten meer aan. Het lijkt iets kleins, maar het heeft echt een enorm effect op het zorglandschap.’

Thebe wil nu soortgelijke plannen bij het aan- en uittrekken van steunkousen, ook zo’n tijdrovende bezigheid, fysiek zwaar werk bovendien en zeker niet het favoriete klusje van wijkverpleegkundigen. Hoewel er voldoende hulpmiddelen bestaan, blijkt het uitbannen van de wijkverpleging daarin ingewikkeld. Klaren: ‘Als je steunkousen aanvraagt, krijg je daarbij een glijsokje o Source: Volkskrant

Previous

Next