Home

Twee ontheemde schimmen waren we, dwalend door een huis dat niet meer het zijne, en nog niet het mijne was

‘Laat je nou een scheet?’ Mijn vrouw stond in de keuken het eten klaar te maken en keek me aan met grote, beschuldigende ogen. Ik stond over de eettafel gebogen, mijn handpalmen plat op het koele, dikke hout. We waren net thuis, terug van de inspectie van ons nieuwe huis. Morgen was de overdracht bij de notaris. Omdat die ’s ochtends vroeg gepland stond, hadden we afgesproken de inspectie de middag ervoor te doen.

We hadden onze auto net geparkeerd toen we onze makelaar troffen. Hij heette ons welkom, geloof ik. Ik weet het niet helemaal zeker meer, omdat ik dingen van die middag kwijt ben. Wat ik nog wel weet, is dat de verkopende makelaar vroeg of we een beetje voort konden maken, want ze moest zo nog ergens anders heen. In de gang wachtte de lange, magere man van wie we het huis kopen. Het liefst waren hij en zijn vrouw er blijven wonen, maar zij is niet meer zo goed ter been. We maakten een ronde door het huis dat zonder spullen ook verstoken van een ziel was. Zo ontkleed tekenden alle littekens en gebreken zich opeens duidelijk af. Het was toch nog best wel wat werk. In de keuken trok onze makelaar een paar laden open, liet het water uit de kraan stromen en hield bewonderend het filter van de afzuigkap omhoog. Helemaal schoon, zei hij, ‘goed teken’.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Ik probeerde tot mezelf door te laten dringen dat deze vreemde plek nu ons huis was, helemaal, elke plint, elk stopcontact, elk afbladderend stukje behang, elke gaspit, tot aan de wc-borstel die achter was gebleven. We liepen de trap op en ik dook een kamer in. Het was warm en het rook naar oud tapijt. In mijn kielzog volgde de man, zoals hij me overal volgde. Twee ontheemde schimmen waren we, dwalend door een huis dat niet meer het zijne, en nog niet het mijne was. Hij was vergeten een plank van de muur te halen en maakte daar zijn excuses voor. Maakt niets uit, zei ik. Het maakte ook niets uit. Ik was duizelig en snakte naar een moment zonder andere mensen, zodat deze onwerkelijkheid de ruimte had werkelijkheid te worden.

Bij het afscheid schudde ik de hand van de man. Er stonden tranen in zijn ogen. Tenminste, dat zei mijn vrouw even later tegen me, toen we weer in de auto zaten. Ze zat achter me, legde haar hand op mijn schouder en kneep zachtjes. Ik voelde wat prikken achter mijn ogen en besloot voor de verandering een keer mijn mond te houden. Eenmaal thuis zetten we de kinderen voor de televisie en begon mijn vrouw in de keuken met het eten. Ik legde mijn handen op de eettafel, leunde voorover en slaakte een lange, luide zucht. Die blijkbaar klonk als een scheet.

Source: Volkskrant

Previous

Next