N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Overleg China-VS De klimaatgezanten van de VS en China, John Kerry en Xie Zhenhua, spreken elkaar deze week uitvoerig. Eerder wisten zij de internationale klimaatonderhandelingen te stimuleren. Lukt dat nu opnieuw?
Kunnen John Kerry en Xie Zhenhua, de klimaatgezanten van de Verenigde Staten en China, hun kunstje nog één keer flikken? Opnieuw moeten deze twee mannen – de eerste inmiddels 79 jaar, de tweede 73 – proberen de moeizame internationale gesprekken over extra klimaatbeleid een impuls te geven.
Negen jaar geleden lukte dat wonderwel. Na maanden van onderhandelen bereikten ze eind 2014 een bilateraal akkoord. China en de VS, de twee grootste klimaatvervuilers van de wereld, beloofden zich gezamenlijk in te spannen om de opwarming van de aarde een halt toe te roepen, en legden zo het fundament onder het mondiale Klimaatakkoord dat een jaar later in Parijs werd gesloten.
Daarna stokten onder president Donald Trump de klimaatgesprekken met China. Zowel John Kerry als Xie Zhenhua ging met pensioen. Maar toen Joe Biden begin 2021 aantrad met een hernieuwde belofte voor stevig Amerikaans klimaatbeleid, werden de banden met China weer aangehaald. Biden vroeg aan Kerry om zijn klimaatgezant te worden. Een paar weken later haalde de Chinese regering Xie Zhenhua terug als klimaatonderhandelaar. Het werd algemeen gezien als een signaal dat beide landen serieus werk wilden maken van onderhandelingen.
In de jaren daarna hebben Kerry en Xie elkaar herhaaldelijk ontmoet, juist op momenten dat de verhoudingen tussen de twee landen uiterst stroef waren. Ze wisten de internationale gemeenschap herhaaldelijk te verrassen. Zoals in november 2021, op de klimaattop in Glasgow, toen Kerry en Xie ineens met een gezamenlijke toezegging kwamen dat de VS en China hun klimaatambities gingen verhogen. Achter de schermen bleken ze maanden aan de verklaring te hebben gewerkt.
„We zien allebei dat de uitdaging van klimaatverandering existentieel en ernstig is”, zei Xie op een persconferentie in Glasgow. „We moeten als twee grootmachten in de wereld onze verantwoordelijkheid nemen en met elkaar en anderen samenwerken in een geest van gemeenschappelijkheid om de klimaatverandering aan te pakken.”
Ruim een half jaar later dreigde die samenwerking alsnog te stranden. In augustus vorig jaar maakte China een einde aan de officiële klimaatdialoog met de VS, uit woede over een bezoek van Nancy Pelosi, voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, aan Taiwan. Het weerhield Kerry en Xie er niet van om elkaar twee maanden later, op de klimaattop in Sharm-El-Sheikh, toch weer onder vier ogen te spreken.
Niks bijzonders, zei Kerry zo nonchalant als hij maar kon. „We hadden wat informele gesprekken, al is er nog geen sprake van formele onderhandelingen.” Kerry, die altijd heeft geprobeerd om klimaat als thema te isoleren van andere gevoelige onderwerpen in de relatie met China, voegde eraan toe dat hij klaarstond om de draad snel weer op te pakken.
De komende dagen is het dan zover. Kerry is maar liefst vier dagen in Bejijng en er staat veel op het spel deze keer. In november, op de klimaattop in de Verenigde Arabische Emiraten, vindt een herijking plaats van alle klimaatbeloftes die landen sinds het Parijsakkoord hebben gedaan – de zogeheten stocktake. Dan moet blijken of al die beloftes bij elkaar voldoende zijn om de mondiale opwarming onder de 1,5 tot 2 graden Celsius te houden.
Het antwoord is al duidelijk: geen enkel land doet genoeg. Hoewel in Parijs is afgesproken dat elk land zelf zijn bijdrage aan de reductie van broeikasgassen mag bepalen, hebben landen zich wel gecommitteerd aan het gemeenschappelijke einddoel en zijn ze verplicht om hun ambities te verhogen als dat doel uit zicht dreigt te verdwijnen.
Volgens Climate Action Tracker (CAT), een organisatie van klimaatwetenschappers die de beloftes van landen kwantificeert, gaapt er een enorme kloof tussen wat landen hebben beloofd en wat ze daadwerkelijk doen, maar ook tussen wat landen tot nu toe bereid zijn te doen en wat nodig is. Dat geldt ook voor China en de VS.
„Met het huidige beleid blijft de uitstoot van China torenhoog”, schrijft CAT. „En er zijn geen signalen dat de emissies substantieel worden gereduceerd voordat ze in 2030 hun piek bereiken.” Bovendien groeit de vraag naar energie en elektriciteit in China sneller dan wat er aan duurzame energie bijkomt. China blijft daardoor afhankelijk van fossiele brandstoffen, en vooral van steenkool. CAT beoordeelt het Chinese beleid als ‘ruim onvoldoende’. Als alle landen zo’n beleid zouden voeren, is de aarde aan het eind van de eeuw ongeveer 4 graden Celsius opgewarmd.
De VS doen het volgens CAT wel wat beter, vooral dankzij de Inflation Reduction Act – „een sterk signaal dat ’s werelds grootste historische uitstoter zijn verantwoordelijkheid begint na te komen”. De wet stelt 375 miljard dollar (345 miljard euro) beschikbaar voor vergroening van de industrie. Maar dat is volgens CAT nog lang niet genoeg. Bovendien kwam de wet pas door het Congres na concessies aan de fossiele industrie. Ook weigert het Congres het door president Biden beloofde geld voor klimaatbeleid in arme landen goed te keuren. Al met al leidt het Amerikaanse klimaatbeleid nog steeds tot een opwarming van 3 graden Celsius.
De VS en China zullen hun internationale verplichtingen alleen nakomen als ze voldoende vertrouwen hebben in elkaar – en in de rest van de wereld. Daarom waarschuwde consultancy KPMG vorig jaar dat klimaatonderhandelingen dreigen te ontsporen door geopolitieke spanningen. „Als wederzijds aanvaardbare oplossingen voor klimaatverandering al moeilijk te realiseren zijn in een geglobaliseerde wereld met een zekere mate van internationale consensus, zal dat alleen maar lastiger worden in een tijd van wantrouwen en polarisatie tussen landen.”
Aan Kerry en Xie zal het niet liggen. Kerry heeft laten doorschemeren dat hij niet het hele presidentschap van Joe Biden zal uitdienen. Xie heeft in januari een lichte beroerte gehad, vertelde Kerry in een interview, en was „anderhalve maand of zoiets” uitgeschakeld. Het is de vraag of Xie eind dit jaar de klimaattop in de Emiraten kan bijwonen. Maar de komende dagen zullen deze twee bejaarde mannen doen wat in hun mogelijkheden ligt om toekomstige generaties beter te beschermen tegen de snel opwarmende planeet.
De Amerikaanse klimaatgezant John Kerry heeft in een hoorzitting in het Amerikaanse Congres gezegd dat de Verenigde Staten „onder geen enkele omstandigheid” zullen betalen voor schade in ontwikkelingslanden als gevolg van klimaatverandering. Op de vorige klimaattop, afgelopen november in Sharm-El-Sheikh, werd een doorbraak bereikt op dit gevoelige onderwerp. Er werd afgesproken dat er een fonds komt voor wat in het onderhandelingsjargon ook wel ‘Loss and Damage’ wordt genoemd, verlies en schade. Hoe dat fonds er precies uit moet zien en wie eraan gaat bijdragen wordt eind dit jaar een van de belangrijke onderwerpen op de top in de Verenigde Arabische Emiraten.
Arme landen, gesteund door westerse ontwikkelings- en milieuorganisaties, noemen het een kwestie van rechtvaardigheid dat rijke landen meebetalen aan de schade die zijn ondervinden door de opwarming van de planeet. Zelf hebben de arme landen namelijk nauwelijks bijgedragen aan het probleem, terwijl zij er het hardst door worden geraakt.
Maar Kerry heeft herhaaldelijk gezegd dat de VS niet willen opdraaien voor schade door klimaatverandering in andere landen. „Ik ben niet van plan me schuldig te gaan voelen”, zei hij bijvoorbeeld voorafgaand aan de top in Sharm-El-Sheikh. Als de VS al van plan zijn om ontwikkelingslanden financieel te steunen, dan is het volgens Kerry om ze weerbaarder te maken tegen mogelijke gevolgen van klimaatverandering – overigens halen rijke landen de toegezegde hulp voor deze zogeheten klimaatadaptatie ook nog steeds niet.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC