Achter de schermen maken tientallen Nederlanders deel uit van een rondreizend spektakel: de Tour de France. Tot hun grote vreugde. Maak kennis met een fietsverhuurder, cijferexpert, mecanicien, kok, fotograaf en cameraman.
Het is een droom van veel mensen: fietsen in de Tour. En voor sommige zakenrelaties van Toursponsors komt die droom uit. Zij mogen als vips een stuk van de rit afleggen. Dat doen ze dan op fietsen die Boudewijn de Graaff levert. Met zijn bedrijf wiel-rent.nl reist hij met 50 racefietsen met het tourcircus mee. Voor de slotdag in Parijs komen daar nog eens 25 extra fietsen bij.
‘Alle sponsoren van de Tour de France krijgen de mogelijkheid om een stuk van het parcours te fietsen’, legt De Graaff uit. Welke bedrijven dat zijn? ‘Alles wat je bij de finish op de borden ziet staan.’ Ook gaan er soms influencers mee, de Tourorganisatie hoopt daarmee ook de jongere wielerfan te bereiken.
De Graaff meet de fietsen aan, zorgt dat ze tiptop in orde zijn. En dan is het aan de niet-renners om zich een dagje coureur te voelen. Het niveau varieert nogal. Er zijn mensen bij die nog uitgelegd moeten krijgen hoe ze moeten schakelen. ‘Ze beginnen meestal op een mooie plek. En afhankelijk van het niveau en de route rijden ze de laatste 20 tot 80 kilometer van een rit. Ze fietsen een paar uur voor de profs uit en vaak staat er dan al behoorlijk wat publiek.’
De meeste mensen die op de carbon-fietsen van De Graaff stappen zijn bemiddeld genoeg om zichzelf allerlei luxueuze uitspattingen te gunnen, maar de ervaring om tussen publiek door het parcours van de Tour te volgen is niet zomaar te koop. ‘Daar is dit voor. Het moet een dag zijn waar ze over een paar jaar nóg praten.’ Vaak rijdt er een oud-prof een eindje met ze op, bijvoorbeeld oud-tourwinnaar Bernard Hinault.
Het is hard werken voor De Graaff en zijn collega’s. Soms hebben ze twee groepen op één dag met wie ze in de weer zijn. ‘Dat is logistiek een uitdaging.’ Achter de schermen is alles in de Tour strak georganiseerd. De fietsende vips moeten binnen een bepaalde tijd binnen zijn. Dat vereist een messcherpe planning, al houdt De Graaff zich met dat aspect niet bezig. ‘Wij zijn met twee man puur met de fietsen bezig, maar de hele groep die zich met dit vip-programma bezighoudt bestaat uit 15 mensen.’
Er zijn ook vrije dagen in de weken dat hij in Frankrijk is. Als een rit bergop finisht is er meestal op de bergtop geen plek om extra fietsers op te vangen. Ook bij tijdritten is het lastig. Een parcours is voor de wedstrijd al uren bezet en nog voor de eerste renner vertrekt willen de ploegen ook altijd nog verkennen. ‘Dan werken we een dagje niet en kan ik zelf een stukje fietsen.’
De Graaff leverde in 2015 voor het eerst racefietsen voor twee etappes. ‘Het jaar erna werden voor de hele ronde fietsen gevraagd en sindsdien ben ik elk jaar in juli in Frankrijk.’ Zijn talenkennis zal geholpen hebben dat hij inmiddels de vaste fietsverhuurder van de Tour is, denkt hij. Net als de kwaliteit die hij levert. ‘Maar ook omdat ik ervoor zorg dat ik altijd vrolijk ben, ook al heb ik maar drie uur geslapen.’
Toen Léon van Bon tijdens de Tour de France van 2021 zijn tent tegen de omheining van de camping zag waaien, zijn harde schijf in het natte gras vond en zijn laptop rood van de wijn was, wist hij dat dit de laatste keer was dat hij al kamperend zijn werk als tourfotograaf zou doen. ‘Dat was redelijk traumatisch.’
Bijna naadloos was in 2012 zijn rennerscarrière – waarin hij twee keer een touretappe won – overgegaan in een loopbaan als fotograaf. Als avonturier vond Van Bon het mooi tijdens de Tour om te kamperen. Tot die zwoele zomeravond waarop het weer plotseling omsloeg. Wonderwel overleefden zijn computer en de schijf met foto’s de beproeving, maar sindsdien slaapt Van Bon toch elke avond tussen vier wanden en onder een solide dak.
Als freelancer werkt hij voor meerdere opdrachtgevers. Hij maakt onder meer foto’s voor wielermerken. Die verwachten van hem materiaalfoto’s, maar ook sfeerbeelden uit de Tour. Daarnaast maakt hij nieuwsfoto’s, die hij via zijn eigen database beschikbaar maakt voor kranten en websites. ‘Ik doe dus een beetje van alles, een mix.’
Een uitgebreid plan voor elke etappe heeft hij niet. Hij probeert voortdurend in te spelen op de actualiteit van de wedstrijd en het parcours. ‘Ik leef van dag tot dag.’
In hele grove lijnen heeft een fotograaf drie smaken tot zijn beschikking in de Tour. Beelden van bij de start, waar de ploegbussen staan, renners zich klaarmaken voor de wedstrijd en publiek zich verheugt op de dag die komen gaat. Dan is er de mogelijkheid om onderweg actie- of sfeerbeeld te maken. En tot slot de finish, de ontknoping en de emoties die daarop volgen.
‘Meestal maak ik ’s ochtends een plan. Dan kijk ik of ik onderweg nog een stop kan maken en of er een plekje is in de buurt van de finish’, zegt Van Bon. Dat hoeft niet per se aan de meet te zijn. Het kan ook op de laatste klim van de dag zijn, of net voor de finish. ‘Ik zoek daarin naar zoveel mogelijk afwisseling.’
De opstelling van fotografen bij de aankomst is streng gereguleerd door de tourorganisatie. ‘Er is een hiërarchie.’ De fotografen die op de motor de koers volgen en zij die voor de grote persbureaus werken hebben de eerste prioriteit. Dan komen fotografen als Van Bon, die de volledige drie weken meereizen. Onderaan de ladder staan lokale fotografen, of zij die maar een paar dagen aanwezig zijn.
De hiërarchie is fysiek uitgewerkt: achter de finish is een lijn getrokken waar de eerste groep mag staan. Dan is er een kleine tribune met zicht op de eindstreep. Die is voor Van Bon en zijn collega’s. Verderop is een lijn voor de laatste groep.
Duw- en trekwerk tussen fotografen – zoals dat bij de klassiekers nog wel gebeurt – is uit den boze in de Tour. Wie op de fototribune staat, mag daar pas van af als de top-3 van de etappe zich bij het podium voor de huldiging heeft gemeld. ‘Er zijn maar twee fotografen die achter de finishlijn met de renners mee mogen.’
Echt opgesloten in het finishgebied is Van Bon niet. Hij kent nog andere plekken waar hij zijn beelden kan maken. ‘Bij de jurybus bijvoorbeeld. Daar heb je wat meer vrijheid. En als je een beetje aardig doet, kun je ook nog wel bij de vaste televisiecamera’s staan.’
Het uitzicht vanaf de werkplek van Stephan van der Zwan mag er zijn. Het is elke dag anders. Deze keer kijkt hij uit over glooiende heuvels met wijnranken. ‘En even verderop zit een vrouw met een zonneklep een sudoku op te lossen’, zegt hij, terwijl hij de laatste hap van zijn ontbijt neemt.
Vanuit een camper bestiert Van der Zwan de website procyclingstats.com. Alle fanatieke wielervolgers kennen die site. Uitslagen, startlijsten, statistieken en routeschema’s, alles is daar te vinden. Niet alleen van de Tour de France, maar van alles wat boven het amateurniveau uitsteekt. Honderdduizenden bezoekers komen er dagelijks.
Van der Zwan is verantwoordelijk voor de inhoud van de website en de bemensing. Het handwerk, het invoeren van alle data, doet hij niet. Daarvoor heeft het bedrijf inmiddels een heel team aan werknemers in dienst. ‘Dat zijn allemaal jongens die van wielrennen houden.’
Drie weken trekt hij mee in het spoor van de Tour de France. Hij beziet de wedstrijd van twee kanten. Met zijn persaccreditatie mag hij over het parcours, en kan hij – als hij wil – dicht bij de renners in de perszone bij start en finish komen. Maar met zijn camper ziet hij de Tour ook zoals duizenden fans dat dagelijks doen: langs de kant van de weg. Hij hoort bij beide werelden: hij is aan het werk en is liefhebber van de sport.
Zes jaar geleden besloot Van der Zwan, die met een compagnon de website sinds 2014 runt, zich te bevrijden van de vier wanden van zijn kantoor. ‘Ik dacht: wat zit ik hier nu de hele dag tegen een muur aan te kijken. Waarom zou ik thuis werken als het op elke andere plek ook kan.’ Sindsdien is hij er, op de Tour van 2020 na, elk jaar bij.
‘Ik kan er niet tegen om op één plek te zitten’, zegt hij. En die onrust voelt oud-militair Van der Zwan zijn hele leven al. ‘Als 4-jarige had ik een ketting met zo’n metalen adresplaatje om mijn nek. Ik liep continu weg, en zo kon ik thuis worden gebracht.’
Nu reist hij het hele wielerseizoen door Europa. Zeven maanden lang is hij van huis. En huis is ook niet meer in Nederland. Van der Zwan woont, ‘s winters, in Andorra.
Zijn camper is behalve kantoor ook een rijdende reclamezuil. Daarom staat het logo er zo fors op. Aanvankelijk was Van der Zwan helemaal niet van plan om het voertuig te bestickeren. Maar een pr-man van een van de wielerploegen zag dat anders en regelde stickers voor hem. Bij de eerste wedstrijd waar Van der Zwan met zijn kampeerwagen langs de kant stond, kwam hij direct in beeld en bespraken de commentatoren zijn site. ‘Toen dacht ik: dit is een goede marketingtool.’
Wie goed kijkt kan hem inderdaad tijdens de tv-uitzendingen van de Tour de France regelmatig zien, als de regie tenminste niet net een kasteel in beeld neemt. ‘Ik zet mijn camper vaak op zo’n 45 kilometer van de finish. In de ochtend fiets ik dan zelf een rondje over het parcours.’
Hij blijft in de berm niet onopgemerkt. Mensen komen hem opzoeken, willen met hem en de camper op de foto. Deze week schoof een verslaggever van NBC live tijdens de etappe bij hem aan voor zijn kampeerwagen. Hij is een attractie op zich Source: Volkskrant