Veertien Nederlandse renners doen dit jaar mee aan de Tour de France, maar achter de schermen zijn veel meer Nederlanders actief. Mikey van Kruiningen (33) is hoofd mecaniciens van de Belgische ploeg Intermarché Circus Wanty.
Mikey van Kruiningen (33), hoofd mecaniciens van de Belgische ploeg Intermarché Circus Wanty, zat vorig jaar eerste rang, toen Taco van der Hoorn tien centimeter tekortkwam voor de winst in de met kasseien bezaaide Touretappe naar Arenberg. Hij zat in de volgauto, pal achter de renner. Die probeerde in de sprint met medevluchter Simon Clarke tevergeefs een tandje zwaarder te schakelen, maar het versnellingsapparaat weigerde dienst. De renner sprak later over een defect.
Voelde Van Kruiningen zich verantwoordelijk? Hij aarzelt. ‘Indirect, hooguit. Iedereen weet hoe gestoord het er in zo’n etappe, die vergelijkbaar was met Parijs-Roubaix, aan toegaat. Chaos, valpartijen, schokken, stof, zand. Dan hapert er weleens wat.’ Zuur was het zeker, hij was nota bene jarig die dag. Ze hadden gezamenlijk veel energie gestoken in de voorbereiding. Verkennen, testen. Welke bandenspanning is het beste? Wat is de ideale breedte? ‘Nee, Taco verweet me niets. Hier kun je niet zoveel tegen doen.’
Van Kruiningen, afkomstig uit Groede in Zeeuws-Vlaanderen, is bezig aan zijn vijfde Tour. Deze editie gaat hij tussendoor enkele dagen naar huis. Het sleutelen laat hij over aan vier ervaren krachten, hij voert in zijn huidige functie gesprekken met de sponsoren over het optimaliseren van het materiaal. Valt er nog iets aan watts te winnen, door een net wat betere aerodynamica, of minder rolweerstand? Maar vandaag, tijdens de tijdrit van Passy naar Combloux, is hij weer ter plekke. Dan moet zeker alles kloppen.
Over de auteur
Rob Gollin schrijft sinds 2016 over sport voor de Volkskrant, vooral over wielrennen. Eerder was hij algemeen verslaggever, kunstverslaggever en correspondent in België.
Zelf fietste hij ook, bij de elite zonder contract. Hij belandde in het profcircuit, nadat hij enige tijd had gewerkt in een fietsenwinkel in Brugge, waar West-Vlaamse renners als Timothy Dupont en Guillaume van Keirsbulck langskwamen. Hij ging soms mee naar wedstrijden. Het leidde uiteindelijk tot een dienstverband bij Intermarché.
In de Tour betekent het lange dagen maken. ‘De eerste week is iedereen fris, de tweede week slaat de vermoeidheid toe en in de derde staan we met de koppen tegen elkaar.’ Om zeven uur gaat de wekker, de mecaniciens brengen de banden op spanning en plaatsen de fietsen op de volgauto’s. Bij de start volgen de laatste aanpassingen. Twee collega’s nemen plaats in de auto van de ploegleiders, de andere twee vertrekken alvast naar het volgende hotel.
Volgens Van Kruiningen begint het pas echt als de koers voorbij is. Dan wordt de schade geïnventariseerd. Zijn er breuken in de wielen, of zelfs de frames? Moeten er onderdelen worden vervangen? ‘Met de renners kijk ik terug en vooruit. Stond het stuur wel goed? Was er een probleem bij het schakelen? Voor bergetappes wordt geregeld van fiets gewisseld, met kleinere verzetten, andere wielen. Als het meezit, zit je om tien uur aan tafel en lig je elf uur of half twaalf in bed. En dat drie weken lang. Dat begint er wel in te hakken.’
Dat details ertoe doen, ontdekken renners naarmate ze meer ervaring hebben. ‘Rui Costa, de ex-wereldkampioen, is extreem kritisch, die wil zijn positie op de fiets tot op de halve millimeter nauwkeurig hebben. Als alles klopt, hoor je ‘m tijdens de Tour niet meer. Jongere renners zitten vooraf op hun telefoon of de Playstation. Tijdens de ronde komen ze ineens met allerlei vragen.’
Als hij in de Tour is, kan hij het niet laten soms zelf ook weer het gereedschap ter hand te nemen. ‘Het ontspant, het voelt bijna als vakantie. Maar de volle drie weken van huis, dat mis ik niet. Thuis loopt er nu een kleine rond, dan maak je toch andere afwegingen.’
Source: Volkskrant