De fietsen van VanMoof gingen te vaak stuk, waardoor het bedrijf dure reparaties moest uitvoeren en in de rode cijfers belandde. En eigenlijk kan dat geen verrassing zijn.
Met de teloorgang van fietsfabrikant VanMoof sneuvelt opnieuw een vaandeldrager van de energietransitie. Dit voorjaar ging Lightyear al ten onder, een bedrijf dat auto’s met zonnepanelen in de markt wilde zetten.
Gebrek aan lef kon de twee broers die VanMoof in 2009 oprichtten niet worden verweten. Taco en Ties Carlier wilden de Apple onder de fietsenbouwers worden en de hele wereld veroveren. Zoals Tesla een einde wilde maken aan de verbrandingsmotor, wilde VanMoof een einde maken aan auto’s in de stad door iedereen te bekeren tot de elektrische fiets.
De ambities van VanMoof waren torenhoog. Het bedrijf wilde wereldwijd 1 miljard elektrische fietsen verkopen. Er werden winkels geopend in New York en Tokio, in Parijs en San Francisco. De broers wilden een volstrekt uniek product in de markt zetten en daarom zo veel mogelijk zelf doen. Hun eigen onderdelen maken, hun eigen reparateurs in dienst nemen.
Hiermee maakte VanMoof zich vanaf het begin kwetsbaar. De auto- en fietsindustrieën zijn assemblage-industrieën geworden. Auto- en fietsfabrikanten kopen bijna alle onderdelen bij gespecialiseerde toeleveranciers, die de kwaliteit beter kunnen bewaken. VanMoof meende het zelf beter te kunnen. Dat de fietsen te vaak stukgingen, waardoor het bedrijf dure reparaties moest uitvoeren en in de rode cijfers belandde, kan eigenlijk geen verrassing heten.
Het tragische lot van VanMoof laat zien dat een gezond bedrijf in de eerste plaats een goed werkend product moet hebben. TomTom, het Nederlandse bedrijf dat lang vooropliep in de navigatiewereld, was daarin lange tijd het lichtend voorbeeld. VanMoof blonk uit in design en marketing. De fietsen kregen al snel een überhip imago. Het is niet het eerste Nederlandse bedrijf waar de verhouding tussen marketing en productie uit het lood is geslagen.
In plaats van al hun energie te stoppen in het verbeteren van hun fietsen, kozen de oprichters voor de vlucht naar voren. Ze gingen op zoek naar geld van investeerders zodat de financiële gaten konden worden gedicht. Dankzij het hippe en vooruitstrevende imago waren investeerders daar lang toe bereid. Nog geen twee jaar geleden sloeg VanMoof zich op de borst met de titel ‘meest gefinancierde e-bikebedrijf ter wereld’.
Elke investeerder hoopt de nieuwe Tesla te ontdekken en wil er liefst zo vroeg mogelijk bij zijn. Door de lage rente was er ook lange tijd geld in overvloed. Die tijden zijn nu voorbij. Niemand wil zijn geld stoppen in een structureel verliesgevende onderneming.
Omdat VanMoof bijna alles zelf wilde doen, kunnen klanten nu geen kant op. Nieuwe fietsen worden niet meer geleverd, kapotte fietsen kunnen niet meer worden gerepareerd. Het is te hopen dat er een wat bescheidener ondernemer opduikt, met meer technische kennis en realiteitszin, om zich over de failliete boedel te ontfermen. Want de VanMoof-droom van een autovrije stad is nog steeds het nastreven waard.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant