Home

Duiken van 10 meter hoogte blijft doodeng, zelfs als je voor een olympisch ticket gaat: ‘Ik doe het nog steeds in mijn broek’

Als Else Praasterink de steile trap naar het 10-meterplatform beklimt, gieren de zenuwen door haar keel. Eenmaal op de toren zoekt ze steevast oogcontact met bondscoach Ramon de Meijer beneden aan de badrand. Met een goedkeurend knikje, een duim omhoog of een ander opbeurend gebaar probeert de coach haar vertrouwen te geven.

‘Dat contact met Ramon heb ik echt even nodig ter geruststelling’, zegt Praasterink. ‘Ik doe het nog steeds in mijn broek als ik daar boven op het puntje van het platform sta. Wat bezielt me om hier een 3,5 salto vanaf te maken? Waarom doe ik dit? Het blijft na al die jaren spannend, zeker ook doordat mijn sprongen steeds moeilijker worden. Maar als het goed gaat, is dat zo vet. Dan krijg ik een enorme adrenalinekick.’

Over de auteur
Natasja Weber schrijft voor de Volkskrant over olympische sporten als hockey, zwemmen en paardensport.

De 20-jarige Praasterink mag dinsdag haar vijf torensprongen van salto’s en schroeven op de WK in Japan vertonen. Bij haar WK-debuut vorig jaar in Boedapest verraste ze met een finaleplek (top twaalf), en eindigde als elfde. Op de EK in Rome in de late zomer van 2022 behaalde ze de achtste plek in het eindklassement. Als Praasterink in de Prefectural Pool van Fukuoka erin slaagt zich bij de beste twaalf te springen is ze verzekerd van een startbewijs voor de Olympische Spelen in Parijs. Volgens bondscoach De Meijer is die opgave ‘zeker realistisch’.

Praasterink is in de Nederlandse ploeg de opvolgster van Celine van Duijn. De Europees kampioen van 2018 moet door osteolyse aan haar schouder, veroorzaakt door de klappen op het water, de 10-metertoren links laten liggen. Van Duijn richt zich enkel op de 3-meterplank; individueel en als synchroonduo met Inge Jansen met wie ze maandag als tiende eindigde in de WK-finale.

In haar acht jaar als torenspringer heeft Praasterink nimmer een echt ongelukkige landing meegemaakt. Ernstige blessures bleven haar eveneens bespaard. ‘Ik weet dat mijn coach mij niet naar boven stuurt als hij denkt dat ik het niet aankan. Daar vertrouw ik helemaal op’, zegt de schoonspringer die sinds drie jaar in het Amerikaanse Kentucky sport en studeert. In de zomermaanden traint ze in Eindhoven.

De geboren Zuid-Hollandse haalt met haar sprongen van tien meter hoogte snelheden van zo’n 55 kilometer per uur. Anders dan bij de discipline high diving, waarbij mannen van 27 meter hoogte springen en vrouwen vanaf 20 meter, duiken de torenspringers met hun hoofd naar beneden. High divers, ook op de WK actief, landen uit veiligheidsoverwegingen met hun voeten op het water.

Praasterink is zuinig op haar lichaam en traint daarom slechts een paar dagen per week vanaf het 10-meterplatform. ‘De impact van die hoogte op je lichaam is gewoon heel groot. Daarom train ik mijn sprongen en landingen vooral vanaf de 5- en 3-meterplank. Soms vind ik het wel vervelend dat ik niet iedere dag kan oefenen op mijn specialiteit.’

Bondscoach De Meijer: ‘Dat is onverantwoord. Dan kan ik haar bij wijze van spreken na een week opdweilen en zou ze drie weken moeten herstellen.’ Doorgaans springt Praasterink daarom 25 à 30 keer per week vanaf de toren, meestal verdeeld over twee dagen.

In haar jongere jaren dacht Praasterink niet aan een leven als schoonspringer. Ze deed aan wedstrijdzwemmen maar door haar geringe lengte leek een toekomst als topzwemmer niet voor haar weggelegd. En dus stapte de zwemfanaat, opgegroeid in Berkel en Rodenrijs, over naar het schoonspringen vanaf de 1- en 3-meter plank.

Huidig bondscoach De Meijer (zelf een voormalig topspringer) herinnert zich Praasterink nog als klein meisje op de springplank. ‘Ze was echt een lichtgewicht, de plank bewoog niet eens toen ze hem induwde’, zegt de 36-jarige coach met een lach. ‘Zeker de laatste jaren hebben plankspringers wat meer body. Dankzij hun spierkracht kunnen ze de plank flink induwen om zo hoog mogelijk te komen.’

De 10-metertoren bleek voor de 160 centimeter kleine Praasterink een uitkomst. Hier springen de atleten niet vanaf een plank maar van een betonnen platform en heeft de Nederlandse juist profijt van haar postuur. Ze is klein en licht waardoor ze heel snel kan roteren. En bij haar landing maakt ze weinig ‘splash’. De Meijer heeft veel respect voor het lef van zijn pupil. ‘Ze is gek genoeg om daar bovenaan te gaan staan en zich naar beneden te storten. Dat is niet voor iedereen weggelegd.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next