Wout Poels stond zondagmiddag in de interviewruimte achter het podium en daar kwam Han Cock al aan, microfoon in de aanslag. Juist op dat moment hield Wout het niet langer droog – Han zei dat hij dat begreep, er was veel gebeurd. Wout verklaarde als jongetje al te hebben gedroomd dat hij een Touretappe won en nu was het jongetje bijna 36 en was de droom eindelijk uitgekomen.
Han wilde weten hoe Wout het hem had gelapt. Welnu, Wout was in het wiel van Van Aert gesprongen en had hem vervolgens losgereden op het steilste gedeelte van de slotklim. Daarna was hij solo doorgekacheld tot hij er was. Dat klonk zo eenvoudig dat het eigenlijk vreemd was dat Wout inmiddels geen vijf Touretappes op zijn naam had staan.
Over de auteur
Bert Wagendorp is columnist van de Volkskrant en schrijver.
Daarna werd het interessant: Wout begon over zijn eerste ervaringen met de Tour. Hij ging vroeger met zijn vader, moeder en broers in de camper op vakantie naar Frankrijk en dan stonden ze weleens langs de kant als de Tour passeerde. Eén keer had Wout een wielerpetje gevangen.
Schitterende opening voor een lang gesprek dat ons inzicht zou verschaffen in leven en denken van Wout Poels, wielrenner uit Blitterswijck, woonachtig te Monaco en een man die rijp is voor Zomergasten – en dan beginnen met dat petje.
Ik ben geen voorstander van journalisten die lid worden van een fanclub, maar ik heb wel een keer op het punt gestaan om me aan te sluiten bij de Fanclub van Wout Poels. Dat was nadat ik in een oude bioscoop in Venlo Norbert Poels had geïnterviewd, de broer van Wout die ook nog had gewielrend maar die inmiddels accountant was geworden. Norbert Poels schetste zo’n hemeltergend sympathiek portret van Wout, dat weigeren lid te worden van de Wout Poels Fanclub niet eens bij me opkwam. Ik wilde niets liever, zoals andere mensen opeens bij de Jehova’s willen.
Dit kwam door Norbert. Er konden, begreep ik, maar heel weinig wielrenners tippen aan Wouts aardigheid. En al helemaal geen wielrenners die weleens wat wonnen, zoals Wout, want die waren meestal erg egoïstisch en onaardig.
Alle keren dat ik Wout Poels na die avond zag langskomen op tv, werden de woorden van zijn broer bevestigd. Ik zag iemand die zich ondanks zijn zachte karakter had weten te handhaven in het harde profmétier. Ik ging oude interviews terugkijken en daaruit bleek dat Wout altijd al zo was geweest. Zelfs nadat hij in de Tour van 2012 meer dood dan levend uit een greppel langs de kant van de weg was gevist en er in zijn lijf van alles was gebroken en beschadigd, stond hij even later alweer beminnelijk journalisten te woord.
Het mooie van Wout is, dat hij het zelf ook niet kan geloven als hij heeft gewonnen. Dat was zo na zijn zege in Luik-Bastenaken-Luik in 2016 en zondag stond hij er ook weer bij alsof hij bij het omspitten van de tuin op een pot met goud was gestuit en dat hij snel de politie moest bellen om de vondst aan te geven.
Zo aardig en toch zo genadeloos winnen, dat kom je niet vaak tegen.
Source: Volkskrant