Home

Taiwan: het eiland waar ze vrij praten en waar de oude tempels bleven staan

Een eiland in de top-30 van gelukkigste landen ter wereld heeft een grote aantrekkingskracht op onze geluksverslaggever. In Taiwan hoeven de deuren niet op slot, en prijzen de inwoners hun vrijheid. Vooral omdat ze, als ‘Chinese provincie’, heel goed weten wat er op het spel staat. Of zoals een inwoner het zegt: ‘Ik ben Taiwan meer gaan waarderen sinds ik drie maanden in China heb gewoond.’

Portugese zeelieden die het eiland vierhonderd jaar geleden hoog uit zee zagen oprijzen, doopten het ilha formosa, prachtig eiland. Op de tiende verdieping van een kantoortoren zie je Taiwans hoofdstad Taipei zich uitstrekken tot het punt waar prachtige bergen verder bouwen onmogelijk maken.

Taiwan is aflevering 18 in een onregelmatig verschijnende serie over aardse paradijzen. Die plekken zijn even verschillend als de mensen die er paradijzen in herkennen: van spectaculair en extravagant tot afgelegen en sereen. Alle afleveringen zijn hier terug te lezen.

Op deze etage leidt Tshering Digi, geboren in Tibet, een van Taiwans oudste reisbureaus. Ze serveert de onofficiële nationale drank van het eiland, thee met ijsklontjes. Ze berekende dat ze in haar leven 112 officieel erkende landen bezocht. ‘Ik ben reisverslaafd. Ik moet altijd weer nieuwe dingen zien. Toen de pandemie begon, kon ik niet van het eiland af. Pas toen heb ik Taiwan ontdekt. Ik heb in mijn leven veel gezien, maar Taiwan is echt een van ’s werelds allermooiste eilanden. Ik zeg het als een soort buitenstaander, want ik kom hier oorspronkelijk niet vandaan.’

Voor de paspoortcontrole op het vliegveld van Taipei staan zes letters van een meter hoog, T A I W A N, gedecoreerd met inheemse bloemsoorten. Meteen achter die paspoortcontrole verschijnt een grote glasplaat met een gedicht over een gelukkig eiland waar bergen converseren met de wind.

Eilanden staan garant voor unieke combinaties en Taiwan spant de kroon, schrijft milieuhistoricus Jessica J. Lee – half-Brits, half-Taiwanees – in haar literaire eerbetoon aan de geboortegrond van haar moeder, Two trees make a forest. In Taiwan vind je duizenden oude tempels voor taoïstische godheden naast een grote hightechindustrie. Op dit eiland overleeft een oude Chinese cultuur in een democratie die het homohuwelijk legaliseerde. De vlakke westhelft is een van de dichtstbevolkte stukjes aarde. De oosthelft herbergt vele zeldzame bloemen en planten, de bergtoppen zijn daar bijna 4.000 meter hoog. ‘Het is op eilanden dat het leven het meest kan afwijken’, schrijft Jessica J. Lee. ‘Het woord ‘isolatie’ komt uiteindelijk van het Latijnse woord voor eiland, insula.’

Het woord ‘utopie’ dankt zijn naam ook aan een eiland: Utopia van Thomas More wordt aan alle kanten beschermd door water. Veel beroemde fictieve aardse paradijzen zijn eilanden. De Franse utopist Étienne Cabet trof in 1840 een ideale samenleving aan op het eiland Ikaria. De naam van Aldous Huxley is verbonden met zijn dystopische toekomstroman Brave New World, maar vlak voor zijn dood in 1963 voltooide hij ook nog een utopische toekomstroman over een heerlijke nieuwe wereld: Island. Op een fictief eiland genaamd Pala combineren inwoners grote vrijheden met sterke gemeenschapsbanden. Op Pala zijn moderne wetenschappen en oude tradities volledig complementair. Interessant voor mensen met vermoedens dat fictie aan non-fictie voorafgaat: Pala wordt bedreigd door een heerser van elders die niet kan hebben dat het mooie eiland zich aan zijn macht onttrekt.

Tshering Digi kwam naar Taiwan in 1968, op haar 11de. Ze was door haar ouders op het vliegtuig gezet in India, in het kader van een hulpprogramma voor kinderen van Tibetanen die waren gevlucht voor het geweld van het Chinese Volksbevrijdingsleger. ‘Toen ik kwam, was Taiwan een dictatuur. Het was arm, conservatief en preuts. Er was een avondklok. Iedereen droeg rokken tot over de knieën. Tegenwoordig is Taiwan welvarend, democratisch, progressief en vrijzinnig. Het loopt voorop in vergroening. Nergens in Azië is het homohuwelijk gelegaliseerd, alleen hier. Ik ben veel van dit eiland gaan houden. Het is een bewijs dat dingen zomaar kunnen veranderen. Het is ook een bewijs dat je allerlei dingen zomaar kunt combineren.’

Onder een prieel met zicht op een waterval waar oranje karpers doorheen vallen, geeft een Oostenrijkse sinoloog antwoord op de vraag wat Taiwan anders maakt dan het Chinese vasteland, waar hij jarenlang woonde. ‘In China zie je dat angst bedrukt maakt, hier zie je meer opgewekte mensen.’

In het World Happiness Report staat het eiland dat onderzoekers op last van Beijing ‘Taiwan province of China’ moeten noemen, dit jaar op plek 27. China staat op 63. De samenstellers weten dat democratische vrijheden ‘geluk’ doorgaans ten goede komen. Die gelukswetenschappers weten nog iets anders: op plekken waar vrijheden vanzelfsprekend zijn, ontlenen mensen er vaak minder ‘dagelijks geluk’ aan dan op plekken waar mensen beseffen dat die vrijheden hen kunnen worden afgenomen. Inwoners van Taiwan weten niet alleen dat hun eiland wordt opgeëist door een groot en machtig vasteland waar de vrijheden die zij genieten niet bestaan, veel van hen hebben gezien hoe het er op dat vasteland aan toegaat. Omdat China dit eiland niet als buitenland ziet, kunnen ze er met hun identiteitskaart naartoe reizen.

Grafisch kunstenaar Yang Hui-ching – Zoey Yang voor haar buitenlandse vrienden – zegt het in haar werkruimte in centraal Taipei onomwonden: ‘Ik ben Taiwan veel meer gaan waarderen sinds ik drie maanden voor een project in China heb gewoond. Dat je hier overal over kunt praten, dat mensen niet bang zijn, dat ze niet plotseling in een gesprek stilvallen. Weet je wat ik ook waardeer? Dat in onze boekhandels echte boeken staan. Ik ging in Beijing een boekhandel binnen en wees op een boek waar ik niet bij kon omdat ik klein ben. Dat boek bleek alleen maar een kaft zonder inhoud te zijn. En toen bleken er aan die hele wand alléén maar kaften te staan, puur voor de show. Dat was voor mij symbolisch.’

Sociaal werker Hsia Shih-ting – ‘zeg maar Sting’ – leidt in een grote kelder in Taipei een opvangcentrum voor verstandelijk gehandicapten die ooit dakloos waren. Die worden hier geschoold in creatief werk. Er wordt gedanst, er wordt geschilderd. ‘De kwaliteit van een maatschappij lees je af aan de situatie van mensen zoals degenen die je hier ziet’, zegt hij. Op reis in China schrok hij van twee dingen. Van de kwetsbare mensen op straat, en van de politiestaat. ‘Je kunt daar eindeloos over lezen, maar je moet het ondervinden om te weten wat het nou echt is.’

Aan het eind van het gesprek haalt hij zijn laptop tevoorschijn: ‘Ik wil je iets laten zien wat mijn gevoelens samenvat. Kijk, dit ben ik tijdens mijn bezoek aan het Tiananmenplein in Beijing. Ik houd stiekem mijn Taiwanese identiteitskaart omhoog. Voor ik dat plein opliep moest ik al mijn spullen afgeven. Maar ik slaagde erin mijn identiteitskaart bij me te houden. Ineens voelde ik een behoefte die kaart omhoog te houden. Het was een emotioneel gebaar: ‘Ik ben vrij, Xi Jinping’.’

‘Ik ben vrij, Xi Jinping’. Dat is een gevoel dat met de warme zeebries over dit subtropische eiland waait. Het kan stollen in het Taiwanese straatbeeld, elke keer als je daar Winnie de Poeh tegenkomt. We leven in het Chinese jaar van het Konijn, wat zich in het hele Chinese cultuurgebied uit in flink wat mascottes van konijnen in de openbare ruimte. In Taiwan hebben die konijnen nogal eens gezelschap van Poeh-beren. Je ziet Poeh ook op stickers op winkelruiten. Toen de wereld een gelijkenis bespeurde tussen hem en de Chinese leider Xi Jinping, werd zijn afbeelding in China verboden. In Taiwan begon Poeh ongeveer op hetzelfde moment aan een opmars als vrijheidsmascotte.

Vlak bij de tempel van de oude Chinese zeegodin Mazu in Taiwans oude hoofdstad Tainan zit een pluchen Poeh op de toonbank van een loket waar ze koude thee verkopen. In de Mazu-tempel verspreidt de warme zeebries de rook van honderd wierookstokjes. Bezoekers gooien hier met rode maanblokjes, jiaobei, die inzicht geven in de toekomst. Wat ze leren over nieuwe liefdes en banen, verklappen ze niet. Twee jonge vrouwen betrachten wél graag openheid over wat ze vandaag te weten kwamen over de toekomst van hun eiland: geen van hun worpen voorspelde dat het zal worden onderworpen door China.

De Oostenrijkse sinoloog zegt: ‘Als je van het vasteland komt, vallen je twee dingen op: al die mensen die vrij praten en al die oude tempels die er nog staan.’ Aan de overkant van het water, amper 200 kilometer van waar we nu zitten, werden veel oude tempels 55 jaar terug in Mao’s Culturele Revolutie verwoest. Gelukkiger zijn de plekken waar ze zorgvuldig met het verleden omspringen. Op haar reisbureau overhandigt Tshering Digi mij een Engelstalig boekwerkje met de titel Anping Old Fort: ‘Jullie verleden wordt hier ook goed bewaard.’

De Portugezen waren de eerste Europeanen die op dit mooie eiland handeldreven, maar de Nederlanders waren de eersten die er een handelskolonie vestigden. De toeristische attractie die tegenwoordig Anping Old Fort heet, doopte de Vereenigde Oostindische Compagnie bij de voltooiing medio 1634 Fort Zeelandia. Onze Vermeer zat niet bij de VOC, maar bij de restanten van dit fort maken Taiwanese dagjesmensen aan een stuk door selfies bij een bord van het meisje met de parel. Een mevrouw met een noedelsoeptentje Source: Volkskrant

Previous

Next